Ultra-improvisatie: tips voor de thuislopers

Hardlopen Voor een trailrunner die normaal door de natuur rent, is een rondje ‘kamer-gang-keuken’ nogal wat anders. Maar Barend van Drooge is gewend: zijn voeten zijn binnen, zijn hoofd is buiten.

Het was toevallig een Fransman die half maart wereldnieuws werd omdat hij op zijn balkon marathons loopt. Maar hij is niet de enige. Overal waar een totale lockdown is afgekondigd, zijn er mensen die zich gedragen als muizen in een tredmolen. In Barcelona is dat de 46-jarige Nederlander Barend van Drooge.

Via de telefoon laat de milieuonderzoeker zijn appartement op de vijfde verdieping in de wijk Eixample zien. Van de woonkamer, met aan het plafond Friese en Catalaanse vlaggetjes, door de gang naar de keuken, om de tafel heen langs het aanrecht en weer terug. Vier bochten, dertig meter, ongeveer vijfendertig stappen. „Reken dan maar uit hoeveel stappen een marathon is.” Eh…ja. Véél.

Nu heeft Van Drooge (Harlingen, 1973) weleens veel meer dan 49.230 stappen op een dag gezet. Vóór 14 maart liep hij zo’n tachtig kilometer per week, klimmend en dalend op onverharde paden. In de lunchpauze een rondje door het bos bij zijn werk, ’s avonds nog een stuk door de bergen, lange afstanden in het weekend in de ruige Catalaanse Pyreneeën. Zijn langste afstand als trailrunner: 120 kilometer.

Maar sinds het weekend van 14 maart, de afkondiging van de totale lockdown, zit hij binnen. Nou ja, zit… zitten is zijn ding niet. „We kwamen van ons buitenhuisje weer in de stad, in shock over de afgekondigde maatregelen, en we dachten: En nu? Hoelang gaat dit duren? Wat gaan we doen?”

Hij deed de eerste dagen wat oefeningen – en begon al snel vanzelf een beetje te dribbelen, ’s ochtends om een uur of zes, het huis stil, de straten nog donker, en dan met het raam open, de frisse wind op je huid, het langzaam licht zien worden. „Dat voelde best lekker.”

Een kilometer of vijf, korte stapjes op zijn tenen – „als een vosje in de nacht” – om de benedenburen en de rest van het gezin niet wakker te maken. In een rustig tempo, voor z’n knieën en enkels die zoveel bochtenwerk niet gewend waren.

Toen hoorde hij over de Duivelse Uitdaging, een initiatief van de Nederlandse trailrunner Marek Vis, die in 30 hardloopsessies 666 kilometer wil lopen, verspreid over 60 dagen. „Ik ben geen psycholoog, maar een uitdaging, eentje die haalbaar is, helpt wel om deze tijd door te komen”, zegt Van Drooge. Hij sloot aan, met als voorlopig hoogtepunt op 28 maart: een marathon. Voor het eerst in zijn loopcarrière met vrouw en kinderen de hele route langs de kant als supporters en verzorgers. En hij, met grote grijns zingend: „I just can’t get enough.” Tot het na 5 uur, 11 minuten en 27 seconden volbracht was.

Bij pijn jezelf uitlachen

„Koekoek”, was het droge commentaar van een Facebook-vriend, ook een trailrunner – hij verklaarde Van Drooge voor gek. „Maar zo zwaar is het niet”, zegt Van Drooge zelf. Als je het rustig aan doet. Hoewel hij twijfelt of de stijgende lijn van de Duivelse Uitdaging, die eindigt met een run van 80 kilometer, binnen wel vol te houden is.

Niets lijkt verder weg van trailrunning, en misschien kun je qua voetenwerk beter danser of voetballer zijn om dit te doen, zegt Van Drooge. „Maar bij de filosofie van het trailrunnen past het wel. Bij een ultrarun ben je op jezelf teruggeworpen. Niet bezig zijn met de finish, alleen maar denken: we zien wel. Onderweg zijn. De ene stap na andere. En als het pijn doet, jezelf uitlachen en weer door.”

Een uitdaging, eentje die haalbaar is, helpt om deze tijd door te komen

Barend van Drooge

Zo is het langeafstandlopen op vijf hoog bijna een metafoor voor de quarantaine. „Ik geniet net als bij een ultrarun van alle kleine stukjes.”

Het gekke is: de eerste dagen dacht hij tijdens het lopen aan het Covid-19-virus, de mensen die hij zou kunnen kwijtraken, sterfelijkheid. Maar het dribbelen brengt hem steeds meer in een ritme, elk bochtje adem uit, en dan weer in, „het wordt een mantra”. Loopt hij achttien kilometer in huis, zit er in zijn hoofd een trail van achttien kilometer door de bergen. En nu ziet hij „achter zijn ogen” de paden die hij zo goed kent, hij hoort de herten burlen. Zijn voeten zijn binnen, maar zijn hoofd is buiten. En na het lopen is het leeg. „Ik word er optimistisch van. Als we hier uitkomen, hebben we zoveel over onszelf geleerd.”

Lees ook: Thuis sporten: onderhouden, niet opbouwen

Zijn schoenen hebben het zwaar te verduren binnen, van al dat bochtenwerk. Na de acht kilometer van dag 18, vallen de gaten erin. Als naaien of plakken niet meer lukt, heeft hij nog één paar. Daarop moet hij de duivelse 666 kilometer en het einde van de quarantaine halen.