Hij genoot als anderen het goed hadden

De laatste bladzijde In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Ton Ramaker (1942-2020), clown en gezelligheidsdier, begeleidde eenzame uitvaarten.

Foto boven: Ton Ramaker en dochter Sandra als circus-act in 2002. Foto links: Ramaker in 2020.
Foto boven: Ton Ramaker en dochter Sandra als circus-act in 2002. Foto links: Ramaker in 2020.

Bij zijn crematie moest het leven gevierd worden, gebood het achtergelaten mapje met laatste wensen: lekker eten, een borrel en mooie verhalen. Maar bij het afscheid van Ton Ramaker, die zelf jarenlang ‘eenzame uitvaarten’ in Maastricht begeleidde, konden door de corona-uitbraak alleen zijn vrouw, zijn dochters, hun partners en de kleinkinderen aanwezig zijn.

„Mijn moeder vond mijn vader vrijdag 13 maart na haar middagslaapje dood op zijn stoel”, zegt dochter Sandra Ramaker. „Die middag zei de uitvaart-ondernemer dat er maximaal honderd mensen bij de uitvaart aanwezig konden zijn. Een dag later mochten dat er hooguit dertig zijn. Na een nieuwe aanscherping moest het beperkt blijven tot de nabije familie.”

Zijn leven lang had Ton Ramaker graag mensen om zich heen. Hij werd midden in de oorlog geboren als oudste kind van een vader van het type twaalf ambachten, dertien ongelukken, en een moeder die huisvrouw was en later nog zou bevallen van een jongen en twee meisjes.

Ramaker groeide op aan de rand van de Amsterdamse binnenstad. Toen hij een jochie van een jaar of zeven was, verleidden andere straatschoffies hem tot het meedoen aan schuitje springen bij de Magere Brug. Op een zeker moment haalde de kleine Ton, die niet kon zwemmen, de andere boot niet. Een toegesnelde dekknecht moest hem uit de Amstel redden.

Van kinds af aan was hij gebiologeerd door spektakel. Opa van moeders kant reisde kermissen af met poffertjes en andere attracties, en trad op als boeienkoning. Van hem erfde Ramaker wat goochelspullen. Hij leerde een paar trucs en begon zijn eigen circus. De straatkinderen betaalden entree, waarvoor ze ook een glaasje ranja kregen. Ramaker was ook degene die wist hoe je gratis naar binnen kon glippen bij Artis en Carré.

Ton in 2020.

Zijn brood zou hij later verdienen op de personeelsafdelingen van diverse ziekenhuizen in de Randstad, bij het ministerie van VROM, bij de Arbeidsinspectie in Maastricht. Maar daarnaast trad hij op, onder meer als clown Antonio en fakir Ali Ben Rama. Aanvankelijk alleen, later samen met zijn dochters Femke en Sandra, vanaf hun zevende en vijfde. De laatste: „Het was echt een uitlaatklep. Hij genoot van de aandacht en kon al zijn creativiteit erin kwijt.” Thuis versierde hij het leven net zo goed. „Als vader zat hij vol gekke invallen. Onze moeder en hij vormden een twee-eenheid. Hij kookte sinds zijn vervroegd pensioen elke dag, voor iedereen à la carte. Hij genoot als anderen het goed hadden.”

„Het was een feest om bij hem te eten”, vertelt Kees Stokvis, die een halve eeuw geleden met Ramaker bevriend raakte toen hij zijn onderbuurman was. „Ton was een zeer empathische man die me van alles leerde: of het nu ging om klussen of om boeken.”

Na zijn pensionering ging Ramaker uitvaarten begeleiden voor het Humanistisch Verbond. Hij trok zich het lot aan van de mensen die in eenzaamheid overleden. Stokvis: „Dat paste bij zijn afkeer van onrecht.” Dochter Sandra: „Hij zette zich altijd al in voor mensen die het niet makkelijk hadden. En hij vond dat niemand alleen mocht gaan. Hij deed zijn best om hun afscheid” – ten overstaan van hooguit een aantal medewerkers van de uitvaartorganisatie – „alsnog persoonlijk te maken met mooie muziek, een stukje levensgeschiedenis en door hemzelf gekochte bloemen.”

Vanwege zijn leeftijd stopte Ramaker een paar jaar geleden met zijn werk voor het Humanistisch Verbond. Met het begeleiden van eenzame uitvaarten was hij graag nog doorgegaan. Het liep anders: de gemeente Maastricht vond dat de bestaande praktijk niet strookte met de nieuwe privacywetgeving. Een conflict met de gemeente was het gevolg. Sandra Ramaker: „In andere gemeenten gaan uitvaartbegeleiders zelfs mee op huisbezoek om te kijken of er nog iets persoonlijks is te vinden waarmee je wat kunt bij het afscheid.” In Maastricht mocht en kon dat niet, zegt ze. „Geen gegevens van gestorvenen op zijn computer. Geen kleine rouw-advertentie. Het conflict heeft mijn vader in één klap een paar jaar ouder gemaakt.”

Zijn eigen, kleine uitvaart had ondanks alle beperkingen toch mooie kanten, vindt zijn dochter. „Omdat het zo besloten moest blijven, hoefden we ons voor niemand groot te houden. We hebben met de familie zijn kist beschilderd, geproost met champagne op het feit dat wij bofkonten waren met zo iemand in ons leven en we hebben liedjes geluisterd met de kleinkinderen en de hond. Dat had-ie mooi gevonden. En dat feest om het leven vieren? Dat komt er straks alsnog.”