IC-artsen in Amsterdam en Assen: ‘De meeste mensen denken: iemand zal het wel oplossen’

Dagboek intensive care Voor het eerst sinds de corona-uitbraak daalt het aantal patiënten op de IC. Twee intensivisten over een week die meeviel en over wat ze intussen van de nieuwe ziekte weten.

IC-medewerkers in Assen kregen van TeamNL koelvesten en een slush puppy-machine.
IC-medewerkers in Assen kregen van TeamNL koelvesten en een slush puppy-machine. Foto Kees van de Veen

In de loop van de week beginnen de intensivisten anders te klinken. Voorzichtig positief, wat opgelucht misschien zelfs. In het OLVG in Amsterdam zijn patiënten teruggeplaatst van de IC naar een gewone afdeling omdat ze weer zelf konden ademen. „Dat zien we voor het eerst”, zegt intensivist Bas van den Bogaard. „Twee patiënten gaan hard vooruit”, zegt Harald Faber van het Wilhelmina Ziekenhuis Assen (WZA). Eerder had hij nog verteld dat de toestand van de Covid-19-patiënten op zijn IC al zo’n twee weken vrijwel onveranderd was.

Rond de honderd nieuwe coronapatiënten per dag kwamen er begin april binnen op de Nederlandse intensive cares. Gevreesd werd dat het aantal bedden tot wel 2.400 zou moeten groeien. Deze week nam de toename „ongelooflijk” snel af, zei Diederik Gommers, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care, in de Tweede Kamer. Voor versoepeling van de coronamaatregelen mogen er nog hoogstens zevenhonderd coronapatiënten op de IC’s liggen, voegde hij eraan toe. Dat is half zoveel als deze week.

Voor Covid-19 is geen behandeling, de patiënt moet uitzieken. Als de longen het niet meer redden, is beademing noodzakelijk om te overleven. Dat geeft de intensive care een sleutelpositie in de coronabestrijding. Lockdown, social distancing: alles is erop gericht om te voorkomen dat mensen sterven doordat ze niet beademd kunnen worden.

Keuzes op de IC: Welke patiënt gaat voor, de jongere of de bejaarde?

Twee intensivisten, in Amsterdam en Assen, rapporteerden deze week dagelijks telefonisch over hun werk. Het OLVG heeft de coronazorg geconcentreerd op een van zijn twee locaties, die in Amsterdam-Oost. De verkoever, waar patiënten uitslapen na een operatie, is omgebouwd tot Covid-IC. In het WZA is een deel van de verkoever omgebouwd voor IC-patiënten zonder corona.

IC-afdelingen met Covid-patiënten wijken sterk af van ‘gewone’ IC’s, nog afgezien van de noodzaak om beschermende kleding te dragen. Normaal heb je een mix van patiënten, zegt Bas van den Bogaard: mensen die geopereerd zijn, mensen met een perforatie van de maag, een drugsvergiftiging, een steekwond. Covid-patiënten lijken op elkaar en liggen een groot deel van de tijd op hun buik. „Je moet elke keer goed de status openen en lezen. Familie mag niet komen. Dat is naar voor hen, maar ook lastig voor ons. Het is moeilijker om een band op te bouwen met de patiënt.”

 
Maandag, Assen

Matglas-achtige gebieden

In Noord-Nederland bleef het aantal coronapatiënten tot nu toe beperkt, Harald Faber zag vooral patiënten uit Brabant, Limburg en Gelderland. In de loop van maart zijn er zeven opgenomen op zijn IC. Zes mannen, een vrouw. De jongste is 49, de oudste 73.

Faber (58) had maandag het hele weekend dienst gehad. Eén patiënt ging wat achteruit, van een ander vielen de nieren uit. Via de Spoedeisende Hulp kwam op een ‘gewone’ corona-afdeling een man van 91 binnen die in Amsterdam naar een begrafenis was geweest. Gezien zijn leeftijd komt hij niet in aanmerking voor de IC.

