De ontwrichting van de wereldeconomie in vijf trends

Wereldeconomie post-corona Hoe zal de wereldeconomie eruitzien na de coronaschok? Er tekent zich een minder vrije economie af, beladen met schulden. De digitalisering versnelt, terwijl het klimaat in het gedrang dreigt te komen. De ontwrichting in vijf trends.

Illustraties Pepijn Barnard
Illustraties Pepijn Barnard

Toen Duitse deelnemers van het tv-programma Big Brother vorige maand voor het eerst hoorden hoe het coronavirus in de echte wereld had toegeslagen, was dat voor hen een grote schok. Het deed denken aan de Duitse film Good Bye Lenin!. Daarin ontwaakt een vrouw uit een coma in een land dat ineens zo radicaal is veranderd – de Berlijnse Muur is net gevallen – dat zij de schok, zo vreest haar zoon, niet aankan.

De nieuwe wereld die het coronavirus heeft gecreëerd, was een paar weken geleden onvoorstelbaar. Een wereld met lege vliegvelden, lege kantoren en lege treinen. En met volle Zoom-conferenties – althans voor wie kan doorwerken. Wie zijn baan is verloren, is afhankelijk van de overheid, die overal in de westerse wereld razendsnel hele delen van de economie overneemt. Intussen drogen handelsstromen op en vechten landen met elkaar om medicijnen en beademingsapparaten.

Dit is een schok voor de wereldeconomie, en eentje die volgens het Internationaal Monetair Fonds (IMF) de recessie van 2008/2009 kan doen verbleken. De vragen die zich opdringen: hoeveel van deze ontwrichting is tijdelijk, en wat wordt in het post-coronatijdperk normaal? De geschiedenis laat zien dat grote schokken, zoals oorlogen en recessies, vaak langdurige veranderingen teweegbrengen en trends versnellen.

De strijd tegen het coronavirus is door politici, onder wie de Franse president Macron, een „oorlog” genoemd. Dat is natuurlijk problematisch: virussen bestrijd je niet met tanks. Maar de parallel is ook niet helemaal onzinnig. Er worden nu, net als in oorlogstijd, grote collectieve krachtsinspanningen gevergd. Allerlei bezwaren en regels die in normale tijden gelden, gaan overboord. Vóór alles gaat de strijd tegen het virus – waarvan de kosten torenhoog zijn.

De beide wereldoorlogen transformeerden de economieën in de westerse wereld. Socialezekerheidsstelsels kregen versneld vorm toen verschillende groepen (veteranen, weduwen) hulp nodig hadden. Van de AOW in Nederland werd bijvoorbeeld de kiem gelegd door het kabinet in ballingschap in Londen. In of na de Tweede Wereldoorlog zagen organisaties het licht die nu nog steeds de regels van de internationale markteconomie bepalen (IMF, WTO-voorloper GATT, de Europese instellingen). Na de Grote Depressie van de jaren dertig volgde in de Verenigde Staten de New Deal, met grote infastructuurprojecten en sociale uitkeringen.

Wat wordt de economische erfenis van de coronacrisis? Dat is buitengewoon onzeker, ook al omdat niemand weet hoelang het virus zal voortwoekeren. Maar er zijn wel trends aan te wijzen waarvan je je kunt afvragen of ze straks zomaar weer verdwijnen.

1. Vadertje Staat is terug

Daar is opeens, na jaren van terugtrekkende bewegingen, de overheid als beschermengel van de economie. In deze crisistijd is Vadertje Staat er voor burgers én voor bedrijven.

De coronacrisis legt grote ongelijkheden bloot. Overheden zien zich nu genoodzaakt groepen te helpen die eerder buiten de boot vielen. In Europa, vooral in Nederland, Italië en Spanje, valt de klap extra hard bij onverzekerde zelfstandigen, die in allerijl worden geholpen. Het sterk gegroeide aantal zzp’ers is een erfenis van de vorige schok, de financiële crisis van 2008/2009. De arbeidsmarkt moest flexibeler worden, want de economie moest uit het slop raken. Nu de ‘klusjeseconomie’ kwetsbaar blijkt, is de vraag of deze de coronacrisis overleeft. Stabiliteit en zekerheid blijken toch erg waardevol om inkomens – en dus consumptie – op peil te houden. Tekenend voor de kantelende stemming is dat de Britse zakenkrant Financial Times – niet bekend om haar sociaal kompas – onlangs in een commentaar stelde dat het basisinkomen nu deel van de „mix” moet worden.

