Interview

‘De Hollanders gingen tot het gaatje om hun geld terug te halen uit IJsland’

Svein Harald Øygard Hij leidde in 2009 de Centrale Bank van IJsland voor een half jaar. Nu is er een boek. „Dat IJsland fout was en de rest van Europa goed, is een mythe.” Maar de Nederlanders gingen destijds wel heel ver om hun geld terug te halen.

In zijn boek doet Svein Harald Øygard verslag van de financiële crisis in „het koppigste landje van Europa” – IJsland.
In zijn boek doet Svein Harald Øygard verslag van de financiële crisis in „het koppigste landje van Europa” – IJsland.

Met een sporttas over zijn schouder wandelt Svein Harald Øygard een Italiaanse lunchtent binnen. Dit is normaliter een drukke buitenwijk van Oslo, waar veel bedrijven zijn gevestigd. Nu is er vrijwel niemand. Noorwegen zit grotendeels op slot vanwege het coronavirus.

Øygard, voormalig Noors staatssecretaris van Financiën, was in 2009 zes maanden lang president van de Centrale Bank van IJsland. Hij zat in het hart van een van de grootste financiële crashes ooit, waarbij IJslandse banken over de kop gingen en de hele economie meesleepten. Diverse banken, hedgefondsen en overheden uit andere landen speelden ook een rol – inclusief Nederlandse banken, en burgers en gemeentes die hun spaargeld tegen hoge rentes op IJslandse banken hadden gezet en het schip ingingen. De 59-jarige Noor heeft er net een boek over geschreven. De Engelse vertaling, In the Combat Zone of Finance, verscheen in januari 2020.

Dit boek is deels een verslag van zijn tijd in „het koppigste landje van Europa”. Hij beschrijft hoe de drie grote IJslandse banken – Kaupthing, Glitnir en Landsbanki – te werk gingen: met idioot hoge rentes zogen ze miljarden aan uit de hele wereld en leenden dat in het wilde weg door aan bedrijven en burgers. En aan elkaar. Toen er één bank in de problemen kwam, werd de rest vanzelf meegetrokken. Øygard kwam na de crash in Reykjavik aan, in februari 2009. Twee derde van de IJslandse bedrijven was al op de fles. Een derde van de huishoudens zat in de problemen. De IJslandse kroon was 50 procent gekelderd. De inflatie bedroeg 20 procent.

Øygard probeerde lessen te trekken. Hij sprak voor zijn boek met meer dan honderd mensen, van een IJslandse walvisslager die ooit bankier was tot de toenmalige Amerikaanse minister van Financiën Timothy Geithner en de honorair consul van Kiribati, een eilandstaatje in de Stille Zuidzee dat 20 procent van zijn bbp in IJslandse banken stopte. Kiribati was de grootste niet-IJslandse investeerder – later schuldeiser – in IJslandse banken.

In the Combat Zone of Finance is een boek met een vreemde charme. Øygard is geen literair talent. Maar hij heeft oog voor bizarre dingen en schrijft die economisch en onderkoeld op. Alle tralala is weggelaten. Wat rest zijn samengebalde vaststellingen met impact. Zijn alinea’s bestaan vaak uit een zin of kort citaat. De rest moet je erbij denken. Neem deze uitspraak van een IJslander uit de visindustrie, die beschrijft hoe de banken hem vóór de crash probeerden leningen aan te smeren: „De Scotch die ze me voor Kerst gaven werd steeds ouder, terwijl de bankiers waar ik mee te maken had alsmaar jonger werden.”

Was het echt zo’n gekkenhuis?

„Ja. Het was fascinerend, maar ik heb ook slapeloze nachten gehad. Ik dacht: gaan we dit redden? Er stond geen steen meer op de andere.”

Hoe kwam u eigenlijk in IJsland terecht?

