Kerken in coronatijd: ongemak, meer bereik, weinig innovatie

Onderzoek Hoe beleeft christelijk Nederland de coronacrisis? NRC vroeg kerkleiders en gelovigen aan de vooravond van Pasen om hun mening.

In Eindhoven rijden priestersin een auto langs zeven kerken.
In Eindhoven rijden priestersin een auto langs zeven kerken. Foto Ramon Mangold/ANP

In het Zuid-Hollandse Krimpen aan den IJssel wist dominee Kort van de Oud Gereformeerde Gemeente het vorige week zeker: „De roepende zonden die tegen de scheppingsorde indruisen, dienen te worden uitgebannen.”

Zijn collega-predikant Van Veldhuizen in het Overijsselse Hasselt stond intussen, volgens de lokale GGD, onbedoeld aan de basis van de lokale corona-uitbraak. Hasselt als geheel telt tot nog toe ten minste dertien coronadoden en vooral de koren uit zijn kerk zijn daarbij oververtegenwoordigd.

Pinkstervoorganger Van der Steen in het Gelderse Nijkerk hield deze week zijn volgelingen per video voor dat „ze niet de kroon [corona betekent kroon] van angst moeten dragen, maar de kroon van Jezus” en dat ze door gebed de „duivelse aanval” van het coronavirus kunnen pareren.

Nu weten extreme voorbeelden als deze vaak snel de aandacht te trekken. Maar, zo blijkt uit panelonderzoek van onderzoeksbureau Citisens, slechts 2 procent van alle Nederlandse christenen ziet het coronavirus als een straf van God en 9 procent beschouwt het als een teken van het einde der tijden.

In Hasselt vond de besmetting bovendien al begin maart plaats, zelfs nog voor premier Mark Rutte ertoe had opgeroepen elkaar niet langer de hand te schudden. En ook die paar eigenzinnige kerken die de grenzen van de afgekondigde maatregelen opzochten – door op een zondag bij toerbeurt telkens dertig leden uit te nodigen – hebben hun plannen herzien.

Lees ook: Corona maakt van Biddag op de Biblebelt ook een boetedag

Wat door alle aandacht voor deze extremen bovendien buiten beeld blijft: hoe kijken ‘doorsnee’ gelovigen en hun kerkleiders eigenlijk tegen het virus aan? Zijn ze het eens met de uitzonderingspositie van kerken, die ook nu nog in kleine samenstelling bij elkaar mogen komen? En hoe duiden zij dit virus en de crisis die het met zich meebrengt?

Alle hens aan dek

Citisens vroeg dat afgelopen dinsdag aan vijfduizend mensen, waarvan er 3.713 reageerden, onder wie 2.105 christenen. Daarnaast legde NRC deze week aan vijftig kerkleiders uit heel Nederland een lijst met vragen voor. Achttien dominees, voorgangers en pastores vertrouwden hun gedachten aan NRC toe.

De veertigdagentijd, die aan Pasen voorafgaat, was voor deze kerkleiders geen tijd van rust en contemplatie, maar van alle hens aan dek, blijkt uit de inventarisatie. Zo moesten overal in het land haastig livestreams worden opgetuigd om de gemeenschap virtueel voort te zetten. Werden overal boodschappen- en bloemenacties op touw gezet om ouderen te steunen. En waren er doden te begraven. In de kerken waar de gepolste kerkleiders werkzaam zijn, waren tot nog toe al zeker elf overlijdens te herleiden tot Covid-19. Hoe gaan de komende paasdagen?

Bij elke kerk is een gebedsmoment, afgesloten met een zegen, om gelovigen te steunen.

Foto Ramon Mangold/ANP

De vieringen

Nu is deze zogenoemde ‘stille’ (protestants) of ‘goede’ (katholiek) week altijd al een drukke voor kerkleiders. „Witte Donderdag, Goede Vrijdag, Stille Zaterdag, de Paaswake, Eerste en Tweede Paasdag”, somt pastoor Bart Putter (42) uit Zandvoort op. „Op al die dagen worden er vanuit de kathedraal in Haarlem vieringen per livestream uitgezonden.”