Ook een goed functionerend gezondheidssstelsel, met voldoende capaciteit, blijkt economisch cruciaal. Zonder voldoende bedden, artsen en verpleegkundigen géén versoepeling van de lockdown. Het tijdperk waarin de zorg vooral als lastige kostenpost werd gezien, kan weleens zijn langste tijd hebben gehad.

Dat roept ook de vraag op wie de hogere sociale en zorgkosten zou moeten betalen. Dezelfde Financial Times, doorgaans geen voorstander van belastingverhoging, wil nu een hogere belasting op vermogen. Zo heeft corona zomaar een nieuw verdelingsvraagstuk gecreëerd.

De Europese verzorgingsstaten lijken tot dusver beter toegerust op de pandemie dan het Amerikaanse vrijemarktkapitalisme. Het Amerikaanse sociale systeem, dat vooral ontworpen was om mensen er zo weinig mogelijk gebruik van te laten maken, wordt nu toch haastig ingezet om de vele Amerikanen die werkloos worden (ruim 16 miljoen in drie weken tijd) tóch te steunen. Als de VS extra zwaar gehavend uit deze crisis komen, kan dat de roep om een meer ‘Europees’ sociaal vangnet versterken.

Intussen leunt het westerse bedrijfsleven, van klein tot groot, zwaar op overheden, die inspringen met kredietgaranties, met staatssteun en met volledige nationalisaties. Het besef dat dit nodig is, leeft breed, ook onder economen. Maar wie het bedrijfsleven eenmaal aan het infuus legt, zal het lastig vinden dit straks weer los te koppelen, zeker wanneer andere landen dat niet tegelijkertijd óók doen. Daaruit volgt het risico van een post-coronaperiode waarin de vrije markt een stuk minder vrij is dan zij ooit was.

2. De hang naar autarkie

Het lijkt steeds meer op een ‘1914-moment’: aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog was de wereld sterk geglobaliseerd, bedrijven opereerden over de grens, beleggers konden tot in Argentinië hun geld investeren, en arbeiders hadden zich verenigd in ‘De Internationale’. Want de klassenstrijd was per definitie grensoverschrijdend.

Dat veranderde vrijwel van de ene op de andere dag. Bedrijven werden op zichzelf teruggeworpen en produceerden goederen voor de nationale oorlogsinspanning. De beurzen gingen een half jaar dicht. Internationale handel droogde op. En voor de arbeider bleek de natie toch belangrijker dan de solidariteit met de broeders over de grens.

De coronacrisis verdeelt eveneens. De plotselinge schaarste aan geneesmiddelen, beschermingsmiddelen en beademingsmachines heeft geleid tot een internationale race van allen tegen allen. De Amerikaanse president Trump heeft er een wet uit de tijd van de Koreaanse oorlog bijgehaald om waar nodig spullen te confisqueren of te onderscheppen, desnoods in het buitenland.

Lees ook dit verhaal over de strijd om medische voorzieningen: In alle landen zie je het: eigen patiënt eerst

De solidariteit verdwijnt snel als iedereen tijdens de pandemie toch vooral loyaal is aan de eigen bevolking. In een wereld waar de internationale handel toch al onder druk stond en conflicten aan de orde van de dag waren, is dit een nieuwe klap voor de globalisering.

Bovendien worden landen erop gewezen hoe afhankelijk zij zijn geworden van internationale productieketens die voor een groot deel buiten hun invloed vallen. Aanvankelijk bleek dat toen de Chinese productie begin dit jaar stilviel en de stroom van producten en halffabricaten opdroogde. Dat is erg voor bijvoorbeeld de auto-industrie. Maar toen het coronavirus ook in het Westen om zich heen greep, bleek dat veel geneesmiddelen, grondstoffen ervoor, apparatuur en beschermingsmiddelen niet meer in eigen land worden geproduceerd. Vandaar die race om ze toch te bemachtigen.

De reactie ligt voor de hand. Er bestaat, als het erop aankomt, iets als nationale economische veiligheid. Onderdeel daarvan is óf opbouwen van een strategische voorraad van dit soort goederen, óf bevorderen van een industrie die ze indien nodig kan produceren.

Het zou driekwart eeuw duren voor de wereld weer even geglobaliseerd was als vóór 1914. Dat hoeft nu niet het geval te zijn. Maar de nieuwe hang naar zelfvoorziening kan voor verdere fragmentatie van de wereldeconomie zorgen. Het vergt ook een soort van strategische industriepolitiek waarvan we dachten dat die verleden tijd was.