Bij ‘verdachte’ patiënten duurt het minimaal twaalf uur voor de uitslag van de Covid-test er is. In Assen wordt daarom nu in plaats van een foto van de borstkas een CT-scan gemaakt, zegt Faber. „Op CT-scans van mensen met longontsteking zie je normaal een intens wit gebied; bij Covid-patiënten zie je matglas-achtige gebieden.”

Een ander kenmerk van deze patiënten is dat ze op de IC moeilijk in slaap te houden zijn, zegt hij. „Normaal geef je 150 milligram propofol per uur, zij hebben 300 à 400 milligram nodig. Daarbovenop krijgen ze midazolam. Met 5 milligram daarvan zijn andere patiënten strak in slaap, zij hebben 20 milligram nodig.” Twee van de zeven Covid-patiënten op de IC in Assen krijgen ook nog verslappingsmiddelen. Aan al deze middelen dreigt een tekort. „Wij hebben nog genoeg voor twee weken.”

Tot nu toe is één patiënt, uit Brabant, op de IC in Assen overleden. „Extra verdrietig was dat in die familie ook al anderen aan Covid overleden waren.”

Harald Faber woont niet ver van het ziekenhuis. Hij gaat met de auto als hij zijn zoons van zeven en vier naar school moet brengen en anders met de e-bike, dat is even snel. Zijn vrouw, longarts, werkt in een ander Drents ziekenhuis. Daar liggen zestien coronapatiënten op de IC.

Covid-patiënten op de IC: Omringd door marsmannetjes

 
Maandag, Amsterdam

Naamstickers op mutsen

De zoons van Bas van den Bogaard (41) zijn ook zeven en vier jaar, zijn vriendin werkt bij een bedrijf dat films uitbrengt in de bioscoop. Daar is wat minder te doen. „En ze begrijpen het belang van mijn werk. Dat is fijn. Zij kan veel bij de kinderen zijn, wat mij ruimte geeft om te focussen op mijn werk.”

Gewoonlijk telt OLVG locatie Oost zestien tot achttien IC-patiënten; nu twee à drie keer zoveel. Het absolute maximum is 58 bedden, heeft de raad van bestuur bepaald. „We zijn druk, we staan onder druk, maar we zijn niet in paniek”, zegt Van den Bogaard maandag. In het begin stond hij net als veel collega’s „niet te springen” om een isolatiekamer in te gaan waar iemand lag met een onbekende, besmettelijke ziekte. Maar tot nu toe zijn weinig collega’s ziek geworden. „Dat geeft vertrouwen.”

Ook in het OLVG zijn oudere Covid-patiënten (en mannen) in de meerderheid, al liggen op de IC ook twintigers en dertigers. Enkele patiënten zijn overleden. In heel Nederland overleden tot en met vrijdag ruim 380 Covid-patiënten op een IC, terwijl tot nu toe 164 IC-patiënten herstelden.

Op de Covid-IC zie je drie groepen, zegt Van den Bogaard. Een minderheid kan toe met een paar dagen extra zuurstof via een masker. Een grotere groep wordt geïntubeerd – via een buis aangesloten op een beademingsapparaat – en blijft minimaal twee weken aan de beademing liggen. Een laatste, kleine groep gaat ook na intubatie alleen maar achteruit. „Die overlijden soms al in de eerste weken.”

Het OLVG heeft patiënten uit Brabant overgenomen, maar zelf ook patiënten ‘uitgeplaatst’. Bedden zijn er genoeg, IC-verpleegkundigen niet. Net als veel andere ziekenhuizen is er een buddysysteem: elke IC-verpleegkundige krijgt twee bijgeschoolde hulpjes – verpleegkundigen of artsen van andere afdelingen – en kan dan drie à vier patiënten behandelen in plaats van een of twee. „Uit het hele ziekenhuis krijgen we hulp. Ook van plastisch chirurgen, traumachirurgen, kinderartsen.”

