Reportage

Het net geopende restaurant verkoopt nu truien: ‘pure survival’

Gedwongen sluiting De horeca lijdt zwaar onder de coronacrisis. Nog pijnlijker is het als je restaurant net een week open was. Mede-eigenaar Géza Weisz: „Ik probeer te overleven.”

Het is rustig in de Amsterdamse binnenstad. Mensen blijven thuis, toeristen zijn er praktisch niet. De horeca wordt hard geraakt door de coronamaatregelen.
Het is rustig in de Amsterdamse binnenstad. Mensen blijven thuis, toeristen zijn er praktisch niet. De horeca wordt hard geraakt door de coronamaatregelen. Foto Co de Kruijf/HH

Wat een pech. Enkele weken voor de gedwongen sluiting van de horeca in Nederland openden enkele jonge ondernemers twee kleine restaurants in Amsterdam. „Ik voel me geen geluksvogel”, zegt Géza Weisz. „Ik laat mijn hondje uit in de zon en geniet, maar het doet ook ongelooflijk veel pijn. Omdat je weet dat zonder corona een gigantisch terras vol had gezeten.”

Weisz is acteur en begon een jaar geleden met horecaman Tijn Verstappen een restaurant in de Amsterdamse Pijp, genaamd Oeuf. De menukaart wordt gedomineerd door ei. Het kleine restaurant liep zo goed dat ze besloten een tweede Oeuf te beginnen, in het centrum van de stad. De officiële opening was begin maart.

„Ik had er ontzettend veel zin in”, vertelt Sjors van de Haterd, bedrijfsleider van het tweede Oeuf-restaurant. „Ik vond het best spannend om te beginnen, heb getwijfeld of ik het risico zou nemen. Ik zit er met eigen spaargeld in. Maar het is zo’n ludiek concept en ik kon gaan werken met superleuke mensen. Mijn passie ligt bij de horeca en ik wilde het proberen.”

Nu kan hij weinig uitrichten. Maaltijden laten afhalen of bezorgen zit er niet in. „Dat kun je doen met een pizzeria, maar niet met een zaak waarvoor je elke dag verse producten als avocado moet inslaan.” Hij is veel thuis, concentreert zich nu op zijn masterstudie aan de universiteit van Tilburg.

Ziel en zaligheid

De restaurants zijn eigendom van Géza Weisz en Tijn Verstappen. Beiden openden een week voor de lockdown nóg een restaurant, Gertrude, in Amsterdam Oud-West. Ook dicht nu. Verstappen: „Het is een verdrietig gevoel. We hebben er ziel en zaligheid in gestoken. We zijn naar Frankrijk gereden om tafeltjes te halen en naar Gent om behang te kopen.”

De ondernemers moeten maar zien hoe ze hun investeringen terugverdienen. Veel geld is uitgegeven voor vergunningen en verbouwingen. Personeel krijgt doorbetaald.

Van de Haterd: „We hebben geen werk. Als bedrijfsleider voel je dan de druk. Mensen moeten ook hun huur kunnen betalen.” Als het goed is, vergoedt de overheid dat salaris uiteindelijk voor 90 procent.

De impact van de coronacrisis op hun leven is enorm, vertellen de ondernemers. Na een korte periode van volgens Géza Weisz „lichte paniek” besloten ze iets anders te doen: truien en shirts met het logo van Oeuf verkopen. Inmiddels zijn er enkele honderden afgenomen. „Pure survival”, zegt Van de Haterd. „Het is bedoeld om break-even te kunnen draaien, de vaste lasten te blijven betalen.”

Lees ook: Ondernemen in crisistijd: ‘We deden niks online. Tot nu’

Voedselbank

Ze hebben getwijfeld of ze, moreel gezien, truien mochten verkopen. Weisz: „Ik voelde me al enigszins bezwaard, want de mensen die deze truien kopen hebben het zelf ook zwaar. Ik heb bovendien een groot netwerk met veel volgers op Instagram, dat de gemiddelde restauranthouder niet heeft. Iemand reageerde met de vraag waarom ik als BN’er om steun vraag, terwijl complete gezinnen naar de voedselbank moeten. Van de andere kant: ik probeer te overleven.”

De meeste reacties zijn overweldigend. Weisz: „Ik was ontroerd door alle hulp van mensen om mij heen. Van vrienden tot vreemden die ons massaal zijn gaan steunen met het kopen van een trui. Zelfs mijn vriendin kocht er stiekem eentje vanaf de wc. Dat alles gaf me een warm gevoel.”

Tijn Verstappen: „Je merkt hoe begaan iedereen met ons is.”

De lange termijn is zorgelijk. De economie krijgt een knauw en de toeristen zullen misschien wel jaren wegblijven

Tijn Verstappen ondernemer

De restauranthouders zingen het nog wel enkele maanden uit, zeggen ze. De grootste zorgen maken ze zich over de verdere toekomst. Wat gebeurt er als de cafés en restaurants weer opengaan? Van de Haterd: „Zullen de gasten dan hutjemutje willen staan? Ik betwijfel of er niets verandert aan het gedrag van gasten.”

Verstappen: „Ik slaap nog goed, hoewel dat misschien te maken heeft met alle wijntjes die ik nu uit onze voorraad kan drinken. Maar de lange termijn is zorgelijk. De economie krijgt een knauw en ook de toeristen zullen de eerste maanden, misschien wel jaren, uit Amsterdam wegblijven.”

Bij alle zorgen om de economie piekeren de ondernemers het meest over hun naasten. Ze zijn vooral bang dat hun ouders door het coronavirus worden getroffen. Verstappen: „Als ik niet slaap, dan is het omdat ik bang ben dat mijn moeder, die toch al een zwakke gezondheid heeft, corona oploopt.” Weisz: „Als ik moest kiezen tussen het verlies van alles wat ik heb of de gezondheid van mijn ouders, dan is de keuze snel gemaakt.”