3. Een CO2-arme economie?

Vlak voordat het virus toesloeg, had een ander thema zich opgedrongen als de grote bedreiging van deze tijd: klimaatverandering. Het klimaat marcheerde ook snel op als financieel-economisch thema. Groepen economen tekenden petities voor snelle invoering van een CO2-belasting, centrale banken sloegen alarm over ‘klimaatrisico’ en in Brussel was hét thema een maand geleden nog de ‘Green Deal’.

Corona heeft in een paar weken opgeleverd wat jaren klimaatbeleid niet vermocht: een snelle daling van de CO2-emissies. In de maand maart daalde de CO2-uitstoot in China met ongeveer een kwart, volgens schattingen van onderzoekswebsite Carbon Brief. De site schat de wereldwijde daling dit jaar op zo’n 4 procent ten opzichte van vorig jaar. Die daling zou flink scherper zijn dan tijdens de vorige crisis, toen de emissies wereldwijd met 1,4 procent afnamen (2009). Dat is begrijpelijk: nu staan immers veel vliegtuigen aan de grond en liggen hele fabrieken stil. Maar ná het opheffen van de lockdowns, wat gebeurt er dan?

Misschien heeft menig zakenreiziger nu ontdekt dat die vergadering in het Hilton van Kuala Lumpur ook gewoon op Microsoft Teams kan. Maar zonder de juiste prijsprikkels en regulering lijkt het logisch dat broeikasemissies in het post-coronatijdperk gewoon weer omhoogschieten, parallel met het economisch herstel. De CO2-prijs in de Europese emissiehandel is door de economische coronaschok teruggevallen van rond de 25 euro naar ruim 20 euro per ton. Dat maakt het goedkoper voor de grote industrie om te vervuilen, net als de gekelderde olieprijs. Het risico is groot dat pleidooien voor een hogere CO2-prijs, bijvoorbeeld via belastingen, op dovemansoren stuiten omdat het aan het werk krijgen van miljoenen werklozen prioriteit krijgt. Hetzelfde geldt voor de aanscherping van klimaatregels. In de VS versnelt de regering van president Trump tijdens de pandemie juist de afschaffing van milieuregels.

Zo vormt de coronacrisis een extra bedreiging voor het klimaat. En tegelijkertijd misschien een kans. Want hoe dieper de recessie, hoe luider de roep zal klinken om grootscheepse economische stimulering door overheden, óók nadat ondernemers en burgers door de ergste coronafase heen zijn geholpen. Plannen voor een Europese Green Deal, en vergelijkbare investeringsplannen elders, kunnen dan versneld worden doorgezet. Er komen grotere potten overheidsgeld beschikbaar om te investeren in, bijvoorbeeld, sluiting van kolencentrales, energiebesparing en slimme elektriciteitsnetten. Dan zou de post-coronagroei allicht minder CO2-intensief kunnen worden dan het economisch herstel van na de kredietcrisis.

4. Digitale versnelling en destructie

De digitale disruptie gaat nu sneller, ‘schumpeteriaanser’ ook: creative destruction, met winnaars en verliezers. Op kleine en op grote schaal.

De Rotterdamse marktkoopman die nog geen website met bezorgservice had, of geen apparaatje voor contactloos betalen, legt het nu af tegen zijn gedigitaliseerde buurman. Start-ups die nu relevante diensten bieden – zoals apps die online gesprekken met artsen regelen – kunnen de vraag niet bijbenen. Andere start-ups zijn juist in de problemen gekomen, omdat ze bijvoorbeeld in de reiswereld actief zijn, of omdat financiers extra voorzichtig zijn geworden. Branchevereniging Dutch Startup Association dringt er nu zelfs bij de overheid op aan dat deze een deel van de investeringen in start-ups moet gaan doen. Zo doet ook ‘tech’ een beroep op Vadertje Staat.

Ook onder de grote techbedrijven zijn winnaars en verliezers. Airbnb en Booking.com zitten door het wegvallen van het toerisme in het nauw. Maar de vijf bedrijven die vaak onder de noemer ‘Big Tech’ worden geschaard – Amazon, Apple, Facebook, Google en Microsoft – lijken hun positie te verstevigen. Vóór de coronacrisis dreigden politici in Europa, en ook in de VS, deze gigabedrijven steeds meer met sancties, waaronder zelfs opbreking. Vooral vanwege hun monopolistische gedrag en veelvuldige schending van de privacy van gebruikers, maar ook vanwege belastingontwijking en de gebrekkige aanpak van online desinformatie.

