Opinie

Meer afstand, minder erotiek

Frits Abrahams

‘Op anderhalve meter wordt alles ingewikkelder en ongezelliger”, kopte NRC donderdag. Het was een huiveringwekkend artikel waarin allerlei voorbeelden werden gegeven van wat ons te wachten staat in onze strijd met ‘het virus’. Op het schoolplein mogen kinderen niet meer pootje haken, laat staan bokspringen (gebeurt dat eigenlijk nog?), als je de trein wilt nemen zul je ruim tevoren moeten reserveren („U wilt een retourtje Amsterdam – Hilversum? Helaas hebben wij pas over twee weken plaats”), kantoortuinen worden omgebouwd tot muffe kantoorcellen waarin je de magen van je twee vaste celgenoten hoort knorren terwijl ze fluisterend met hun buitenechtelijke relatie bellen, de files in de supermarkten voor de essentiële producten worden steeds langer en leiden soms tot pootje haken, in de cafés kun je niet meer de polonaise dansen als jouw voetbalclub kampioen is geworden, het beroep van kapper wordt definitief opgeheven zodat we qua haardracht allemaal terug móéten naar de jaren zestig, ouderwets biechten in zo’n katholieke biechtstoel is zó gevaarlijk geworden dat zelfs God het verbiedt, en columnisten gaan steeds langere zinnen schrijven omdat ze hun lezers willen trainen in de onthaasting die bij de anderhalvemetersamenleving hoort.

Daar zal ik trouwens als lezer nog het meest aan moeten wennen: al die lelijke, lange woordcombinaties met het bestanddeel ‘anderhalvemeter’. Je moet er niet aan denken, maar we zijn heus op weg naar een anderhalvemetersamenlevingsmodelverordening.

Wat in het artikel over die nieuwe samenleving ontbrak, was een vermelding van de consequenties voor ons liefdesleven als iedereen zich aan de nieuwe regels houdt. Met versieren begint op dit gebied alles en de vraag is dus: hoe versier je iemand zonder meteen levensgevaarlijk te worden? Vroeger, dat wil zeggen eergisteren, begon het versieren vaak bij een afstand van ongeveer anderhalve meter (aan de bar, in de trein, bij het popconcert), maar voortaan moet het verschil anderhalve meter blijven.

Het wordt ondoenlijk om discreet het vertrouwen te winnen, omdat je steeds voor iedereen hoorbaar die afstand moet overbruggen. De gêne wordt te groot. In het café kun je nog wel dat inleidende drankje aanbieden (een sigaret mag al niet meer), maar wat is de volgende stap?

Je kunt niet meer steeds iets verder in de richting van de ander opschuiven met de achteloosheid die ooit bij de flirt hoorde. Die ander zal daar niet van gediend zijn zolang hij of zij besmettingsgevaar te duchten heeft. Dan maar meteen een brutaal sprongetje van anderhalve meter gewaagd? Ondenkbaar. De barkeeper belt de politie.

Kortom, op anderhalve meter wordt alles niet alleen „ingewikkelder en ongezelliger”, maar vooral veel minder erotisch. In het gunstigste geval kun je iemand nog wel uitnodigen samen naar je huis te lopen, maar zo’n wandeling met anderhalve meter tussen elkaar zal het vuurtje niet verder aanwakkeren. En alsof het nog niet erg genoeg is: dansen met een vreemde kan door al die beperkingen al helemaal niet meer.

Vandaar mijn overtuiging dat de jeugd zich op den duur niets meer zal aantrekken van al dergelijke door het RIVM en de regering bedachte regels. Ook zij zijn maar één keer jong en ze willen wat. Die kwetsbare oudjes hebben hun pretjes gehad, nu zij.