Opinie

Helaas mijnheer, het leven is nu op rantsoen

Triage De vraag wie dood moet op welke leeftijd en wie nog even mag, is geen zaak voor medici onder elkaar, maar een die de hele maatschappij aangaat, meent
Illustratie Lynne Brouwer

Iedereen piekert op zijn eigen manier over corona. Oude mensen zijn vermoedelijk sterk geïnteresseerd in het zwarte scenario. Boven de 70? Geen plaats in de IC als de nood aan de man komt. Eerst natuurlijk de 90-plussers, en als die op zijn de tachtigers. Dan kom je al snel bij 87, toevallig mijn leeftijd.

Soms denk ik: ach, zo zwart is het niet. Op een gewone dag sterven al 450 mensen, dus het gaat om de extra aantallen. Griep kun je beschouwen als een natuurlijk proces, in de zin dat veel mensen die toch het loodje zouden leggen dat nu vervroegd doen. Vervroegd aflossen van een schuld – maar aan wie, aan de Here? Het is logisch te denken dat als nu veel ouden en zwakken de geest geven, dat tot lagere sterftecijfers in de toekomst leidt.

Boven de 70. Opmerkelijk is dat ik rare dromen krijg. Meestal eng want dromen zijn voornamelijk vertalingen van angst en vrees. Het lijkt alsof geluk en succes geen dromen nodig hebben. Ik denk dat nachtmerries ooit een waarschuwende functie hadden. Zoals bij apen die in bomen slapen en gevaar lopen te vallen: val niet te diep in slaap want het kan je je leven kosten.

In huis hangt een achterliggende sloomheid, een afwachten. Het begrip begint te dagen dat wij beiden met dat virus besmet zijn geweest, maar dat is niet zeker. In zekere zin is het een opluchting, want wie zou dat niet willen, corona te hebben gehad? Bij de één heeft het zich helaas hardhandiger aangemeld dan bij de ander, hoewel niemand koorts had. Ik voelde alleen landerigheid en vaagheid in de kop – meer dan normaal. Herstel, lichamelijk en in levenslust, zal nog wel even duren. Het gaat er dus om het sein-veilig af te wachten.

De omzichtigheid van conflictbeheersing is waarneembaar in het huiselijk verkeer. Dat geeft het samenleven iets toneelmatigs, want men moet nieuwe rollen gaan ‘internaliseren’. Voor mij geduld en zorg, voor haar accepteren dat niet alles volgens de regels van reinheid verloopt.

Het is fascinerend om die briefings te volgen op televisie, maar het is moeilijk om de eigen positie te bepalen. Bekijk je het als toeschouwer, als patiënt, als mogelijk ter dood veroordeelde oude van dagen?

Euthanasie in de aanbieding

De ironie: tot maart dit jaar was het ingewikkeld om euthanasie te krijgen, nu is die in de aanbieding. Er is sprake van triage: de keuze wie behandeld wordt en wie niet. Daarover zijn mooie oorlogsfilms gemaakt en het lijkt alsof de artsen niet terugschrikken voor hun rol als God.

De medisch geschoolde dochter zegt: „What’s new?” Het gebeurt ook in normale tijden op grote schaal en zonder ophef. Als het goed is wél na overleg met de familie, en op medische gronden: heeft behandeling nog zin ja of nee. Maar wat betekent ‘medische gronden’? Veel ouderen overlijden na een heupoperatie, dus is het beter om niet in te grijpen want de prognose is slecht. Hoe slecht?

Iets subtieler is of je een kostbaar medicijn moet geven voor drie maanden levensverlenging. Doorslaggevend is vaak het oordeel over de ‘kwaliteit van leven’ na een behandeling: subjectiever kun je het niet krijgen. Er zijn mensen die ondanks pijn en misère elke seconde van het leven willen ervaren, anderen denken dat God het einde wel zal bepalen en dat leed zin heeft. Als verstandige samenleving regel je dat, de religies hebben tenslotte veel eeuwen ervaring in het bedenken van redenen en drogredenen.

