‘Vuile lucht vergroot de kans om te sterven aan Covid-19’

Luchtvervuiling Amerikaanse onderzoekers keken naar het verband tussen fijnstof in de lucht en de kans om te sterven. Ook Nederland heeft vuile lucht.

Auto’s op de Stadhouderskade in Amsterdam. De lucht boven Nederlandse steden is behoorlijk vervuild met fijnstof.
Auto’s op de Stadhouderskade in Amsterdam. De lucht boven Nederlandse steden is behoorlijk vervuild met fijnstof. Foto Robin van Lonkhuijsen

Vervuilde lucht, zoals die in Amerikaanse steden, vergroot de kans om te sterven aan Covid-19, de ziekte veroorzaakt door het nieuwe coronavirus. Dat is de boude conclusie van onderzoekers van Harvard University die deze week de resultaten van een grootschalige epidemiologische studie online plaatsten. In de Verenigde Staten vond het onderzoeksteam een sterk verband tussen sterfte door het coronavirus en de hoeveelheid fijnstof in de lucht.

In de VS waren tot donderdag ruim 14.800 patiënten gestorven aan het coronavirus. Dat aantal nam in één dag met bijna tweeduizend toe, New York is de zwaarst getroffen regio.

Volgens de onderzoekers is het verband tussen luchtvervuiling en sterfte zo sterk, dat met iets minder luchtvervuiling op Manhattan al ruim tweehonderd doden minder te betreuren zouden zijn geweest.

Om precies te zijn: bij een toename van 1 microgram ultrafijnstof per kubieke meter neemt de sterfte met 15 procent toe. Ook voor Nederland zou een dergelijk effect relevant zijn, want de lucht is behoorlijk vervuild met dit zeer fijne stof (10 tot 12 microgram per kubieke meter, met uitschieters naar boven in de steden). De concentraties blijven binnen de Europese normen, maar liggen in een groot deel van het land wel hoger dan de advieswaarde van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

Hoogleraar preventieve geneeskunde Onno van Schayck van de Universiteit Maastricht noemt de Amerikaanse studie „indrukwekkend”. „Zo’n duidelijk verband tussen luchtvervuiling en longontstekingen, dat is niet eerder vertoond.” Milieu-epidemioloog Lidwien Smit van de Universiteit Utrecht is terughoudender: „Het is knap dat ze zoveel data hebben verzameld, maar dit is nog een startpunt.” De Harvard-studie is, zoals veel van de huidige onderzoeken naar Covid-19, nog niet formeel gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift.

Er is opmerkelijk weinig bekend over longontstekingen en chronische luchtverontreiniging. Dat vuile lucht gezondheidsschade geeft, is zeker. Hartklachten, beroertes, COPD, longkanker – dat is uitgebreid gemeten. Ook krijgen miljoenen kinderen in ontwikkelingslanden longontstekingen van de extreem vieze lucht in huizen waarin met slechte kachels op hout of mest gekookt wordt.

Maar juist de relatie tussen infectieziekten en de ‘normale’ luchtvervuiling in de straat is weinig onderzocht. Het is bijvoorbeeld nog altijd onduidelijk of die vervuiling leidt tot meer griepachtige klachten. Alleen daarom al is de Harvard-studie indrukwekkend. In bijna alle van de ruim drieduizend ‘county’s’ in de VS (lokale overheden) verzamelden de epidemiologen het aantal sterfgevallen door Covid-19, gegevens over de concentratie fijnstof sinds het jaar 2000 (PM2.5, de kleinste fractie), en data uiteenlopend van het winterweer tot de huizenprijzen.

Omdat vervuiling met fijnstof in de VS en in Europa het grootst is in stedelijke gebieden, is het aantonen van een direct verband tussen vervuiling met sterfte door Covid-19 complex. In de stad leven immers veel mensen dicht opeen die elkaar besmetten, en er wonen relatief arme, ongezonde mensen in achterstandswijken. Het onderzoeksteam moest met al die effecten rekening houden. Smit van de Universiteit Utrecht denkt dat dat, ondanks alle moeite, de resultaten toch onzeker maakt. „Je kunt je afvragen of de correcties voldoende zijn.”

Van Schayck benadrukt echter dat de conclusies passen bij eerder onderzoek. Labstudies wijzen op een nadelig effect van fijnstof op longweefsel of het immuunsysteem. Maar vooral: ook bij de sars-uitbraak in China in 2003 was de sterfte groter in vervuilde gebieden, blijkt uit de enige studie die daarnaar verricht is. „Als je dat optelt, dan wordt het toch waarschijnlijk dat er een causaal verband is.”