De Premier League dreigt voor koploper Liverpool te eindigen in een anticlimax

Liverpool FC Na dertig jaar wachten stond Liverpool op het punt landskampioen te worden en voor het eerst de Premier League te winnen. Toen sloeg het coronavirus toe.

Virgil van Dijk (links) overlegt met Liverpool-trainer Jürgen Klopp en verdediger Joe Gomez.
Virgil van Dijk (links) overlegt met Liverpool-trainer Jürgen Klopp en verdediger Joe Gomez. Foto Phil Noble/Reuters

Jürgen Klopp, de Duitse wondertrainer, prediker van gegenpressing, is uitzinnig zoals alleen hij uitzinnig kan zijn: zowel kinderlijk als gedragen. Mo Salah, de Egyptische spits, als stille genieter met zijn dochter op zijn arm. Ze kijken toe hoe Jordan Henderson, de aanvoerder die ren-je-rot tot kunstvorm heeft verheven, een zilveren trofee (104 centimeter hoog, 61 breed met een gewicht van 25,4 kilo) met twee handen vastpakt en in de lucht gooit. Eindelijk kan de graveur aan de slag en Liverpool FC bijschrijven op de lijst van winnaars van de Premier League. Na dertig jaar waren ‘The Reds’ eindelijk weer de beste in de Engelse voetbalcompetitie. Ingezet vanaf The Kop, de tribune achter het doel, golft dat beroemde lied door stadion Anfield: You’ll never walk alone.

Zouden Liverpudlians zich ooit nog kunnen laven aan dit zaligmakende tafereel? Geen idee.

Liverpool had dit seizoen een imposante voorsprong opgebouwd: 25 punten op Manchester City, de nummer twee. Nog nooit was de kloof tussen nummers een en twee zo groot. Van de 29 gespeelde wedstrijden won de club er 27. Nog twee keer winnen, met negen speelronden te gaan, en de titel zou binnen zijn.

En toen werd ook de duurste en meest lucratieve voetbalcompetitie ter wereld getroffen door het coronavirus.

Op 13 maart besloten de eigenaren van de twintig teams in de Premier League om de competitie te staken tot 4 april. Die datum is inmiddels gepasseerd. Sindsdien weten Liverpool-aanhangers niet waar ze aan toe zijn. In plaats van extase en trots is er limbo en ophef.

Aanvankelijk was het de bedoeling dat wedstrijden weer op 30 april hervat zouden worden. Maar de Premier League besloot vorige week dat die datum niet haalbaar is. De Premier League heeft nog geen besluit genomen wat de gang van zaken zal zijn. Alle opties passeren de revue: het seizoen en de uitslagen schrappen, het seizoen voltooid verklaren met Liverpool als kampioen, eventueel de resterende wedstrijden in de late lente en vroege zomer spelen, maar zonder toeschouwers. Het is zelfs niet duidelijk wanneer het bestuur van de Premier League een besluit neemt.

De financiële belangen zijn gigantisch. Geen wedstrijden meer spelen betekent een aanzienlijk deel van de televisiegelden mislopen. Tegelijkertijd kan de competitie zonder publiek in stadions alleen hervat worden als dat veilig genoeg is.

Zelfs als de strengste regels van de Britse lockdown opgeheven worden, kan een wedstrijd alleen plaatsvinden als het verbod op groepsevenementen eveneens geschrapt wordt. Met twee voetbalploegen, plus trainers, medische staf, begeleiders, ballenjongens, scheidsrechters en een kernploeg in het stadion zit je toch al gauw op meer dan honderd aanwezigen.

Onrecht of anticlimax

Alle opties zijn suboptimaal voor Liverpool-fans. De competitie ongeldig verklaren voelt als puur onrecht: driekwart seizoen alles en iedereen gedomineerd, geen erkenning. Liverpool nu al tot kampioen kronen zorgt ervoor dat boven hun unieke prestatie altijd een asterisk zal hangen: seizoen voortijdig afgebroken. En de wedstrijden zonder publiek spelen en het kampioenschap zonder aanhang vieren voelt eveneens als een anticlimax.

Kenny Dalglish, de legendarische Schot, die bij Liverpool speelde, tevens het trainerschap overnam en de club naar de laatste titel loodste in 1990, kwam onlangs met een hartenkreet in zijn column in de Sunday Post. Het seizoen nietig verklaren is oneerlijk en moet onbespreekbaar zijn, vindt Dalglish. „Kan iemand zonder bijbedoelingen werkelijk denken dat dat de meest logische uitkomst is?”, schrijft Dalglish. „Natuurlijk niet. Al het harde werk telt dan voor niets.”

Dat is een morele les die niet bij voetbal past, niet bij Engeland past en niet bij Liverpool, met zo veel oud-spelers die working class heroes zijn.

Toch is men in Liverpool uiterst zenuwachtig. Er wordt wel degelijk een debat gevoerd over afblazen van het seizoen. In een interview met de Belgische krant Het Laatste Nieuws zei Kevin De Bruyne dat afmaken van dit seizoen niet ten koste mag gaan van een degelijke voorbereiding op volgend jaar. Daar valt wat voor te zeggen, aangezien spelers een lang seizoen tegemoet gaan met de nationale competities en het Europees kampioenschap, dat al is verschoven naar de zomer van 2021. De Bruyne wil onnodige blessures en uitputting voorkomen.