De kritiek is verstomd nu Big Tech tijdens pandemieën erg nuttig blijkt – een beeld dat de bedrijven actief versterken. Google stelt geanonimiseerde locatiedata en reisbewegingen van gebruikers beschikbaar aan overheden, om hen te helpen het virus te bestrijden. Facebook waarschuwt eigener beweging tegen desinformatie over het virus en stelt 100 miljoen dollar beschikbaar aan ‘coronabeurzen’ voor kleine bedrijven. Microsoft Teams laat je online vergaderen. En Amazon laat de handel toch maar mooi draaien in tijden van lockdown. Privacy, oneerlijke concurrentie? Het is de vraag of dit soort bezwaren in het post-coronatijdperk even luid zullen klinken.

Door Covid-19 nestelt zich nu waarschijnlijk voor lange tijd het idee dat de digitale economie, inclusief de belangrijkste techbedrijven, even vitaal is als pakweg de energievoorziening. Sterk gedigitaliseerde landen, zoals Nederland en Singapore, blijven economisch beter draaien dan achterblijvers als Griekenland en Italië. Discussies over kritieke digitale infrastructuur – bijvoorbeeld de vraag of ook commerciële datacenters daartoe behoren – zullen na de coronacrisis alleen maar scherper worden.

5. Schulden tot in het oneindige

Het antwoord van landen op de crisis komt in wezen overal op hetzelfde neer: de staat vervangt tijdelijk een deel van de bedrijvigheid. Hij vergoedt het wegvallen van inkomen van werkenden, betaalt deeltijd-WW en wordt achtervanger voor leningen van banken aan bedrijven. En hij vergoedt vaak een deel van het omzetverlies in sectoren die hevig worden getroffen, zoals horeca, toerisme en luchtvaart.

Hieraan wordt een enorme hoeveelheid geld besteed: de reddingspakketten bedragen 10 procent van het bruto binnenlands product of soms meer. Overheden hebben alleen al in maart voor 2.100 miljard dollar aan nieuwe schulden uitgegeven, zo berekende bankenclub IIF.

Dat moet allemaal worden gefinancierd. Het zal inhouden dat de staatsschuld, in veel landen al rond de 100 procent van het bbp of zelfs meer, verder oploopt. De centrale banken hebben zich bereid getoond om die nieuwe schuld op te kopen, waarbij zowel de Europese Centrale Bank als de Amerikaanse Federal Reserve de suggestie heeft gewekt dat ze dit oneindig zullen doen. De Britse overheid ‘pint’ zelfs direct bij de Bank of England, door zijn overheidsrekening bij de centrale bank aan te boren. Er is, en dat is uniek, geen limiet bekendgemaakt. Onduidelijk is of het bedrag ooit zal worden terugbetaald.

Zo ontstaan enorme staatsschulden, die dus voor een flink deel monetair worden gefinancierd. Ook hier dient zich een nieuwe wereld aan, waarvan overigens al een goed (en extreem) voorbeeld is. Japan is, sinds de zeepbel van vastgoed en aandelenkoersen begin jaren negentig knapte, bezig zijn economie met alle middelen te steunen. Het resultaat is een staatsschuld van 238 procent van het bbp – een percentage waarbij Italië en zelfs Griekenland bescheiden afsteken.

Lees ook: Met gratis geld de coronacrisis te lijf

In de eurozone rust, na jaren van opkoopbeleid om de gevolgen van de vorige crisis te bestrijden, 38 procent van alle staatsschuld van de eurolanden op de balans van de ECB. Dat is al veel. Maar in Japan is de staatsschuld op de balans van de Bank van Japan nu al 104 procent van het bbp.

En dan zijn er nog de schulden van bedrijven en burgers. Als die voor een deel moeten worden afgeschreven, leidt dat tot grote verliezen bij banken of beleggers. En die verliezen komen, vroeg of laat, gedeeltelijk ook voor rekening van de gemeenschap.

IIF berichtte dinsdag dat de internationale schuldenberg eind 2019, dus vlak voor de coronacrisis, was toegenomen tot het record van 322 procent van het wereldwijde bbp. Dat is 40 procent hoger dan aan de vooravond van de Lehman-crisis van 2008. Schuld, en hoe daar vanaf te komen, belooft in de post-coronawereld een van de belangrijkste onderwerpen te worden.

Lees ook: Alles wat je moet weten over de economische gevolgen van de coronacrisis