Recensie

Recensie Boeken

Het drama van de Parijzenaar die een speelbal werd van de geschiedenis

Isabella Hammad Het debuut van de Britse schrijver Isabella Hammad is een voldragen drama over identiteit, vol briljante inzichten.

Tekening Paul van der Steen

Veel aan De Parijzenaar, het debuut van de Britse schrijver Isabella Hammad (1992), is ontzagwekkend. Hier is een roman van bijna zeshonderd bladzijden van een jonge auteur die ver blijft van autobiografisch zwelgen; haar hoofdpersoon, de Palestijn Midhat Kamal, plaatst ze met vaste hand in een weids historisch landschap: Frankrijk tijdens de Eerste Wereldoorlog en het bezette, chaotische, opstandige Midden-Oosten in de eerste helft van de twintigste eeuw. Dan is er Hammads stijl: helder, precies, trefzeker. Haar debuut wemelt van de verrassende observaties en scherpe inzichten: ‘Het Parijse nachtleven gedijde op de spanningen aan het front.’ Het kost haar ook verbazingwekkend weinig moeite haar research in te laten dalen in haar verhaal, zodat de lezer niet het gevoel heeft een verkapte geschiedenisles bij te wonen, zoals in zoveel historische romans. Voor wie wil weten hoe het precies zat, is zowel een landkaart als een tijdlijn toegevoegd. En een lijst met personages – dat zijn er veel, heel veel.

Van buitenaf ziet dat er allemaal nogal afschrikwekkend verantwoord uit, maar in de roman zelf raakt het innerlijke drama, het drama van mensen die speelbal zijn van de geschiedenis, slechts hier en daar uit zicht.

Onderkoelde afstand

Er is nog iets dat Hammad onderscheidt van veel van haar generatiegenoten: de onderkoelde afstand die ze inneemt tot haar personages. De Engelse schrijfster Zadie Smith, die Hammad als leerling had in een leergang creatief schrijven en haar roman van een klinkende aanbeveling voorzag, haalt de negentiende-eeuwers Flaubert en Stendhal als voorbeelden aan.

Ikzelf moest aan Henry James denken, omdat zij net als de Amerikaans-Britse grootheid, die ze regelmatig in interviews noemt, geïntrigeerd is door het innerlijke drama dat schuilgaat achter oppervlakkig sociaal verkeer. Het onderhuidse voelbaar maken, daar is ook Hammad verschrikkelijk goed in, vooral in het eerste deel van haar roman. Deze debutant vraagt nu eens niet om een onvoorwaardelijke emotionele vereenzelviging van de lezer. Juist door terughoudendheid roept ze tragisch pathos op.

Want tragisch kun je het leven van Midhat Kamal gerust noemen. Hij wordt verscheurd door twee culturen. Als geprivilegieerde zoon van een welgestelde eigenaar van kledingswinkels in Nabloes en Caïro, krijgt hij de kans om in Frankrijk medicijnen te studeren.

De jonge Palestijn voelt zich opgenomen in zijn Franse gastgezin in Montpellier, verliest zich in het Franse leven, wordt verliefd op de geëmancipeerde dochter deze huizes, Jeanette. Net als hij zich onvoorwaardelijk tot dit nieuwe leven wil bekeren, wordt hij verraden door zijn Franse vaderfiguur. Met een schok krijgt hij door dat hij er niet bij hoort, dat hij gezien wordt als object, een exemplaar, als de Ander.

Gearrangeerd huwelijk

In een brief aan Jeanette schrijft hij: ‘Hier ben ik mezelf geworden, in dit land, en daarom kan ik niets vertegenwoordigen.’ Hij vertrekt naar Parijs, waar hij een tijdlang met verve de rol van exotische buitenlander speelt. Maar dat leven leidt nergens toe, en terug in Nabloes conformeert hij zich met tegenzin aan het leven waartoe zijn vader hem heeft voorbestemd: een gearrangeerd huwelijk, een baan in de zaak van zijn vader. Hij staat daar bekend als ‘de Parijzenaar’, met zijn zwierige pakken en wandelstok, en blijft dromen van het leven en de liefde die hem ontzegd werden.

Wat Hammad ook met haar negentiende-eeuwse voorbeelden gemeen heeft, zijn de dramatische plotwendingen: er zijn toevallig gevonden manuscripten, verstopte brieven, dramatische branden, schokkende sterfgevallen, onthutsende testamenten. Net als in Frankrijk wordt Midhat thuis opnieuw verraden, nu door zijn eigen vader. Als hij dat verraad ontdekt, vele jaren daarna, breekt hij.

Overal waar hij zich bevindt is Midhat een passieve buitenstaander. Terwijl veel van zijn vrienden zich hartstochtelijk met opstand en politiek bezighouden, eerst in verzet tegen het Ottomaanse rijk, later tegen Franse en Britse bezetters en zionisten, zakt hij steeds verder weg in zijn onhaalbare verlangens.

Dat maakt hem tot een lastig personage in een roman die zo doordesemd is van geschiedenis. Juist omdat hij niet echt betrokken is bij de strijd en het kabaal om hem heen, raakt De Parijzenaar halverwege dan ook flink uit balans. Verhaal en hoofdpersoon raken elkaar kwijt. De intensiteit van het Franse eerste deel van de roman gaat verloren; in het tweede deel moest ik flink doorbijten. Het kwetterende sociale leven van Nabloes, net als de discussies over de politieke strijd, worden door Hammad levendig opgetekend, maar zonder de onderhuidse spanning van daarvoor. Regelmatig moest ik de lijst met personages raadplegen, personages die niet echt een gezicht krijgen.

Dwangbuis

In het derde deel van De Parijzenaar hervindt Hammad gelukkig haar greep op wat ze wil laten zien: hoe politiek, geschiedenis en cultuur constructies zijn die vaak genoeg voorbijgaan aan onze individuele overtuigingen, verlangens en ambities, maar die toch heel gemakkelijk een dwangbuis kunnen worden. Identiteit wordt niet gevonden, maar opgelegd.

Veel van de mensen die Midhat omringen, in Frankrijk en in Palestina, worden niet gehinderd door dat onbehagen, zij storten zich vol overtuiging op het hooghouden van tradities, verliezen zich in religieus enthousiasme, of vinden elkaar in de strijd voor onafhankelijkheid. Maar de interessante personages in De Parijzenaar zijn tragisch ambivalent; zoals de Franse priester Antoine die de complexe samenleving van Nabloes antropologisch probeert te bekijken, het ingewikkelde sociale leven van de stad die hij tot zijn thuis heeft gemaakt zorgvuldig bijhoudt door middel van informanten, maar er tegelijk niet voor terugschrikt zelf als informant van de Britse bezetter op te treden.

Tijdens het lezen van De Parijzenaar wenste ik vaak dat Hammad zich meer op zulke verscheurde buitenstaanders had geconcentreerd in plaats van de sound and fury van de geschiedenis, hoe vaardig ook beschreven. Maar in de figuur van Midhat Kamal heeft ze een onvergetelijk personage geschapen, dat moeiteloos ontsnapt aan zijn historische context.

De Parijzenaar is in de eerste plaats een voldragen drama over identiteit – ergens thuis willen zijn waar je er niet bij hoort, niet kunnen ontsnappen aan waar je thuis bent.