„De crash in 2008 is de regering fataal geworden, maar de gouverneur van de centrale bank was blijven zitten. De nieuwe regering eiste begin 2009 zijn aftreden. Hij zat er sinds 2005. Elke dag waren er demonstraties. Burgers bonkten op de stalen deuren van de bank. Maar de man weigerde. Hij beriep zich op de onafhankelijkheid van de bank. Uiteindelijk heeft de regering de wet veranderd. De gouverneur, besloten ze, moest econoom zijn. De zittende gouverneur was jurist. Op de dag dat de wet werd goedgekeurd, vertrok hij. Toen hadden ze snel iemand nodig. IJsland heeft veel economen. Maar iedereen beschuldigde iedereen. Dit was een politieke crisis. Snel iemand op zo’n sleutelpost benoemen was onverstandig. Dus gingen ze voor een interim-gouverneur.”

Moest het iemand uit het noorden zijn?

„Wellicht. In het noorden begrijpen we elkaar een beetje. Bovendien hadden we hier allemaal ervaring met bankencrises: Zweden, Noorwegen, Denemarken. Het Noorse ministerie van Financiën benaderde mij. Ik had nooit voor een centrale bank gewerkt. Maar tijdens de bankencrisis in de vroege jaren negentig had ik in het crisisteam gezeten, op het ministerie. Intussen zat ik bij McKinsey. Dat was handig: als het mis zou lopen met mij in IJsland, kon het Noorse ministerie van Financiën buiten schot blijven. IJslandse en Noorse kranten schreven dat ik een bag of shit was. Een man uit de bergen, die er geen verstand van had. De verwachtingen waren laag. Het kon alleen maar meevallen.”

Ze moesten ook voor u de wet veranderen.

„Ja. De Gamli sáttmáli, het vredesakkoord tussen Noorwegen en IJsland uit 1262. Daarin stond dat alle hoge ambtenaren IJslanders moesten zijn. Daarmee werd destijds vooral bedoeld: geen Noren. In Oslo zeiden sommigen tegen me: doe het niet, IJslandse clanleiders hakken je kop eraf, net als in de Oudnoorse saga’s.”

En?

„Mijn kop zit er nog op.

En die clans, kwam u die tegen?

„Een moderne versie ervan. IJsland is klein. 360.000 mensen. Iedereen kent iedereen. Een van de oorzaken van de crisis was dat politiek en economie verstrengeld waren. Iedereen ging mee in het IJslandse succesverhaal. Niemand zei stop. Bankeigenaren gaven hun eigen offshorebedrijven leningen. Acht van de tien grootste bankkredieten gingen naar bedrijven of individuen gerelateerd aan de bankeigenaren. Bank A verkocht obligaties aan bank B, die obligaties verkocht aan C, die ze weer verkocht aan A. Zo konden ze meer lenen, met weinig onderpand. De toezichthouder wilde op een dag ingrijpen, maar de politiek stak daar een stokje voor.”

Wat een rotzooi.

„Zeg dat wel. Ik werd er soms fysiek onpasselijk van.”

Wie geeft u de schuld?

„De bankiers natuurlijk. Die hadden geen enkel moreel besef.”

Kun je dat van bankiers verwachten? Is het niet de samenleving die ethisch moet handelen, door banken te reguleren?

„Ja, maar als je als bank tienduizend spaarders hebt, zorg je toch dat je die kunt terugbetalen? Dat is je morele verantwoordelijkheid als bankier. In IJsland werd dit geld vergokt. Het kostte mij weken om te begrijpen welke financiële constructies er waren gebruikt. Sommige handelaren snapten het zelf niet. Hun enige credo was: groei, groei, groei.”

Dat kun je toch indammen, reguleren?

„Wetten gaan nooit diep genoeg. Dat kun je van parlementariërs niet verwachten. Dat is hun rol niet. In zo’n samenleving wil ik niet leven. Ik vind: bankiers hebben morele verantwoordelijkheid en moeten die nemen.”

Kan dat, in een geglobaliseerde wereld?

„Totale zelfregulering is een illusie. Tegelijkertijd geloof ik in de markten. Geen investeerder steekt geld in een bank zonder risicomanagement. Kijk naar Volkswagen met hun sjoemeldiesels, naar de olielekken van BP in de Golf van Mexico. Zij reguleerden zichzelf niet en schaadden zichzelf. Het bedrijfsleven moet vóórlopen op de politiek.”