Voor tien van de achttien kerken blijft de frequentie van de paasvieringen hetzelfde, maar dan online en in de kleinst mogelijke samenstelling. Andere kerken, zoals de Westerkerk in Amsterdam, hebben alle diensten afgeblazen, maar verspreiden online nog wel video’s. Uit het onderzoek van Citisens blijkt dat slechts 2 procent van de kerken nog gewone diensten houdt voor maximaal dertig personen.

Volgens een meerderheid van de kerkleiders bereiken ze met hun online vieringen in coronatijd meer bezoekers dan normaal, soms zelfs véél meer. Communicatieadviseur Eric van den Berg, auteur van een handboek voor kerk en online in coronatijd, is niet verbaasd. „Door het virus zijn kerken eindelijk aan een inhaalslag begonnen. Ineens is er een gevoel van urgentie.”

Van den Berg maakte deze weken „zeven dagen van twaalf uur in de week” om een spervuur van vragen te beantwoorden. Zijn handboek is intussen meer dan duizend keer gedownload. „De vragen variëren van: ‘Kan ik nog iets met deze oude camcorder?’ en ‘Welke laptop moeten we kopen?’ tot vragen over hoe je de liturgie in beeld krijgt. Maar eerlijk is eerlijk: de meeste kerken zitten nog in het stadium van beeldregistratie, in plaats van beeldregie. Ze zijn al blij als ze iets de lucht in krijgen.”

Lees ook een interview met dominee René van Loon: ‘Uiteindelijk is corona een streek van Satan’

De kerkleiders zien dat ze online ook bezoekers trekken die normaal gesproken niet ter kerke gaan. Van de tien mensen die normaal op zondag in de kerk te vinden zijn, zoeken er volgens het onderzoek van Citisens zes de livestream van hun eigen gemeente op. 21 procent van hen bekijkt de livestreams van andere kerken.

Van den Berg: „Dat is interessant, ja. Normaal gesproken kom je ergens te wonen en dan behoor je automatisch tot de kerk of de parochie die bij jouw geografisch grondgebied hoort. Nu ontstaat er ineens iets als concurrentie, een woord dat je normaal niet hoort in een kerk.”

De online vieringen die nu te zien zijn, lopen in kwaliteit uiteen van voorganger Jolanda Molenaar – die in haar eerste vlog al na tien seconden de paaskaars achter haar omvergooit – tot geavanceerde registraties die niet onder doen voor een professionele tv-productie. Van den Berg: „Toch zijn kerken, zelfs als ze alles uit de kast halen, inhoudelijk nog weinig innovatief: het is meestal gewoon een viering als altijd. Terwijl de spanningsboog voor iemand thuis op de bank natuurlijk héél anders is als in de kerkbanken. Je kunt intussen bijvoorbeeld gewoon je appjes op je telefoon bijwerken. De sociale controle is weg. Daar zouden kerken zich nog erg in kunnen ontwikkelen.”

De maatregelen

Al direct nadat minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) op 23 maart aankondigde dat huwelijken, uitvaarten en religieuze samenkomsten met een maximum van dertig aanwezigen door mochten gaan, kwam deze uitzondering ter discussie te staan. Het Humanistisch Verbond trok met een brandbrief aan de bel. Waarom zouden religieuze vormen van zingeving wél doorgang mogen vinden en niet-religieuze vormen van zingeving niet?

Van alle Nederlanders vindt bijna tweederde de uitzondering voor religieuze bijeenkomsten onterecht. Van alle christenen is dat de helft, waarbij verder opvalt dat slechts 9 procent achter de uitzondering staat. 41 procent vindt dat de uitzonderingspositie terecht is, maar dat kerken er niettemin beter aan doen géén bijeenkomsten te organiseren.

