‘Ik heb gewoon bijna een advocatensalaris’

Dit ben ik Iedereen heeft verschillende identiteiten. Hoe worden we wie we zijn? Deze week: Mo Talbi (36).

Foto David van Dam

‘Elke dag is voor mij een feestje. Live life to the max, dat is mijn motto. Ik heb een prachtige vrouw, fijne kinderen die het goed doen op school. En mijn installatiebedrijf loopt goed. Ook nu. Mensen zijn thuis en doen achterstallig onderhoud.

„Langdurig somber ben ik nooit, maar iedereen kent tegenslagen. Ik ook. In 2013 ging mijn bedrijf failliet. Juist toen het in de rest van Nederland beter ging na de crisis van 2008. We kregen opeens heel veel concurrentie omdat grote bedrijven ook kleine klussen gingen aannemen.

„Hoe ga je daarmee om? Dat is de vraag. Ik herstel snel. Ik kreeg een aanbod om in loondienst te komen werken. Kon ik in de luwte bijkomen. Oppakken. Gas geven. Na een paar jaar dacht ik: ik probeer het weer.

„Ik zat op een katholieke, witte basisschool. De school waar ik heen zou gaan, was vol. Achteraf bleek het een geluk. Ik kan met iedereen omgaan. Ik ben een kaaskop én een Marokkaan. Mijn vriendenkring is groot en breed. Alles zit erin – van heel rechts tot heel religieus. Van politieman tot jurist. Ik kan met iedereen die leuk is lachen.

„Met die rechtse vrienden heb ik wel discussie. Vaak over dezelfde onderwerpen. Over vluchtelingen bijvoorbeeld. Dan zeg ik: We gaan eerst in Syrië en Irak bombarderen en dan willen jullie de mensen bij de grens tegenhouden als ze hierheen komen. We hebben afgesproken: we blijven in gesprek en worden niet boos. Ik vind het soms wel vermoeiend.

„Ik ga naar de moskee, maar niet regelmatig. Vooral met feestdagen. Ik vast wel tijdens ramadan. Het geloof geeft me rust. Als ik bid, voel ik me zen. Ik haat de negativiteit rond moslims. Die vreselijke tramschutter uit Utrecht, dat is zo slecht voor het imago. Zo’n gruwelijke daad heeft niets, helemaal niets met het geloof te maken.

„Ik ben een streber. Wil altijd de beste zijn. Vroeger met voetbal. Ik stapte al snel over op krachttraining. Ik ben de oudste thuis. Mijn twee broertjes en twee zusjes hebben daar vroeger wel om moeten zuchten, denk ik.

Mijn vriendenkring is groot en breed, van heel rechts tot heel religieus. Ik kan met iedereen die leuk is lachen.

„Mijn vader kwam naar Nederland om te werken. De familie van mijn vader ontmoette de familie van mijn moeder in het vliegtuig. Ze zijn in Nederland getrouwd. Mijn vader werkte jarenlang in een staalfabriek. Bijna alle Marokkaanse gastarbeiders uit Gouda werkten daar. Mijn moeder was thuis. Ik heb nooit rondgehangen. Ik begon op mijn zestiende met werken. Als je dan ’s avonds thuis komt, ga je niet buiten hangen. Je wil op tijd naar bed, want morgen moet je weer. Zouden meer jongeren moeten doen.

„Je hebt in de installatietechniek ontstellend goede vakmensen. Maar ze zijn niet altijd even sociaal vaardig. Ik wel en dat werkt in mijn voordeel. Een positieve vibe. Daar houden werkgevers van. Als ik op een bijeenkomst ben, komt het werk naar me toe. In het begin dacht ik: ‘Ho, is het zo makkelijk?’

‘Rutte heeft ooit gezegd dat Mohammed zich moet invechten. Dat heb ik gedaan. Ik wist al jong dat ik met mijn handen wilde werken. Een van mijn leraren, Hans van Zutphen, zag dat. Lassen, niet te heet, niet te koud. Ik kijk één keer, en ik kan het. Hij stimuleerde me. Hij zei: Mo, als je geld wilt verdienen, moet je loodgieter worden. Ik begon met klusjes in zijn bedrijf. Een soort stage. Daarna heb ik bij twee bedrijven het vak geleerd.

„Bij het tweede bedrijf kreeg ik een brede opleiding. Daar heb ik nu profijt van. Binnen de installatietechniek kan ik alles aannemen. Ik ben partner bij loodgieter.nl. Ik heb zes mensen voor me werken. Zzp’ers. Mijn vrouw doet de planning.

„Het is heerlijk werk. Je werkt voor jezelf, geen chef die meekijkt of je het wel precies doet zoals hij wil. En je kan echt een goede uurprijs verdienen. Een advocatensalaris bijna!

„Ik hou van mooie spullen. Van luxe. Als je goed verdient, mag je het ook uitgeven. Ik heb een mooie auto. Ik koop mooie kleding. Ik ga graag eten in een goed restaurant. Of naar een feest. De meeste Hollandse mannen zien er niet uit. Die dragen kleding omdat ze het anders koud hebben. Ze hebben één paar schoenen, die dragen ze tot ze op zijn. Ik heb veertig paar. Je kan per gelegenheid variëren. Nederlandse vrouwen? Die deden de laatste jaren een paar stapjes vooruit.”