Het totale IC-team telt nu rond de tweehonderd mensen. Elke overdracht begint met een namenrondje. Door neus-mondkapjes en spatbrillen zijn medewerkers lastiger te herkennen, wat wordt verholpen met naamstickers op jassen en mutsen. „Sommigen herken je aan de ogen.” Verrichtingen als intubatie (het inbrengen van de beademingsbuis) en het aanbrengen van een ‘diepe lijn’ (infuus in hals of lies voor medicatie) worden alleen gedaan door mensen van wie is vastgesteld dat ze daar ervaren genoeg in zijn.

 
Dinsdag, Assen

Refurbished apparaten

Wegens tekort heeft de IC in Assen één beademingsmachine in gebruik die normaal op de operatiekamer staat. Die blijkt toch erg lastig om mee te werken. „Hij kan minder lucht blazen, minder hoge drukken bereiken”, zegt Faber. „Na drie dagen moet het CO2-filter eruit en moet je hem opnieuw kalibreren, dat duurt tien minuten. Zo lang kan iemand niet van de beademing af; wij zetten dan een van onze twee transportmachines ertussen.”

De distributie van beademingsapparaten wordt landelijk gecoördineerd. Af en toe krijgt Faber een telefoontje dat er apparaten beschikbaar zijn. Volwaardige IC-apparaten waren dat tot nu toe niet. „Er zijn ook refurbished apparaten uit de thuiszorg in omloop. Ik kan me niet voorstellen dat je daar op de IC iets mee kunt. Thuis-beademingspatiënten hebben meestal prima longen.”

De meeste patiënten liggen in Assen op de rug. Een patiënt met wie het niet zo goed gaat, wordt die middag op de buik gedraaid. Door de buikligging kan de zuurstof makkelijker worden opgenomen en drukt het hart niet op de longen. Nadeel is dat het hoofd opzij ligt, voor de meeste mensen niet prettig. En door de beademingsbuis kan een drukplek ontstaan bij neus of mond. Het draaien van een patiënt kost veel kracht en soms schiet de beademingsbuis uit de mond.

In het WZA worden anesthesie- en OK-verpleegkundigen als buddies ingezet. „Vooral de anesthesieverpleegkundigen waren vrij snel ingewerkt, ze snappen de terminologie, de machines, de medicatie.”

Corona in Limburgse zorginstelling: Een ramp in slow motion

Faber bespeurt buiten het ziekenhuis niet zoveel onrust. „De meeste Nederlanders denken toch: iemand zal het wel oplossen. Als je niet in de medische wereld zit, heb je denk ik niet in de gaten dat je langs het randje loopt.”

Er wordt wel sterk meegeleefd met de IC, vertelt hij. „Door de beschermingspakken hebben wij het waanzinnig warm. TeamNL bracht koelvesten die eigenlijk mee zouden gaan naar de Olympische Spelen in Tokio. En een slush puppy-apparaat. Onze kinderkliniek bracht paaseitjes.”

Steunbetuiging voor het medisch personeel bij het OLVG in Amsterdam. Foto Kees van de Veen

 
Dinsdag, Amsterdam

Hardloper op het fietspad

Bas van den Bogaard fietst naar het ziekenhuis. Een hardloper – „op het fietspad!” – schreeuwt hem toe dat hij te dicht in haar buurt komt. Hij verbaast zich over de rust op straat, ondanks het mooie weer, tegenover de even ongebruikelijke drukte op de IC. „We werken met een dubbele bezetting. Je wilt anderhalve meter afstand, maar dat is lastig in de kleine ruimte van ons stadsziekenhuis.” Bij het dagelijkse multidisciplinair overleg zijn zo min mogelijk mensen aanwezig.

