De crisis komt in fases: wat we kunnen leren van eerdere rampen

Psychologie Als we de coronacrisis een ramp mogen noemen, wat kunnen we dan volgens experts van vorige rampen leren?

Illustratie Astrid Anna van Rooij

Corona brengt het gevoel van de vuurwerkramp in Enschede helemaal terug, vertelt Danny de Vries (46). „Het is zo vergelijkbaar, zo herkenbaar. Net zoals toen word ik wakker en is het eerste waar ik aan denk: o ja, we zitten in deze rotsituatie. Dat had ik vlak na de vuurwerkramp ook.”

Hij was in 2000 ooggetuige van de vuurwerkramp in de wijk Roombeek. Hij was als verslaggever voor RTV Oost voor een item in de buurt bezig toen de vuurwerkopslag ontplofte en maakte de videobeelden die de hele wereld over gingen. Een goede vriend van De Vries kwam bij de ramp om het leven. „Ik merk dat ik het door de corona-uitbraak sterker opnieuw beleef dan ooit.”

De coronacrisis lijkt een heel ander soort gebeurtenis dan een grote ontploffing. Is die wel te vergelijken met andere recente rampen en crises? „Natuurlijk is het verdere verloop van deze crisis onzeker, en niet goed te voorspellen. Maar er zijn in deze fase al zeker overeenkomsten met andere rampen”, zegt Johan Havenaar. Hij is psychiater bij ggz-instelling Altrecht in Utrecht, deed onderzoek naar de psychologische gevolgen van de kernrampen in Tsjernobyl (1986) en Fukushima (2011) en publiceerde wetenschappelijke artikelen over de psychologie van grote crises.

Hij ziet overeenkomsten tussen Tsjernobyl en corona: „Vooral dat er een onzichtbare dreiging is. Ik denk nu bij elk kriebeltje in mijn keel: o jee, nu gaat het beginnen. Bij nucleaire ongelukken heb je dat ook: mensen denken de hele tijd dat ze ziek zullen worden van de straling. Er zullen ongetwijfeld dingen anders gaan dan destijds. Maar het is goed stil te staan bij wat de samenleving en individuen kunnen leren van vergelijkbare gebeurtenissen.”

Dat vindt ook Michel Dückers, programmaleider rampen en milieudreigingen bij onderzoeksinstituut Nivel. Hij adviseert ook het RIVM en de GGD’s over corona. „De emotionele tijdlijn in een samenleving verloopt bij grote rampen volgens een vast patroon. Het kan zijn dat het meevalt, want dit is iets wat we niet eerder zo hebben gezien.” Maar uit het uitgebreide wetenschappelijke onderzoek naar de psychologie van rampen blijken volgens hem een aantal herkenbare dingen voor de coronasituatie.

Er zijn in de literatuur over rampenpsychologie drie belangrijke fases te onderscheiden, die volgens Havenaar en Dückers mogelijk iets zeggen over wat er de komende tijd op mensen af zal komen.

1 Honeymoonfase

De eerste, saamhorige, fase na een ramp heet in de wetenschappelijke literatuur de ‘honeymoonfase’, de wittebroodsweken. Havenaar: „In het begin zetten we er allemaal de schouders onder. Er is dan ook vaak een beetje ontkenning: dat nog niet helemaal doordringt hoe erg het is. Dat zag je de eerste weekenden van maart, dat veel mensen gewoon naar buiten gingen, naar markten, stranden.” Ook het gevoel van eenheid en saamhorigheid dat nu op bijvoorbeeld tv, sociale media en in de muziek is te zien, is typisch voor de beginfase volgens Havenaar. Dan, meestal na enkele maanden, manifesteert de echte psychologische problematiek zich, als doordringt dat bepaalde dingen echt niet meer terugkomen, als mensen overleden zijn, bedrijven echt failliet zijn.

Danny de Vries vindt de term ‘honeymoon’ heel herkenbaar. „Ook in Enschede was eerst een enorm saamhorigheidsgevoel. Kinderen schilderden op schuttingen in het rampgebied, nu zie je kinderen ook allerlei krijttekeningen maken op straat. Je vóélt de saamhorigheid.” Er was in Enschede een enorm benefietconcert, een stille tocht met honderdduizenden mensen; mensen waren trots op het Twentse noaberschap, nabuurschap.

„In de eerste fase is er naast de angst en het verdriet vaak bijna euforie, veel hoop”, zegt Michel Dückers. De echte gevolgen komen later. Mensen raken werkopdrachten kwijt, er komt werkloosheid, er is geen inkomen. „Het verlies van ‘bronnen’ zoals je relaties, je baan en je huis is de grootste risicofactor voor je mentale gezondheid na een ramp. Als die zaken onder druk komen te staan, dan kom je in een neerwaartse spiraal.”

2 Desillusiefase

Na een tijdje komt de echte klap, herinnert Danny de Vries zich: „Dan verdwijnt de aandacht, verdwijnt het nieuwe eraan. Ik merkte na een paar weken al als ik erover begon, dat sommige mensen dachten: ‘O, daar heb je hem weer over de ramp’. Ik heb dat ervaren als een hele nare, lege fase.”

Je merkte in die periode volgens De Vries ook dat er een sluier van depressiviteit hing over Enschede. „Als je de stad binnenreed, vóélde je de depressiviteit. Ik moest er daardoor af en toe echt even uit. Dan zat ik in Groningen op een terras en hoorde ik allerlei nietszeggende gesprekjes. Dan werd ik echt kwaad en dacht ik: ‘hallo, weet je niet dat er een stad in puin ligt?’”

