Reportage

Gevangenen moeten bij klachten ook in ‘thuisisolatie’

Serie | Cruciale beroepen

In de gevangenis gelden nu nog strengere regels. Om te voorkomen dat ‘de boeven’ gaan muiten, krijgen ze soms een extraatje, zoals een pakje shag.
Gevangenismedewerkers Frank, Hans en John, bij Het Justitieel Complex Zaanstad.
Gevangenismedewerkers Frank, Hans en John, bij Het Justitieel Complex Zaanstad. Foto Ilvy Njiokiktjien

Al dertig jaar werkt John in het gevangeniswezen. De penitentiair inrichtingswerker – „in de volksmond gewoon cipier” – van het Justitieel Complex Zaanstad (JCZ) heeft zo zijn eigen manier van omgaan met de gedetineerden. Wenst hij iemand goedemorgen, dan geeft hij ook een hand en een schouderklopje.

Althans, tot een paar weken geleden de maatregelen tegen verspreiding van het coronavirus werden ingevoerd. „We zijn ons heel erg bewust van die anderhalve meter, we doen er alles aan om die in acht te nemen.” Maar, voegt de eindveertiger toe, dat lukt niet altijd. „Onze ruimte hierbinnen is beperkt.”

Net als andere gevangenismedewerkers in dit artikel mag John van zijn werkgever alleen met zijn voornaam genoemd worden. Ook hun precieze leeftijd wordt om die reden niet vermeld.

Net als in de supermarkt staan in de gevangenis strepen op de grond die de vereiste afstand weergeven. Er wordt vaker schoongemaakt en vier gedetineerden – ‘de reinigers’ genoemd – ontfermen zich nog eens extra over alle deurknoppen. John: „We hebben hier nogal wat deuren.”

Wie er een geintje van maakt, wordt serieus aangesproken. Dat werkt twee kanten op. „De gedetineerden verwachten ook van ons dat wij ons buiten echt aan de maatregelen houden, want wij kunnen het virus binnenhalen.”

Het JZC heeft plek voor 892 mannelijke gedetineerden; 750 van die plekken zijn bezet. De gedetineerden wonen verspreid over vier clusters, genoemd naar de windstreken, die weer verdeeld zijn in afdelingen van 24 cellen, zowel voor één persoon als voor twee personen. Daarnaast zijn er nog zo’n 120 gedetineerde psychiatrisch patiënten, mannen en vrouwen, in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum, dat in hetzelfde pand zit. Het JCZ heeft 852 medewerkers.

In Nederlandse gevangenissen zijn nu drie besmettingen bekend met het coronavirus; één in de PI Haaglanden, twee in het Justitieel Complex Schiphol.

Lees ook : Gevangenis is nu echt afgescheiden van de buitenwereld

Tien minuten skypen

„De gedetineerden hebben nu een sober programma”, vertelt John aan de telefoon. „Ze mogen niet meer van hun eigen afdeling af voor sport of om te werken. Dat is een behoorlijke opgave voor die jongens.” Mensen van buiten, of het nu journalisten zijn of familieleden van de gedetineerden, mogen niet meer naar binnen. „Ga er maar aan staan als je je vrouw en kinderen niet kunt zien. We hebben nu twee iPads per afdeling en daar kunnen ze tien minuten per dag mee skypen. Dat doen we voor de mannen zelf, maar ook voor de rust en orde.”

Daarom ook zijn de medewerkers van het JCZ nu iets flexibeler, zegt Hans, die hoofd is van verschillende afdelingen binnen een cluster. „We geven bijvoorbeeld af en toe een pakje shag weg. Dat deden we nooit, maar je wilt het leefbaar houden.” Want het is niet alleen het sociale aspect van het bezoek dat de gedetineerden ontberen – ook de hasj wordt gemist. Hans: „Er is geen bezoek, dus er komt ook geen hasj binnen. Dat mag natuurlijk ook niet, maar het gebeurt wel. Het geeft een aantal gedetineerden ontspanning.”

Wat kunnen de cipiers doen om te voorkomen dat mannen gefrustreerd of zelfs agressief worden van de beperkingen? Praten, zegt John. „We werken iedere dag om zoveel mogelijk in gesprek te blijven. De kopjes beginnen nu wel te hangen en je weet niet wanneer dit eindigt. We overleggen veel: wie heeft er wat extra’s nodig?” Dat kan dus shag zijn, maar ook een tafeltennistoernooi op de afdeling. En een paar dagen geleden maakten de gedetineerden van cluster West een kleurig spandoek voor aan het hek van het JCZ: „Wij blijven binnen, jij toch ook?”

Gedetineerden missen niet alleen het bezoek, maar ook de hasj die dat bezoek soms mee naar binnen smokkelt

Als voorzorgsmaatregel komt er in het weekend een extra medewerker bij. Hans: „Normaal staan we dan met z’n tweeën op een afdeling. Nu de lontjes wat korter zijn, moet er iemand bij.” Het afdelingshoofd vindt het ook vervelend als „de boeven” elkaar te lijf gaan, maar de veiligheid van het personeel staat voorop.

Tot nu toe ervaren ze nog weinig weerstand, zegt Hans. „Er is een kleine groep die in de contramine gaat. Bijvoorbeeld door anderen tijdens het luchten op te stoken om niet meer naar binnen te gaan. Maar vaak corrigeren de mannen elkaar.”

De medewerkers lichten de gedetineerden ook in over de maatregelen. Het nieuws kunnen ze gewoon via kranten en tv volgen, maar het beleid van de gevangenis wordt hun persoonlijk medegedeeld en op A4’tjes over de afdeling verspreid. „Meer dan de helft van de gedetineerden is niet-Nederlandstalig. Met Engels kom je een heel eind, maar vooral de mannen uit Oost-Europa begrijpen dat niet altijd. Dan gebruiken we Google Translate, of helpt een andere gedetineerde met de vertaling.” Soms wordt een vertaalbureau ingeschakeld.

„Het vergt veel aanpassing”, vertelt justitieel verpleegkundige Frank, eveneens werkzaam in Zaanstad, over zijn werk onder deze omstandigheden. „Normaal gesproken komen gedetineerden met klachten bij ons langs op de huisartsenpost. Nu gaan wij juist naar de afdeling. Niet-urgente zaken moeten even wachten.”

Ook de medische intakeprocedure van nieuwe gedetineerden is aangepast. „Op infectieziekten als tbc en hepatitis controleren we altijd al. Nu vragen we ook uit welke streek de gedetineerde afkomstig is en of hij zieke mensen in zijn omgeving had.” Daarnaast wordt de temperatuur van nieuwkomers gemeten.

Mocht iemand griepklachten krijgen, dan gaat hij, net als in de rest van het land, in ‘thuisisolatie’. Hij blijft in zijn eentje in een cel, komt onder toezicht van de medische dienst te staan en gaat pas uit de cel als hij meer dan 24 uur klachtenvrij is. Frank: „Bij gedetineerden die ouder of lichamelijk kwetsbaar zijn, houden we ook een vinger aan de pols. Gewoon even wat vaker langslopen en vragen: hoe gaat het nou met je?”