Werkenderwijs leren artsen de uitwerking van het nieuwe coronavirus kennen. „In het begin hadden we het idee dat we heel snel moesten intuberen, dat hoorden we uit Italië. Nu geven we zeker jongere patiënten meer kans om het te redden zonder intubatie. Uiteindelijk is dat gunstiger. Beademing geeft altijd risico op longschade, en onze ervaring met Covid is dat je bijna altijd voor langere tijd wordt geïntubeerd.”

Een oudere patiënt die sinds maandagnacht wordt beademd, lijkt vandaag stabiel. Wel is het zuurstofpercentage in de toegediende lucht aan de hoge kant, evenals de zogenoemde PEEP: de druk die aan het eind van de ademhaling in de longen overblijft. Hoe die laatste waarde wordt ingesteld bij Covid-patiënten verschilt per ziekenhuis, zegt Van den Bogaard. Definitieve wetenschappelijke studies over de behandeling van deze ziekte zijn er nog niet. Artsen in het OLVG hebben wel zelf een behandelprotocol gemaakt. „Zodat voor iedereen duidelijk is wat je moet doen, en je niet elke keer alles opnieuw hoeft te bedenken.”

Tekort aan beademingsapparaten heeft het OLVG niet. „Toen het druk werd in Brabant zijn we heel hard op zoek gegaan. Er zijn apparaten aangeschaft, besteld, geleend van het leger. Zelfs wat oudere apparaten die in ons museumpje staan zijn naar zorgtechnologie gebracht en weer werkend gemaakt. Die hebben we gelukkig nog niet hoeven gebruiken.”

 
Woensdag, Assen

Hartlongmachine

In Assen is de OK-beademingsmachine aan de kant gezet. „De transportmachine bleek het beter te doen”, zegt Faber. Eén patiënt is verslechterd en naar het UMC Groningen vervoerd, waar hij aan een hartlongmachine kan worden gelegd.

De directie komt bespreken of de IC-capaciteit al kan worden ‘afgeschaald’ en de gewone zorg hervat – die op een laag pitje staat om materiaal en mensen over te houden voor Covid. Als er weer geopereerd wordt, kunnen minder mensen bijspringen op de IC. „Dat komt de Covid-patiënten natuurlijk niet ten goede”, zegt Faber.

Maar, peinst hij, mogelijk is bij hervatting van de reguliere zorg de ‘winst’ wel groter – in termen van ziektevrije jaren, verminderde kans op overlijden. „Ik sprak een oncoloog die zei: de mensen die doodgaan aan Covid zijn te tellen, de mensen die doodgaan omdat ze niet behandeld worden niet.”

 
Woensdag, Amsterdam

Test ‘spontaan ademen’

Een van de wat jongere patiënten, na twee weken op de IC goed wakker geworden na het staken van de slaapmedicatie, krijgt een test ‘spontaan ademen’. Een half uur lang probeert de patiënt zelf te ademen – door een filter, zodat de aerosolen niet worden rondgeblazen. Het gaat goed.

Lees ook deze interviews: Genezen van corona

De IC-werkdagen worden in het OLVG gezamenlijk afgesloten onder begeleiding van een psycholoog. Voor het eerst merkt Van den Bogaard dat mensen na een paar dagen hard werken eigenlijk liever naar huis gaan, de zon in.

 
Donderdag, Assen

Detuberen

In Assen gaat het met twee patiënten nog steeds de goede kant op, maar Faber wacht nog even met ‘detuberen’ – de beademingsbuis verwijderen. In een landelijk video-overleg met intensivisten heeft hij gehoord dat detuberen pas na twaalf of dertien dagen beademing goed lukt. „Als je het na negen of tien dagen doet, vallen mensen terug.”

De man van 91 die in Amsterdam naar een begrafenis was geweest, ligt nog altijd op een ‘gewone’ afdeling in het ziekenhuis. Het gaat iets beter met hem.