Geen bank gaf destijds zo veel gletsjerobligaties uit als de Rabobank – dat was pure financiële alchemie

U schrijft met enige verbazing over de claims van spaarders uit Nederland en het Verenigd Koninkrijk tegen IJsland. Waarom?

„Allereerst: dat IJsland fout was en de rest van Europa goed, is een mythe. Duitse, Britse en Nederlandse banken hebben meegeprofiteerd van de torenhoge rentes bij IJslandse banken. Elders waren de rentes laag. Deutsche, KfW, de Rabobank en anderen verkochten glacier bonds, zogenoemde gletsjerobligaties, aan burgers, gemeentes en zelfs Britse politiekorpsen die hoge rente wilden op hun spaargeld. Pure financiële alchemie. Geen bank gaf zo veel gletsjerobligaties uit als de Rabobank. Toen IJsland onderuitging, bleven die beleggers zitten met bergen waardeloze IJslandse kronen. IJslandse banken zaten fout, maar Deutsche en de Rabo net zo goed. Zij speelden het riskante spel mee.”

Lees ook deze reportage uit 2008: ‘Zeven miljoen weg. Zomaar weg’

Hadden de spaarders dan ongelijk met hun claim?

„Toen IJslandse banken omvielen, trokken ze IJsland mee. De Nederlandse overheid compenseerde gedupeerde Nederlandse rekeninghouders en wilde dat IJsland dat terugbetaalde. Ze kregen het niet: IJslandse banken waren hun dat geld schuldig, niet de staat. De staat was zelf gedupeerd. Daarom gaf de rechter IJsland gelijk.”

U noemt Nederlanders en Britten in uw boek „a pack of wolves”. Waarom?

„Ze gingen ver, om hun geld terug te halen. Het VK zette IJsland op de zwarte lijst voor terroristen om rekeningen te blokkeren. Britten en Nederlanders blokkeerden bij het IMF noodleningen voor IJsland, zolang ze hun zin niet kregen. Later werden de Britten milder. Ze wilden een deal. Maar de Hollanders gingen tot het gaatje.”

IJsland loste de bankencrisis anders op dan EU-landen. Welke methode is beter?

„In de EU hield de staat banken overeind. In IJsland gingen ze failliet. Op termijn is dat laatste beter. De eerste jaren heb je meer pijn. Maar daarna heb je een schone lei. De troep in IJsland is sneller opgeruimd dan in de EU. Na een paar jaar groeide de IJslandse economie weer als kool. Harder dan eurolanden. Britse en Nederlandse gedupeerden hebben hun geld uiteindelijk teruggekregen.”

Hoe kijkt u, met uw IJslandse ervaring, tegen de euro aan?

„De euro is een geopolitiek instrument voor de EU. De EU bracht vrede in Europa, haalde dictaturen in Zuid-Europa neer en voorkwam totale chaos in Oost-Europa na de val van de Muur door zo veel nieuwe landen binnen te halen. Over tien jaar zijn er vier economische giganten in de wereld: de VS, China, de EU en India. Het Britse pond wordt een grap.”

Wat een positief oordeel. De meeste Noren en IJslanders willen geen lid worden.

„Ik ben een fan. Als je klein bent, zoals IJsland, sta je overal alleen voor. Ook dat heb ik in 2009 gezien. De EU ging als één man voor de Nederlanders en de Britten staan.”

Lees ook dit interview met de IJslandse politicoloog Baldur Thorhallsson: Waarom kleine landen steun moeten zoeken

Kan de coronacrisis tot een nieuwe eurocrisis leiden?

„Dat kan. Er zijn overeenkomsten met de vorige eurocrisis. Het begint met een enorme schok. Dan komen er liquiditeitsproblemen en faillissementen. Vertrouwen speelt nu weer een grote rol: wie vertrouw je, wie niet? Doet de staat genoeg om de economie te stimuleren? Hopelijk zien EU-politici de urgentie.”

Zou u zo’n klus als in IJsland nog een keer doen?

„Daar zou ik over moeten nadenken. Ik heb nu een olie- en gasbedrijf in Brazilië. Ik zit daar een week per maand. Ik heb Portugees en Spaans geleerd. Een heel nieuw leven. Maar het bevalt me uitstekend.”