In Engeland wordt zijn interventie gezien als een poging van de vedette van Manchester City, dat nu tweede staat, om Liverpool dwars te zitten. Dat is olie op het vuur voor Liverpool-fans

Het bestuur van Liverpool slingerde deze week een verklaring de wereld in, vol juridisch en bedrijfskundig jargon, die weinig geruststellend overkomt. „De herstartdatum wordt contant bekeken door alle relevante stakeholders”, schrijft de directie. De club, de bond en de autoriteiten doen er alles aan zo snel mogelijk en zo veilig mogelijk tot een bevredigende oplossing te komen. „Het doel is alle resterende nationale competitie- en bekerwedstrijden af te werken, zodat de integriteit van de competitie gewaarborgd blijft.”

Margaret Thatcher

De hunkering naar een kampioenschap is enorm voor Liverpool-fans. Een hele generatie aanhangers weet niet hoe het voelt om een landskampioenschap te vieren. 1990 is lang geleden. Hoe lang? Virgil van Dijk, Sadio Mané en Roberto Firminho, steunpilaren van het team nu, waren nog niet eens geboren. De wereld zag er anders uit. Margaret Thatcher was bezig aan haar laatste maanden als premier en leider van de Conservatieven. Labour-leider Neil Kinnock zei voorstander te zijn van Britse deelname aan een toekomstige gezamenlijke Europese munt: verdere integratie met buurlanden was volgens hem de toekomst. En Liverpool was een stad die worstelde met zichzelf.

Liverpool-captain Kenny Dalglish in 1990 met de kampioensbeker van toen nog de First Division.

Foto Dan Smith/Getty Images

De haven was al jaren tanende, evenals de scheepswerven en de fabrieken eromheen. Het extreem linkse stadsbestuur botste jarenlang met de rechtse regering van Thatcher, waar de economie van de stad extra onder leed. In 1990 bereikte de stad een dieptepunt in de naoorlogse geschiedenis: bijna 30 procent van de mannelijke stadsbewoners zat werkloos thuis, veel hoger dan het landelijke gemiddelde (12 procent) toen. „Zodra economische neergang inzet, worden alle aspecten van het stadsleven geraakt”, schreef stadsbiograaf Michael Parkinson rond die tijd in het boek Liverpool: on the brink.

Inmiddels floreert Liverpool. Zo veel is duidelijk als je langs de kades van de Mersey wandelt, wat weer mogelijk is als de lockdown voorbij is. Toeristen staan voor de rij bij The Beatles Story, het museum dat de beroemdste muzikanten uit de stad eert. Albert Dock is fraai opgeknapt, en huizen nu dure steakrestaurants en het Tate Liverpool.

Natuurlijk heeft Liverpool als grote stad grootstedelijke problematiek, maar in tegenstelling tot andere Engelse steden straalt het wel zelfvertrouwen en sfeer uit. Lang niet alle bewoners houden van voetbal. En lang niet alle voetbalfans zijn van Liverpool FC — Everton is de andere Premier League-club — maar een kampioenschapsfeestje zou in Liverpool niet misstaan.

In normale tijden zouden fans in de pub eindeloos delibereren wat het betekent dat Steven Gerrard wel 504 wedstrijden op het middenveld heeft gestaan voor Liverpool, maar geen kampioen is geworden, terwijl Georginio Wijnaldum 132 wedstrijden speelde, maar dat wel is. Dat is typisch football banter, gesprekken zonder conclusies die eindeloos kunnen duren.

In plaats daarvan moeten ze het over meer gewichtige zaken hebben. Er wordt een felle discussie gevoerd over hoe het management van de club de afgelopen weken heeft gehandeld als reactie op de coronacrisis. Fenway Sport Group, de Amerikaanse eigenaar van de club, wilde een beroep doen op een overheidsregeling.

De Britse minister van Financiën Rishi Sunak heeft bekendgemaakt dat de overheid 80 procent van de salarissen van werknemers van bedrijven betaalt als werkgevers hen op non-actief plaatsen in plaats van te ontslaan. De directie van Liverpool wilde daarvan gebruik maken, voor medewerkers achter de schermen en in het stadion.

Vreemd, vond een prominente supportersvereniging. John Henry, de Amerikaanse zakenman achter Fenway Sports Group, is miljardair. Bedrijven die miljoenen ponden winst boeken zouden niet heel snel moeten terugvallen op belastinggeld, maar hun verantwoordelijkheid moeten nemen, aldus de supporters, die zichzelf Spirit of Shankley noemen, naar Bill Shankley, trainer van Liverpool in de jaren zestig en zeventig én overtuigd socialist. Uiteindelijk gingen de eigenaren door de bocht. Net als Manchester City blijft Liverpool de werknemers gewoon doorbetalen, ook al ligt het voetbal stil.

Sport en het echte leven

Als de pubs in de straten rondom Anfield ooit weer open gaan, zullen de stamgasten van The Albert en Arkles achter een pint zich toch even achter de oren krabben. Voetbal is doorgaans zo fijn omdat het een afleiding biedt aan het dagelijkse bestaan. Een doelpunt vieren is even geen zorgen over je werk, je huwelijk, je studie. Maar de momenten waarop sport en het echte leven samenkomen worden altijd herinnerd. Oudere aanhangers kunnen verhalen over 29 mei 1985.

Toen stond Liverpool samen met Juventus op het veld van het Heizelstadion in Brussel voor de finale van de Europa Cup 1. Toen rellen uitbraken, kwamen 39 mensen, vooral Italiaanse fans, om het leven. En vier jaar later, tijdens een bekerwedstrijd in het Hillsborough-stadion in Sheffield tussen Liverpool en Nottingham Forest, stierven 96 fans.

Nu zijn er meer doden te betreuren, mogelijk tienduizenden alleen als in het Verenigd Koninkrijk, en is de relatie tussen ramp en voetbalclub anders. Toch lijkt Liverpool wederom een abonnement op het noodlot te hebben.