 
Donderdag, Amsterdam

Dagboeken

IC-verpleegkundigen in het OLVG beschrijven in dagboeken wat er met patiënten gebeurt. Ze doen dat voor de familie en de patiënt, die als hij bijkomt twee weken ‘kwijt’ is. Van den Bogaard kijkt zo’n dagboek door. „U ligt op uw buik,” schrijft een IC-verpleegkundige, „elke drie uur gaan we u op de andere wang draaien om doorligplekken te voorkomen.” Bij een andere patiënt: „We hebben u moeten uitzuigen. We zagen aan uw ogen dat u dat verschrikkelijk vond, maar het moest.” Het via een slangetje wegzuigen van slijm uit de longen kan nodig zijn bij patiënten die diep in slaap of verslapt zijn, maar soms ook als iemand wakker is maar nog niet krachtig genoeg om zelf te hoesten.

Van den Bogaard heeft een overleg over hervatting van het onderwijs – het OLVG is ook een opleidingsziekenhuis. „We hebben de laatste tijd veel onderwijs beperkt of sterk gericht op Covid om mensen in te werken.” Op vrijdagmiddagen was er wel een „ludiek onderwijsmoment om stoom af te blazen”. „Een van onze fellows heeft een keer een samenvatting gemaakt van wat er gebeurd was in de roddelpers, zodat we op de hoogte waren van Bridget Maasland en André Hazes. Afgelopen week was er een quiz.”

 
Vrijdag, Assen

Niet positief, niet negatief

In de nacht komt op de Spoedeisende Hulp van het WZA een kortademige patiënt binnen die geïntubeerd moet worden. „Iedereen denkt dan aan Covid,” zegt Faber, „maar de testuitslag heb je zomaar niet. En de CT-scan was niet positief, niet negatief.” Dat maakte het moeilijk te bepalen waar de patiënt kon worden ondergebracht. „Leg je hem neer op de Covid-IC terwijl hij geen Covid heeft, dan beschadig je hem. Leg je hem op de andere IC terwijl hij wel Covid heeft, dan wordt die ongeschikt voor andere patiënten.” De man is even op de Spoedeisende Hulp gebleven. „Gelukkig was er toen plaats in het Martini Ziekenhuis, waar ze hem goed kunnen isoleren.”

Twee Covid-patiënten zullen in het weekend worden gedetubeerd, dat is meer dan Faber aan het begin van de week verwachtte. „Het zag er toen naar uit dat het uit de hand zou lopen, dat we van geen kant genoeg bedden hadden. Doordat het tij is gekeerd, ontstaat een soort rust en gewenning.” Besloten is één IC-bed te minderen. „Dat komt goed uit, want een van de beademingsmachines wordt wat wankel. Er moet een printplaat worden vervangen.”

Nu maar hopen dat iedereen zich aan de regels houdt, zegt Faber. „En dat de TT Assen niet doorgaat. Dan gaat het natuurlijk weer helemaal mis.”

 
Vrijdag, Amsterdam

Draaiteams

Bas van den Bogaard heeft late dienst en helpt ’s ochtends zijn zoons met online schoolwerk, zodat zijn vriendin even naar haar werk kan.

De fysiotherapeuten van het OLVG hebben samen met anesthesisten ‘draaiteams’ gevormd om IC-patiënten van de rug naar de buik te keren en andersom. „Dat is ontzettend veel werk, daar zijn ze uren mee bezig”, zegt Van den Bogaard. „Wij zijn heel blij dat ons dat uit handen genomen is.”

Voor het eerst in lange tijd zijn op de IC meer dan 24 uur lang geen nieuwe Covid-patiënten binnengekomen. Er hoeven dus geen nieuwe bedden geopend te worden, wat de verpleging wat lucht geeft. Toch gaat het inwerken van nieuwe buddies door, zegt Van den Bogaard. „Het is volhouden, en dat vergt ook veel inspanning. Dit is niet in een paar weken over.”