Computerzetten

Zijn er nog mensen nodig bij een computerwedstrijd? De machines voeren zelf hun zetten uit en leggen ze vast, ze zouden de partijen zelf op een website kunnen zetten en ook zelf kunnen regelen welke machines tegen elkaar spelen. Dan heeft de schakende mens geen andere functie meer dan in bewondering de creaties van de machines te volgen.

In een computerwedstrijd van de site chess.com, een soort onofficieel wereldkampioenschap, won Stockfish een week geleden een indrukwekkende partij tegen Komodo. Schaakprogramma’s hebben vaak dierennamen.

De verbluffende zet die Stockfish in de diagramstelling deed zou je geniaal noemen als die door een mens was gedaan. Peter-Heine Nielsen, de vaste secondant van Magnus Carlsen, twitterde enthousiast: „47. Pg2!! heeft gezelschap gekregen.” Hij legde niet uit wat hij bedoelde, maar schakers die hun geschiedenis koesteren begrepen hem. 47. Pg2 was het winnende pionoffer dat Karpov kort na het afbreken bracht in de negende partij van zijn eerste WK-match tegen Kasparov in 1984. Kasparov en zijn helpers hadden een nacht lang de afgebroken stelling geanalyseerd, maar dat pionoffer hadden ze niet gezien en daardoor verloor Kasparov die partij.

Als we ‘47...Lh3’ horen, denken we aan Topalov-Shirov, Linares 1998, met de mooiste loperzet uit de schaakgeschiedenis, en bij 23...Dg3 denken we aan Levitsky - Marshall, Breslau 1912, en aan het verhaal over de goudstukken die de verrukte toeschouwers na Marshalls prachtzet op het bord zouden hebben gegooid. We hebben maar weinig nodig om elkaar te begrijpen.

Ik las eens een verhaal over een club van Engelse moppenliefhebbers die alle moppen die ze kenden in een groot boek hadden geschreven en genummerd hadden. Eens per jaar was er een feestmaaltijd van de club en dan zei iemand bijvoorbeeld ‘achtduizend veertien’ en dan barstte het gezelschap in lachen uit, want iedereen kende die mop. Een ander nam het woord en zei ‘tweeduizendtwintig’ en dan werd er nog harder gelachen.

Die moppentappers hadden ook weinig nodig om elkaar te begrijpen en ik kan me goed voorstellen dat het erg gezellig was bij hun feestmaaltijden. Maar wat zou een buitenstaander denken als hij toevallig op een van die bijeenkomsten terecht was gekomen? Ik ben bang dat hij het een onuitstaanbare, zelfingenomen sekte zou vinden.

Stockfish - Komodo, halve finale computerkampioenschap van chess.com, 2020

Computerpartijen zijn te lang voor deze rubriek, maar hier is de beslissende fase.

Zie diagram

Het lijkt of wit geen vorderingen kan maken. 99. Lf5 Een verbluffende zet. Wit dwingt zwart om de d-pion te pakken. 99... Lxd5 Zwart was in zetdwang, hij moest de pion nemen. Ook later in de partij zal zetdwang een grote rol spelen. 100. Ld3 Lb7 Dezelfde stelling als twee zetten geleden, maar nu zonder wits d-pion. Waarom deed wit dat? Dat blijkt zeven zetten later. 101. Lc4 Kg6 102. Le2 Lc8 103. Lf3 Lf5 104. Ke3 Lc8 105. Kd4 Lg4 106. Le4+ Kf7 107. Ld3 Zonder zijn d-pion heeft wit na 107...Lc8 een invalsveld op d5 voor een beslissende koningsmars. 107...Ke8 108. Lxa6 Kd8 109. Ke4 Kc7 110. Lb5 Kb8 111. Kf4 Kc7 112. Le8 d5 113. Ke5 Lf3 114. Lb5 Kb7 115. Kd6 Kb8 116. Kc6 Ka7 117. Ld3 Kb8 118. Kb6 Le4 119. Lb5 d4 120. a6 d3 121. a7+ Ka8 122. La6 d2 123. Le2 Zwarts pion h5 gaat verloren, waarna wits h-pion naar dame loopt. Komodo speelde nog acht zetten door tot hij mat ging.