Opinie

Lieve dichters, houd uw coronakunst voor uzelf!

Foute poëzie Verwerpelijke dichters die nu zorgzaamheid uitdragen, kunt u beter niet lezen, vindt Delphine Lecompte.

Met een grote muurschildering brengen drie kunstenaars in Heerlen een ‘ode aan de helden in de gezondheidszorg’.
Met een grote muurschildering brengen drie kunstenaars in Heerlen een ‘ode aan de helden in de gezondheidszorg’. Foto MARCEL VAN HOORN/ANP

Eerst en vooral: mijn welgemeende excuses voor de misleidende kop. Die moet natuurlijk luiden: „Lieve dichters, schrijvers, muzikanten, acteurs, operazangers, minderjarige fagottisten, necrofiele tegelleggers, incestueuze imkers, Bulgaarse laminaatverkopers, sjamanistische touwslagers, bipolaire garnalenpellers, houd uw coronamisbaksels voor uzelf!”

We zijn dus in de greep van een kinderachtig virus en moeten zoveel mogelijk binnenblijven. Voor mij verandert er niets: isolatie, armoede en ontreddering zijn reeds vier decennia de hoofdingrediënten van mijn bestaan. Dat mijn promiscuïteit en kleptomanie voorlopig op een laag pitje staan vind ik jammer, maar ze komen wel terug (with a vengeance).

Maar ik merk dat veel mensen die verslaafd zijn aan aandacht en applaus en complimenten over hun weelderige haardos en/of excentrieke kledingstijl het nu heel moeilijk hebben. Ik zal mijn pijlen richten op de dichters, omdat ik er zelf een ben. (Nota bene: de listige redactie heeft me gevraagd om namen van Nederlandse dichters te noemen, maar het leven is al moeilijk genoeg zonder semi-invloedrijke vijanden zoals Ingmar Heytze, Martje Wijers, Dean Bowen, en vooruit… Erik Jan Harmens.)

Goede en verwerpelijke dichters

Er bestaan twee soorten dichters: een goede soort dichters en een verwerpelijke soort dichters. De goede soort dichters schrijft in een kleine beschimmelde huurwoning uiterst rauwe ziekelijke subversieve gedichten over zijn/haar ouders en over zijn/haar perversies. Buiten staat een imbeciele vogelwichelaar te kwijlen op de vensterbank.

Lees ook: Radna Fabias wint Grote Poëzieprijs

De goede soort dichters vindt ambitie een lelijke woord, kent The Ancient Mariner uit het hoofd, smacht om half tien ’s ochtends naar die eerste slok vermouth, weet niet wie de Cees Buddingh’-prijs 2019 won, zit niet op sociale media, en mikt niet op de lach van het publiek, want de goede soort dichters schrijft niet voor een publiek. De goede soort dichters schrijft om gered te worden van zichzelf. De goede soort dichters heeft drie dermatologen, zeven drugdealers, en vijftien ontmoedigde psychologen.

Dan de verwerpelijke soort dichters: de verwerpelijke soort dichters bevindt zich op een podium, verbluft het publiek met holle nietszeggende pseudofilosofische pamfletten, gebracht met zo veel branie en zelfvertrouwen dat het niemand in het publiek kan kwalijk worden genomen even verbluft te zijn (tot de voordracht voorbij is en het publiek beseft: geen enkele regel is me bijgebleven, geen enkel beeld heeft me getroffen), de verwerpelijke soort dichters schrijft zijn vulgaire studentikoze misbaksels in functie van een optreden, de verwerpelijke soort dichters heeft bijna altijd een geliefde met een conventionele job, een groot huis, een financieel vangnet, Ierse setters met stamboom, en over het paard getilde kinderen.

Burgerman

De verwerpelijke soort dichters heeft drie kleermakers, zeven pooiers, en vijftien glunderende impresario’s. De verwerpelijke soort dichters is een opportunistische burgerman die zich op het podium voordoet als schuimbekkende anarchist.

De verwerpelijke soort heeft het momenteel erg moeilijk: alle podia zijn tijdelijk opgeheven. Wat nu?!

Wel, er is helaas het internet, en dus kan de verwerpelijke soort dichters onder het mom van verbondenheid en zorgzaamheid zijn/haar corona misbaksels de wereld in sturen. Mag ik u vragen om die misbaksels niet te lezen? Mag ik u vragen om (bijvoorbeeld) de prachtige gedichten van Koenraad Goudeseune, Mark van Tongele, of Annemarie Estor te lezen?

En dan zou ik graag eindigen met een welgemeende fuck you aan de geriatrische kwal Neil Diamond: niemand zat te wachten op een coronaversie van je melige snertnummer Sweet Caroline! Gelukkig kwam er net op tijd soelaas van het geriatrisch baken Bob Dylan. Die bracht twee weken geleden een nieuwe single uit: Murder Most Foul, een nasale par(ab)el over de moord op JFK.

Na de seks

En dan ga ik nu een niet-essentiële verplaatsing wagen naar de Annuntiatenstraat nummer 13, waar mijn nieuwe geliefde (Frank, de voormalige vrachtwagenchauffeur) woont en waar hij mij in de watten zal leggen met zijn vredespijp en met zijn zeeflepel. Wellicht zal ik tijdens die niet-essentiële verplaatsing het zakhorloge van een dementerende orgeldraaier stelen, en de marsepeinen ringstaartmaki van een morbide leeuwentemmer, en de pluchen kerkuil van een roodharige betonvlechter met te veel noten op zijn zang. Na de seks zal ik een gedicht schrijven over de analfabetische jongenshoer, de norse lamaverzorger, en de bedeesde zeepzieder. Er zullen okapi’s, masturbatie met een diepvrieskreeft, op hol geslagen waarzegautomaten, brandstichtingen en kannibalisme in voorkomen. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.