Opinie

Voor de tiende keer boodschappen doen

Dagboek Coronavirus

Wanneer ik de bejaarden van centro storico op ieder uur van de dag door de stegen zie schuifelen met een plastic tasje met schamele boodschapjes, uitgebreid zie uitrusten op bankjes in de zon naast een oude buurtgenoot en praatjes hoor maken onder ons raam, dan moet ik mij dwingen om niet te denken wat ik denk: we doen dit toevallig wel allemaal voor jullie, hoor.

Het zou oneerlijk zijn om zo te denken. Op intensive care-afdelingen van de ziekenhuizen liggen ook jongeren met afgrijselijke longontstekingen en een buis in hun keel te vechten voor hun leven. En bovendien moet je solidariteit niet ter discussie stellen, want dan is het geen solidariteit meer.

Maar de caissière van de supermarkt die ik gisteren sprak, heeft er steeds meer moeite mee om de redelijkheid van solidariteit in te blijven zien. De helft van haar collega’s is al besmet. Ondanks alle beschermende maatregelen zijn de supermarkten een risicogebied.

„En dan zie ik zo’n bejaarde aan mijn kassa doodleuk twee kadetjes en een pakje boter afrekenen”, zei ze. „Een paar uur later komt hij dan terug om tomatensaus en een banaan aan te schaffen. Ze houden verdomme van hun wandelingetjes. Ze maken er misbruik van dat het officieel is toegestaan om eten te kopen.”

In Grado in de provincie Gorizia heeft de politie een oude vrouw aangehouden die die dag al tien keer boodschappen was gaan doen. Bij de elfde keer hebben ze een boete uitgeschreven van 280 euro.

Als de lockdown te lang gaat duren, krijgen we onvermijdelijk een moment waarop iedereen die zich jong en sterk voelt zich begint af te vragen waarom hij zijn inkomen, carrière en plezier eigenlijk moet opofferen voor een risicogroep met een toch al lage levensverwachting. Dit mag niet gebeuren, maar je voelt het al helemaal aankomen.

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua. Op deze plek schrijft hij over de impact die het coronavirus heeft op het leven daar.