Opinie

Dit is nog maar het begin

In Europa

De burgemeester van Breisach, een Zuid-Duits stadje aan de Franse grens, heeft bordjes laten maken met de tekst ‘Medisch personeel – ik werk in Breisach voor uw gezondheid’. Die bordjes kunnen Franse artsen en verpleegkundigen op hun dashboard zetten als ze naar hun werk in Duitsland rijden. Sommige Duitsers hebben namelijk plotseling de neiging om te gaan schelden als ze een Frans nummerbord zien. Ze zien Elzassers als virusdragers.

Gelukkig hebben Duitse ziekenhuizen ook tientallen patiënten opgenomen voor wie in overvolle Franse ziekenhuizen geen plaats was. Zwitserland, dat hard getroffen is maar bedden vrij heeft, doet hetzelfde. Dit is spontaan geregeld, na één e-mail van een Franse ziekenhuisdirecteur die het niet meer aankon. Uren later begonnen de eerste ziekentransporten.

Die scheldende Duitsers in Breisach zijn dus niet het hele verhaal. Toch zie je aan dit soort incidenten hoe snel mensen in crisistijd in stereotypen vervallen. En zich achter nationale muren verschansen. Het zit er diep in.

Stel je voor dat Nederland en Italië aan elkaar zouden grenzen. Je moet er niet aan denken, nu. Italianen staan als één man achter premier Conte, die geen eurobonds krijgt van Nederland. En als je in Nederland kritiek hebt op het Nederlandse standpunt, krijg je het verwijt dat je ‘het land beschadigt’. Eén crisis, en Italianen zijn weer allemaal ‘lui’ en Nederlanders weer allemaal ‘gierig’.

Dit is nog maar het begin. De werkloosheid explodeert, overal. De wereldhandel is met 32 procent gekelderd. In 2009, het vorige dieptepunt, was het ‘maar’ 12 procent. Frankrijk en Duitsland zijn in recessie, met de ergste economische contractie sinds 1945.

In bange tijden maken politici die in het Europees belang handelen zich niet meteen populair. Burgers willen horen dat hún belangen in hún land gewaarborgd worden. Laat die luie Italianen of gierige Hollanders maar stikken. Voor politici is het dus makkelijker om voor het nationale kortetermijnbelang te gaan. Ook daarom liepen Europese onderhandelingen afgelopen weken zo stroef. De hele natie kijkt de premier of minister op de vingers. Houdt die zijn poot stijf, dan is hij een held. Dit is scoren voor de Contes, de Ruttes en de Hoekstra’s. Hoe Europeser de politiek wordt, en dit ís zo’n moment, hoe nationaler politici zich gedragen.

Maar op lange termijn is geen land hierbij gediend. Integendeel, deze tijden vragen om Europese compromissen. Wij hebben Europese structuren nu meer nodig dan anders. Als we samen met anderen de brand uittrappen, komen we er beter uit dan als ieder het voor zich doet. Zeker Nederland, dat als klein exportland middenin Europa enorm profiteert van de interne markt. Die garandeert onze voedseltoevoer, geeft Nederlandse producten een gigantische afzetmarkt en zorgt ervoor dat de Nederlanders meer dividend uit Oost-Europa naar huis halen dan wie ook.

Als er één moment is waarop politici dit grotere verhaal moeten vertellen, is het nu. We hebben politici nodig die de boel kalmeren, niet ophitsen. Politici die zorgen dat de gierende nationale adrenaline, die angst aanjaagt, wordt omgezet in dopamine, een stofje dat ons helpt naar de toekomst te kijken en plannen te maken.

Deze crisis gaat dingen veranderen. Economisch, sociaal, ecologisch. Helder nadenken is geboden: wat moet er anders, hoe leiden we dat in goede banen? In 1944 schreef de Britse ambtenaar William Beveridge een rapport dat de basis vormde voor wat toen een sociale revolutie was: de naoorlogse verzorgingsstaat. Het gaf richting, hoop en gerechtigheid. Er werden 500.000 exemplaren van verkocht. Ook in andere West-Europese landen plaveide het Beveridge-rapport de weg naar de naoorlogse verzorgingsstaat.

Politici: door Italië te schofferen haal je de krant, maar met een goed plan voor de toekomst haal je de geschiedenisboekjes.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.