Lees ook: Wie samen met anderen God wil ontmoeten, komt corona tegen

De kerkleiders zijn het niet helemaal eens over wat hun online vieringen nu eigenlijk precies zijn. Met name orthodox-gereformeerde en katholieke kerkleiders zien online vieringen niet als een volwaardig alternatief en willen dus vasthouden aan kleinschalige samenkomsten. Zelfs als de maatregelen voor kerken worden aangescherpt, zeggen zij te zullen blijven zoeken naar manieren om „de lofzang gaande te houden”. Ze zien hun vrijheid van godsdienst als een absoluut recht waaraan niet getornd mag worden.

Anderen springen creatiever om met de maatregelen. Volgens Peter Pauwe, voorganger van de Doorbrekers, een evangelische kerk met duizenden leden in Barneveld en met vijf andere locaties in het land – moeten zijn samenkomsten worden gezien als tv-producties. „Daar zijn zo’n 15 à 25 mensen voor op de been. En dan hebben we nul bezoekers, maar alleen mensen die nodig zijn voor de productie. Zolang er ook live talkshows op tv te zien zijn, moet dat toch kunnen?” Anderen trekken de vergelijking met de geestelijke gezondheidszorg. „Die moet toch óók doorgaan?”

De kerkleiders tonen zich wel eensgezind in hun ongemak over hun uitzonderingspositie. Vier van hen hadden bijvoorbeeld liever gezien dat de grens op tien bezoekers was komen te liggen, zoals in de Verenigde Staten. PKN-dominee Bertie Boersma (41) uit het Zeeuwse Scharendijke: „Ik begrijp het Humanistisch Verbond wel, al moet ik bekennen dat ik blij ben met onze uitzonderingspositie. Maar met een maximum van tien kun je toch niet alleen kerkdiensten maar óók kleinschalige concerten en lezingen blijven uitvoeren en online zetten?”

De duiding

Vooral de vraag naar de duiding van de coronacrisis is aan de meeste kerkleiders wel besteed. Twee op de drie kerkleiders zien de crisis als een gelegenheid om als mensheid tot bezinning te komen. Op de doorgeschoten mondialisering bijvoorbeeld, zoals verschillende kerkleiders opperen. Anne-Meta Kobes (32), PKN-predikant in Heerenveen, vindt de vraagstelling maar suggestief. „Zou er een bedoeling in moeten zitten? Het biedt kansen, mogelijkheden. Maar het virus an sich is lijden.”

Toch valt in deze rondgang op dat de voorgangers niet het verdriet van een lege kerk centraal stellen, maar de kracht die men aan het paasverhaal ontleent. Of, zoals een meme die onder christenen rondgaat het zegt: „De kerk is nu even leeg. Maar dat was het graf van Jezus ook.”

Pinkstervoorganger Samuel Lee (49) gaat geregeld voor in migrantenkerken. Ook dáár ziet hij intussen voldoende coronabewustzijn, „al zijn er vast gekkies die menen de voorschriften te moeten negeren”. Hij is dezer dagen vooral actief in zijn rol als Theoloog des Vaderlands. „Ik moet deze week telkens denken aan Jezus die na zijn entree in Jeruzalem de tempel omverschudt. Net zo schudt corona volgens mij de religie om. Denk aan al die welvaartspredikers die claimen dat je gezond blijft en rijk wordt als je meer geld geeft aan de man van God. Dit wordt hun grote ontmaskering.”

Lee hoopt dat het virus gelovigen uitdaagt om net als Christus méé te lijden met wie in deze tijd lijdt. „Corona betekent letterlijk kroon. Maar hij droeg geen mooie kroon, maar een doornenkroon.”

Hij ziet in het virus de opmaat voor misschien wel een volgende reformatie. „De vorige Reformatie, vijfhonderd jaar geleden, maakte slim gebruik van de boekdrukkunst. Misschien dat kerken nu van het internet gebruik leren maken. En dat daar een heel nieuwe vorm van kerk-zijn uit opstaat. Een kerk waarin muren minder een rol spelen. Dat is de opstanding waar ik deze Pasen op hoop.”