Michel Dückers vreest dat een vergelijkbare desillusie op de loer ligt met corona. „Er komt binnenkort een cascade van risico’s. Het leven wordt dan minder leuk en zeker.” In die fase neemt het wantrouwen toe en voelen mensen zich niet gewaardeerd door anderen. Mensen kunnen afgunstig worden op hen die minder zwaar zijn getroffen. Steeds meer mensen krijgen met de crisis te maken, mensen zullen dierbaren verliezen. „Het wordt dan grillig”, zegt Dückers. „Je voelt je in de steek gelaten. Er zijn veel zorgen en er is meer verdriet en depressie, meer mensen zullen een beroep doen op psychische hulp; daar kunnen we ons maar beter goed op voorbereiden.”

Het patroon van eerst een positieve fase en daarna de narigheid, dat kun je hier ook bij corona verwachten, zegt Johan Havenaar. „Wat in de coronacrisis bijzonder zorgwekkend is: de steunsystemen van veel mensen vallen weg door de quarantaines. Ik zie in de instelling waar ik werk dat mensen met een beperking of autisme daar nu al sterk last van hebben. Die mensen raken helemaal van de leg.”

Uit onderzoek dat Havenaar en Dückers aanhalen blijkt dat burger- en buurtinitiatieven enorm belangrijk zijn om deze klap op te vangen. „Er scherp op letten dat iedereen een luisterend oor krijgt, blijven praten, ruimte laten voor het delen van verdriet”, raadt Danny de Vries aan.

Lees ook: Eeuwenoude filosofen hebben goede tips tegen corona-angst

De essentie van veel richtlijnen uit de wetenschappelijke literatuur bij grote rampen: de maatregelen moeten bijdragen aan hoop, veiligheid, verbondenheid met anderen, kalmte en zelfredzaamheid.

„Het opzoeken van andere mensen, ook al is het digitaal, is nu en straks belangrijker dan ooit”, zegt Havenaar. „Verder: neem je rust, beweeg genoeg, zorg voor afleiding, bouw tijd in waarin je je even niet druk hoeft maken over corona of stressvol werk.”

En hij wijst op interessant onderzoek na de aanslagen van 11 september 2001. „Mensen wereldwijd hadden last van posttraumatische stress”, zegt hij. „Er bleek een direct verband met het aantal uren dat mensen naar de ramp op tv hadden gekeken. Daar vrees ik nu ook voor. Alle journaals, alle kranten staan vol met beelden en nieuws over corona. Daar te veel van bekijken lijkt me niet positief voor het voorkomen van mentale problemen op termijn.”

3 Reïntegratiefase

Maar zelfs als mensen goed rekening houden met al die aanbevelingen wordt het waarschijnlijk voor velen psychologisch niet gemakkelijk de komende tijd. De laatste fase na een ramp is de reïntegratiefase, het langzame herstel naar het nieuwe normaal; dat kan heel lang duren.

Danny de Vries: „Nog steeds merk ik bij mezelf dat het impact heeft, en dat ik nadenk over het gevoel dat ik destijds had. Dat je ’s ochtends wakker wordt en denkt: o ja, ik heb een ramp meegemaakt. Onderschat niet dat het voor veel mensen altijd een zwakke plek zal zijn. Dat het meer impact heeft op je leven dan je jezelf in eerste instantie realiseert.”

De corona-uitbraak heeft er bij hem voor gezorgd dat hij zijn dagboek van vlak na de vuurwerkramp voor het eerst in vele jaren uit de kast heeft gehaald om er een boek over te schrijven. Dat wil hij in eigen beheer uitgeven.

Michel Dückers benadrukt dat er over de reïntegratiefase bij langlopende crises, waar je deze onder lijkt te kunnen scharen, nog maar weinig onderzoek is gedaan. „Het kan zijn dat die fase nu anders uitpakt. Dit is wereldwijd, en elke inwoner van een land heeft er mee te maken. Iets als deze pandemie kennen we eigenlijk niet in de moderne tijd.”

Wel zijn er over de reïntegratiefase grote metastudies uitgevoerd waaruit blijkt dat de belangrijkste voorspeller voor psychische problemen het aantal doden is, en de omstandigheden waaronder dat gebeurde. „Het verlies van een dierbare blijven mensen jarenlang voelen, blijkt uit die onderzoeken, en dat beïnvloedt sterk hoe je je leven weer kunt oppakken”, zegt Johan Havenaar.

Mensen moeten er volgens Danny de Vries rekening mee houden dat het nooit voor iedereen helemaal klaar is. „Je kunt eigenlijk nooit zeggen: zo, nou heeft iedereen de vuurwerkramp wel verwerkt. Zelfs na twintig jaar niet.”

Lees ook: De Grote Thuisblijfgids: alles wat je nodig hebt om het thuisblijven te overleven

Maar hij signaleert dat er ook veel positiefs komt uit een noodsituatie: „Ik ben door de ramp een ander mens geworden, waardeer het leven meer dan ervoor, houd me meer bezig met hoe ik iets betekenisvols kan doen. Ik kan me nu ook niet voorstellen hoe mijn leven was geweest zonder die ervaring.”

Ook ‘posttraumatische groei’ is gelukkig een bekend fenomeen uit de psychologie van rampen.