Recensie

Recensie Boeken

Het kostschoolmeisje valt als een blok voor de 42-jarige leraar — en heeft niks door

Kate Elizabeth Russell Nadat haar vroegere leraar – en geliefde – in een seksschandaal belandt, wordt de hoofdpersoon uit ‘Mijn duistere Vanessa’ gedwongen opnieuw naar haar ‘grote liefde’ te kijken.

Sue Lyon als Lolita in de film gebaseerd op de roman van Vladimir Nabokov
Sue Lyon als Lolita in de film gebaseerd op de roman van Vladimir Nabokov Foto Getty

Zelden wilde ik de hoofdpersoon van een roman zo graag door elkaar rammelen als Vanessa uit Mijn duistere Vanessa van de Amerikaanse Kate Elizabeth Russell (1985). Vierhonderdzevenentwintig pagina’s lang om precies te zijn, al behoeft deze hoofdpersoon ook bergen troost en geruststelling. De volwassen Vanessa zit, vrij letterlijk, aan de grond, vastgeplakt in een koek van vieze afwas, meurende was en half opgegeten etenswaren. Weliswaar weet ze af en toe nog iets te maken van haar baantje in de lobby van een hotel, thuis is het een vunzige chaos, met haar schrijftalent en intelligentie gebeurt geen bal en ook in de liefde wordt het niets. Dat kan ook niet, want Vanessa heeft haar grote liefde naar eigen idee al beleefd. Al op haar vijftiende ontmoette ze de enige, de echte: haar leraar Engels van tweeënveertig. Dankzij deze Jacob Strane is ze voortijdig gestrand in het leven. Maar zo ziet zij dat niet of nauwelijks, 427 pagina’s lang.

Wie doet een kind zoiets aan?

Toch is Mijn duistere Vanessa een spannend boek. Heen en weer springend in de tijd, van 2017 naar 2000, vertelt Vanessa over wie ze is en wat haar overkomt. Alles staat in de tegenwoordige tijd, waardoor er een gevoel van urgentie ontstaat. De roman begint met een aanklacht op Facebook, van een andere jonge vrouw tegen dezelfde leraar. Vanessa ververst de pagina voortdurend, om te zien hoe het staat met de hoeveelheid likes: ‘Elke keer stijgen de aantallen en vermenigvuldigen de opmerkingen zich. Wat ben je sterk. Je bent zo moedig. Wat voor monster doet een kind zoiets aan?’

Twee pagina’s later belt Jacob Strane himself Vanessa op: ‘Lachend neem ik op, opgelucht dat hij een teken van leven geeft.’ Lachend? Opgelucht? Hoe nu? Dit is meteen het eerste moment waarop Russell haar lezers op doet schrikken. Kloppen die emoties wel, en waar komen ze vandaan? Vanessa vervolgt: ‘Ik stel geen vraag, maar toch barst hij los in een betoog. Hij vertelt dat de school een onderzoek start en dat hij zich voorbereidt op het ergste [...] dat ze hem zullen dwingen om ontslag te nemen.’

Zomaar ongevraagd losbarsten in een betoog, dat blijkt in de rest van de roman net wat voor Strane te zijn. Het is knap hoe Russell met zulke registrerende zinnetjes je antipathie voor de man voedt, temeer omdat geloofwaardig blijft dat Vanessa deze dingen wel opmerkt, maar er nooit consequenties aan verbindt. Ze dweept op volwassen leeftijd niet meer met de leraar, maar iets van de oude verstandhouding, waarbij hij het grote gelijk heeft en zij nog van niets weet, blijft bestaan.

Vanessa heeft zich nooit zo geliefd en gezien gevoeld als in de tijd van hun geheime affaire op de (kost)school, waar zij met haar eenvoudige afkomst een buitenbeentje was. Hoe het voelt, de uitverkorene te zijn voor een volwassen man, wordt dapper en veelkantig in beeld gebracht. Kun je een slachtoffer zijn zonder het zo te beleven?

Lees ook: ‘Ik was haar minnaar, partner en leraar ineen’

Het is Russells verdienste dat haar roman uitstijgt boven een eenduidige aanklacht. Het enige andere boek dat ik ken waarin een dergelijke liefde op een zo moedige wijze tegen het licht gehouden wordt, is Mijn meneer van Ted van Lieshout, uit 2012.

In Mijn duistere Vanessa wordt veelvuldig verwezen naar Lolita van Nabokov (en ook naar ander werk van hem), maar dat vertelt natuurlijk het verhaal van de man, niet van het meisje. Strane geeft Vanessa dat boek, en aannemelijk wordt hoe zij er (haast) niets anders dan een liefdesgeschiedenis in lezen kan. Het idee dat Jacob Strane net zo betoverd is door haar als Humbert Humbert door Dolores Haze doet haar duizelen. Niet hij strikt haar, nee, zij strikt hém, hij kan niet anders. Deze overtuiging zit diep, net als de weigering het verleden opnieuw te interpreteren, zelfs in de wetenschap dat er meer meisjes zijn die Strane verleidde. Bij alles is dit ook een schrijnende poging overeind te blijven als volwassene, zonder alles op losse schroeven zettende herdefiniëring. Af en toe wilde ik de roman wel door de kamer slingeren, zo tergend zijn alle verontschuldigingen die het meisje, en later de vrouw, voor de docent verzint. Hoe ze niet doorheeft dat hij haar manipuleert. En dat ze dat later wel begrijpt, maar niet weten wil.