Politiek denkt al na over doorgaan met ‘1,5 meter’

Kamerdebat Nu het virus beheersbaar lijkt, denkt ook de Kamer na over een exitstrategie. Maar partijen willen „geen valse hoop wekken”.

Rode Kruis-vrijwilligers meten de temperatuur van mensen bij de ingang van het ziekenhuis HMC Westeinde.
Rode Kruis-vrijwilligers meten de temperatuur van mensen bij de ingang van het ziekenhuis HMC Westeinde. Foto Ilvy Njiokiktjien

Wanneer gaat het leven weer richting normaal? Hoe kan Nederland uit de coronacrisis opkrabbelen?

Met nog minimaal drie weken van strenge lockdownmaatregelen te gaan, en waarschijnlijk langer, begint het speculeren over ‘hoe verder’. Oók in de Tweede Kamer. Maar in het debat van woensdag was de aarzeling zichtbaar. „We voeren voorzichtig het gesprek over hoe we op termijn uit de crisis kunnen komen”, zei Tweede Kamerlid Corinne Ellemeet (GroenLinks), „terwijl onze artsen en verpleegkundigen zich afvragen hoelang zij dit überhaupt nog gaan volhouden.”

De voorzichtig positieve cijfers van de afgelopen dagen hebben de discussie aangewakkerd over een versoepeling van de maatregelen in de strijd tegen Covid-19. Ondernemers maken zich grote zorgen over het voortbestaan van hun bedrijf en worden ongeduldig. Hans de Boer, voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW, waarschuwde zondag dat de economie na de meivakantie weer op gang moet komen. Nu het de goede kant opgaat met het aantal coronapatiënten op de IC’s, is het gevoel: misschien kan Nederland straks weer van het slot.

Reële kans op verlenging

Maar premier Mark Rutte (VVD) was er duidelijk over, zowel dinsdagavond bij zijn persconferentie als woensdag in het Kamerdebat: we zijn er nog lang niet. Héél misschien kunnen de maatregelen na 28 april iets soepeler, maar er is een „reële kans” dat het huidige pakket van kracht blijft.

Voor de Tweede Kamerleden is het een lastige discussie. Te veel praten over ‘exit-strategieën’ kan ertoe leiden dat mensen de regels minder strikt naleven – met mogelijk een nieuwe besmettingspiek tot gevolg.

Aan de andere kant wil de Kamer wel horen hoe het kabinet zich voorbereidt op de periode na de crisis. Zoals VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff zei: „We moeten nu alvast nadenken over hoe je ooit van een intelligente lockdown naar een intelligente open-up kan gaan.”

Vanuit de zorg is de laatste dagen herhaaldelijk gewaarschuwd dat afbouwen niet te snel kan. Ook bij de briefing, woensdagochtend in de Tweede Kamer, liet directeur infectieziekten Jaap van Dissel van het RIVM weten dat de IC-capaciteit eerst terug op het normale niveau moet zijn voor sprake kan zijn van versoepeling van de maatregelen. „Dan heb je nog weken te gaan, in ieder geval”, zei hij.

Van die realiteit lijkt de Kamer doordrongen. Er werd dan ook door veel partijen gepleit voor een voorzichtige aanpak. Ook door Dijkhoff, terwijl de VVD als ‘ondernemerspartij’ natuurlijk wil opkomen voor de achterban. „Maar het laatste wat we nu moeten doen, is valse hoop en valse verwachtingen wekken.”

Alleen Thierry Baudet van Forum voor Democratie zei over de ‘intelligente’ lockdown: „Dit kan en mag niet veel langer duren.”

Sommige Kamerleden vroegen het kabinet na te denken over wat straks wél mogelijk is in wat de „anderhalvemetersamenleving” is gaan heten. Hoe kunnen musea toch weer open voor publiek, hoe kunnen cafés en restaurants op hun terrassen met inachtneming van die 1,5 meter weer klanten ontvangen?

Rutte wees erop dat het aan de sectoren zelf is om met creatieve oplossingen te komen. „Ik weet niet of wij dan de regie moeten hebben over hoe zo’n terras, bioscoop of school er dadelijk uitziet met 1,5 meter afstand. Als dat vanuit de overheid moet komen, duurt het nog maanden.”

Corona-apps

Het kabinet kan de maatregelen überhaupt pas versoepelen als aan een aantal voorwaarden is voldaan, zo adviseerde het Outbreak Management Team (OMT) dinsdag. Eén daarvan is dat op grotere schaal wordt getest, zodat apps vervolgens de contacten van positief geteste mensen in kaart kunnen brengen. Het kabinet is enthousiast over dat idee, zei minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) in het debat. Hij beklemtoonde dat de apps heel belangrijk zijn als onderdeel van een uiteindelijke exitstrategie. Lukt het niet die apps snel te gaan gebruiken, dan kunnen de huidige maatregelen nog lange tijd niet worden versoepeld, waarschuwde hij.

De Tweede Kamer vroeg zich af of de inzet van deze apps de privacy niet te veel schaadt. Esther Ouwehand (Partij voor de Dieren) is „zeer bezorgd” dat persoonsgegevens in handen vallen van de overheid, die op dat vlak volgens haar „niet een hele goede reputatie” heeft. Met algemene stemmen werd een motie van D66-fractievoorzitter Rob Jetten aangenomen waarin staat dat de apps op het gebied van privacy moeten voldoen aan de bestaande wetgeving en dat de inzet proportioneel zal zijn.

Minister De Jonge beloofde en zei verder dat het kabinet ze „het liefst” niet wil verplichten. Toch stelde de minister dat de apps pas voldoende effect hebben als zo’n 60 procent van de bevolking meedoet. Daarom houdt De Jonge over de vrijwilligheid nog „een slag om de arm”.