Recensie

Recensie Beeldende kunst

Vincent van Gogh als goede vriend in het café

Tentoonstelling De expositie ‘In the picture’ in het Van Gogh Museum toont een verrassende combinatie van kunstenaarsportretten – helaas achter gesloten deuren. Gelukkig is er een mooie catalogus.

Henri de Toulouse-Lautrec, Portret van Vincent van Gogh (fragment), 1887. Krijt op papier, 54,2 x 46 cm.
Henri de Toulouse-Lautrec, Portret van Vincent van Gogh (fragment), 1887. Krijt op papier, 54,2 x 46 cm. Van Gogh Museum, Amsterdam.

Wanneer je als gewone sterveling een geschilderd portret van jezelf wilt, zul je moeten zoeken naar een geschikte portrettist en moeten sparen voor de opdracht. Tijdens vele keren poseren moet je maar afwachten of het schilderij wordt wat je hoopte. Ben je daarentegen kunstenaar, of nee: wás je kunstenaar, in de tijd dat er nog veel portretten naar model werden geschilderd, dan was een gratis portret een kwestie van tijd. Vroeg of laat werd je door een collega als model gevraagd. Schilders onder elkaar, nietwaar. Even vingeroefenen. Vaak leidde de vriendschap tot een schilderij dat levendiger en ongedwongener was dan de meeste opdrachtportretten.

En als er geen collega was die jou wilde schilderen, dan maakte je gewoon een zelfportret. Als zelfonderzoek of als visueel visitekaartje. Want sommige zelfportretten van vroeger hebben dezelfde functie als een selfie tegenwoordig: kijk mensen, dit ben ik.

Op de tentoonstelling In the Picture in het Van Gogh Museum in Amsterdam – inmiddels helaas achter dichte deuren – zijn ongeveer 75 kunstenaarsportretten uit de periode 1850-1920 bijeengebracht: zowel zelfportretten als portretten door collega’s. De keuze is verrassend en gevarieerd, met werk van uiteenlopende kunstenaars als John Singer Sargent, Egon Schiele, Jan Veth, Léon Spilliaert en Helene Schjerfbeck. Van gematigde impressionisten met stropdas achter de ezel tot expressionisten die zichzelf naakt en gewond presenteren als lijdende profeten: alle soorten kunstenaars en (zelf)portretten zijn vertegenwoordigd.

Vanwege de coronamaatregelen sloot de tentoonstelling al een maand na de opening en gezien de vele verschillende bruikleengevers zal hij wel niet worden verlengd als op 1 juni de musea weer opengaan – áls dat al gebeurt. Gelukkig zijn alle portretten goed gereproduceerd in de handzame catalogus (uitgeverij THOTH, 208 bladzijden, € 24,95). Het mooie ensemble bestaat in elk geval nog in boekvorm.

Geschilderde verf

Bijna de helft van de geportretteerden houdt een palet en penselen vast en dat levert een leuk deelonderwerp op: geschilderde verf. Wie de hele tentoonstelling had bekeken, kon nog een tweede ronde maken en alleen op de paletten letten. Op die paletten is verf in verf gesuggereerd, en ook dat doet iedereen anders. In een zelfportret van Thérèse Schwartze ligt de olieverf in opvallend dikke klodders op het geschilderde palet én op het tentoongestelde doek. Théo Van Rysselberghe gaf in zijn pointillistische portret van Anna Boch zelfs haar verf in discodip weer. Mina Carlson-Bredberg lijkt de kleuren voor haar zelfportret niet op haar echte palet, maar op het geschilderde te hebben gemengd.

Aanleiding voor de tentoonstelling was een bruikleen van Vincent van Goghs beroemde Zelfportret met verbonden oor (1889) uit The Courtauld Gallery in Londen. Dat museum wordt verbouwd en heeft het schilderij bij hoge uitzondering uit logeren gestuurd. In Amsterdam hangen er drie zelfportretten uit de eigen collectie omheen en drie portretten van Van Gogh door anderen. Vooral die laatste portretten blijven verbazen: Van Goghs kop is zo door en door bekend uit zijn zelfportretten dat het een kleine schok geeft om hem getekend en geschilderd te zien door Henri de Toulouse-Lautrec, John Russell en Paul Gauguin.

Russell maakte in 1886 een degelijk negentiende-eeuws portret van Van Gogh, dat volgens een gemeenschappelijke vriend meer op hem leek dan zijn zelfportretten. Dat is niet zo gek, want de meeste zelfportretten zijn spiegelbeeldige weergaven en het spiegelbeeld van bekenden komt ons vreemd voor. Daar komt nog bij dat je zelfbeeld altijd afwijkt van het beeld dat je omgeving van je heeft. Vergelijk het opnieuw met hedendaagse selfies. Vrienden presenteren zichzelf in profielfoto’s en instaposts en regelmatig is je eerste gedachte: maar zo ken ik jou helemaal niet, en in het echt ben je veel leuker.