Nu is er een nieuwe situatie. Alle kalmerende uitspraken ten spijt gaat het om een soort semi-darwinistisch ingrijpen: wie laten wij sterven of niet? ‘Semi’, want de eerste boodschap van politici is dat de zwakkeren in de samenleving beschermd moeten worden en zo lang mogelijk moeten leven. „Wij laten jullie niet in de steek”.

Lees ook deze reportage: ‘Niet alleen coronapatiënten zullen sterven’.

Wilt u naar de IC of niet?

Maar natuurlijk laten wij mensen zo nodig in de steek. Ik hoorde dat in sommige artsenpraktijken ouderen worden gebeld met de vraag: Als het zo ver is, wilt u dan naar de IC of niet? Ik vind dat niet vriendelijk, een beetje té pro-actief.

Mijn hele leven ben ik het er mee eens geweest (op hoogstaande morele en ethische gronden) dat ouden van dagen hun lolletje wel hebben gehad. Zelfs als gezonde 87-jarige die de boomgaard maait en met de kettingzaag zo nodig een oude iep omlaag haalt, was ik het eens met het principe: niet tot last zijn, verlaat het feest op tijd.

Tot eind maart. Toen drong tot mij door: hé, dit gaat over jou. Over dit lijf, zestig liter water en 25 kilo vastere stof – als je die verbrandt blijft er maar anderhalve kilo as over die krachtig samengeperst zelfs geen mini-diamantje oplevert. Het gaat over al die mooie gedachten, de boeken die nog gelezen moeten worden, over de hond en de familie.

Helaas mijnheer, leven is nu op rantsoen en niet ieder krijgt zijn deel.

Dat wekt niet zozeer angst als wel verbazing. Mag dat zo maar? Zeggen: deze persoon heeft zijn portie wel gehad?

Wat blijft er over van de autonomie, de zelfbeschikking, het shared decision making waar de medici zo veel werk van maken? Als er nog tijd is komen uiteraard alle argumenten op tafel: intuberen is niet leuk, drie weken in coma ook niet en je komt er vaak slecht uit. Aarzelend zegt een arts: voor de familie is het ook zwaar. Bovendien is de medische argumentatie gebaseerd op gemiddelden, maar niet voor niets noemden zij en wij het lang geneeskunst. Elke ervaren arts kent wonderbaarlijke genezingen en diepe ontroering over hoe getormenteerde patiënten nog zinvol van het leven genoten. Daar kun je als manager geen beleid op baseren, maar in een abstract gesprek over ethische beslissingen zoek je nu eenmaal de extremen.

De extremen. Als humanist, dus in alle redelijkheid ben ik bereid om zo nodig mijn IC-bed af te staan. Ik vind het wel lullig als dat niet een ideaal dient maar komt door een gebrek aan mondkapjes. Daarnaast kwelt de vraag: voor wie doe ik het en mag ik daar nog iets over zeggen? Nee dus, men moet geen vragen stellen waarop geen antwoord mogelijk is.

Aan wie sta ik IC-bed af?

Een persoon die een nier afstaat, wil graag weten aan wie. Zo zou een gedoemde bejaarde coronalijder willen weten: voor wie wil ik niet naar de intensive care? Nobele en slechte gedachten borrelen op. Overal vergaderen artsen om richtlijnen op te stellen. Drie specialisten worden uitverkoren om de beslissingen te nemen. Jong, oud, gezin, kinderen, maatschappelijk belang? Te veel gedronken, te dik wegens chips en chocolade bokkepootjes? Nobelprijswinnaar?

Het is een onaangenaam debat. In het begin ethisch, als de nood hoger wordt praktisch, en tenslotte gaat het ook over geld. Ik vind dit geen zaak voor medici onder elkaar. Dat is geen motie van wantrouwen; hun integriteit staat boven twijfel. De last is zwaar voor die artsen en zij hebben morele steun nodig. Maar de vraag wie dood moet op welke leeftijd en wie nog even mag is een zaak die de hele maatschappij aangaat en is een openbaar debat waard – nu het nog kan.