Rotterdams raadslid hoeft uitspraken over vastgoedbedrijf niet terug te nemen

Kort geding Het Rotterdamse raadslid Dennis Tak noemde het vastgoedbedrijf Marcan vorige maand onder meer „de grootste boevenclub van Rotterdam”. Volgens de rechter viel dit onder vrijheid van meningsuiting.
Winkels en woningen in Rotterdam.
Winkels en woningen in Rotterdam. Foto Robin Utrecht

Dennis Tak, het Rotterdamse PvdA-raadslid, hoeft zijn uitspraken over vastgoedbedrijf Marcan niet te rectificeren. Dat heeft de voorzieningenrechter in Rotterdam donderdag bepaald. Marcan beschuldigde Tak vorige week in een kort geding van smaad en laster en eiste op last van een dwangsom dat het raadslid een tweet en Facebookbericht over het vastgoedbedrijf zou verwijderen en rectificeren. Tak noemde het bedrijf op Twitter onder meer „de grootste boevenclub van Rotterdam”.

Tak deed die uitspraken vorige maand nadat Marcan negatief in het nieuws was gekomen omdat het tijdens de coronacrisis verzoeken van huurders van winkelpanden zou hebben afgewezen die om uitstel van betaling vroegen. In De Telegraaf verweet het raadslid het bedrijf „knetterhard egoïsme”. Ook stelde Tak dat Macran wat hem betreft „zo snel mogelijk” uit Rotterdam kon vertrekken. Dit artikel plaatste Tak vervolgens op Facebook, waarbij hij schreef dat Marcan het coronavirus gebruikt om ondernemers onder druk te zetten.

Marcan, dat meer dan honderd panden in Rotterdam bezit, stelde vorige week in de dagvaarding dat Tak het bedrijf met zijn uitspraken neerzette als „het stereotype asociale verhuurder die ten koste van huurders een slaatje zou willen slaan uit de Corona-crisis”. Tak zou al twee jaar bezig zijn met het „demoniseren” van Marcan. Het bedrijf stelde daarnaast dat de uitspraken niet kloppen en zodoende onrechtmatig waren.

Lees meer over het kort geding: ‘Nu zijn wij weer die asociale verhuurder die profiteert van de coronacrisis’

Vrijheid van meningsuiting

Volgens de voorzieningenrechter zijn Taks uitspraken niet onrechtmatig en weegt het recht op vrijheid van meningsuiting „in dit geval zwaarder” dan Marcans recht op eer en goede naam. Tak is volgens de rechter, mede vanwege zijn rol als raadslid, vrij om op deze manier zijn mening over het vastgoedbedrijf te geven. Daarbij speelt volgens de rechter mee dat de werkwijze van het bedrijf al langer onderwerp is van publiek en politiek debat.

Ook wordt er in de uitspraak op gewezen dat Tak nieuwsberichten deelde waarin ook het standpunt van Marcan „helder” wordt uiteengezet. Wel stelt de rechter dat Taks uitspraken „fel van aard” waren en „met een neutralere woordkeuze eenzelfde boodschap afgegeven had kunnen worden”.

Marcan zegt in een reactie te overwegen in beroep te gaan. Het bedrijf is er nog altijd van overtuigd dat Taks uitspraken „ontoelaatbaar” zijn. Het kort geding heeft er volgens Marcan wel aan bijgedragen dat Tak enkele dagen voor de zitting zijn uitlatingen „al heeft genuanceerd”.