Toulouse-Lautrecs pasteltekening van Van Gogh uit 1887 is in het bezit van het Van Gogh Museum zelf, maar wordt vanwege haar kwetsbaarheid maar zelden tentoongesteld. Lautrec heeft Van Goghs schapenkop geboetseerd in geel, blauw, groen en oranje krijt – het is een waar pigmentfeest geworden. Ongetwijfeld is het een gelijkend portret, al zijn de mond en de diep in hun kassen liggende, wenkbrauwloze ogen eerder gesuggereerd dan getekend. En het is een gekke gewaarwording, want ineens zie je hem zitten, Vincent, gewoon achter een glas absint aan een cafétafeltje. Nu eens niet nadrukkelijk poserend voor zichzelf en de wereld, maar van een afstandje geobserveerd door een vriend.

John Russell, Vincent van Gogh, 1886. Olieverf op doek, 60,1 x 45,6 cm. Van Gogh Museum, Amsterdam.

De Australische schilder John Peter Russell (1858-1930) kwam begin jaren 1880 voor zijn schildersopleiding naar Londen en vervolgde zijn studie in 1885-1887 in het ‘open atelier’ van de schilder Fernand Cormon in de Parijse wijk Montmartre. In 1886 tekende en schilderde ook Vincent van Gogh daar een tijdje. Russell maakte in de herfst van dat jaar dit portret van Van Gogh, dat hij signeerde met de toevoeging ‘Vincent amitié’: Vincent, in vriendschap.
John Russell, Vincent van Gogh, 1886. Olieverf op doek, 60,1 x 45,6 cm. Van Gogh Museum, Amsterdam.

De Australische schilder John Peter Russell (1858-1930) kwam begin jaren 1880 voor zijn schildersopleiding naar Londen en vervolgde zijn studie in 1885-1887 in het ‘open atelier’ van de schilder Fernand Cormon in de Parijse wijk Montmartre. In 1886 tekende en schilderde ook Vincent van Gogh daar een tijdje. Russell maakte in de herfst van dat jaar dit portret van Van Gogh, dat hij signeerde met de toevoeging ‘Vincent amitié’: Vincent, in vriendschap.
Henri de Toulouse-Lautrec, Portret van Vincent van Gogh, 1887. Krijt op papier, 54,2 x 46 cm. Van Gogh Museum, Amsterdam.

Ook Henri de Toulouse-Lautrec (1864-1901) was een mede-student van Van Gogh in het atelier van Fernand Cormon. Beide schilders waren flinke innemers, die na een dag schilderen steevast naar Café le Tambourin gingen voor cognac en absint. In hun stamkroeg maakte de 23-jarige Toulouse-Lautrec in 1887 deze tekening van zijn elf jaar oudere vriend.

Henri de Toulouse-Lautrec, Portret van Vincent van Gogh, 1887. Krijt op papier, 54,2 x 46 cm. Van Gogh Museum, Amsterdam.

Ook Henri de Toulouse-Lautrec (1864-1901) was een mede-student van Van Gogh in het atelier van Fernand Cormon. Beide schilders waren flinke innemers, die na een dag schilderen steevast naar Café le Tambourin gingen voor cognac en absint. In hun stamkroeg maakte de 23-jarige Toulouse-Lautrec in 1887 deze tekening van zijn elf jaar oudere vriend.
Henri de Toulouse-Lautrec, Emile Bernard, 1885. Olieverf op doek, 54 x 44,5 cm. Tate, Londen.

Dat Lautrecs tekening van Van Gogh werd gemaakt in Café le Tambourin weten we dankzij hun vriend en collega Emile Bernard (1868-1941), die daar ook vaak was. In het Van Gogh Museum hangt nu dit door Lautrec geschilderde portret van Bernard op zeventienjarige leeftijd. De jonge schilder kijkt ons alert aan vanuit een levendig gearceerd gezicht; zijn haar golft lekker losjes om zijn hoofd. Het is haast niet te geloven dat Lautrec voor dit spontaan ogende portret maar liefst 33 sessies nodig had.

Henri de Toulouse-Lautrec, Emile Bernard, 1885. Olieverf op doek, 54 x 44,5 cm. Tate, Londen.

Dat Lautrecs tekening van Van Gogh werd gemaakt in Café le Tambourin weten we dankzij hun vriend en collega Emile Bernard (1868-1941), die daar ook vaak was. In het Van Gogh Museum hangt nu dit door Lautrec geschilderde portret van Bernard op zeventienjarige leeftijd. De jonge schilder kijkt ons alert aan vanuit een levendig gearceerd gezicht; zijn haar golft lekker losjes om zijn hoofd. Het is haast niet te geloven dat Lautrec voor dit spontaan ogende portret maar liefst 33 sessies nodig had.