Recensie

Recensie

Deze Nederlandse diplomaat woonde in een Cubaanse villa, ontmoette Oekraïense adel en zag Srebrenica van dichtbij

Weinig Nederlandse diplomaten publiceerden lezenswaardige memoires. Daarom zijn de herinneringen van Hans Glaubitz (1947) een bijzondere uitzondering. (●●●●)
Foto Andy Rain / EPA

Met F.C. Terborgh, H.J. Friedericy en F. Springer heeft de Nederlandse diplomatieke dienst enkele grote schrijvers voortgebracht. Daarentegen zijn er weinig diplomaten die lezenswaardige memoires hebben gepubliceerd. Alleen daarom al vormen de herinneringen van Hans Glaubitz (1947), die als diplomaat tijdens de Koude Oorlog zowel Nederland als de Europese Commissie heeft vertegenwoordigd, een bijzondere gebeurtenis.

In het begin van zijn Vervaagde grenzen beschrijft hij hoe hij reeds als geschiedenisstudent wordt aangetrokken door de wereld achter het IJzeren Gordijn. Begin jaren zeventig doet hij zelfs onderzoek voor zijn doctoraalscriptie in Polen. Hij woont dan in Warschau op kamers bij een oude ingenieur en zijn vrouw, wier riante appartement in 1944 door de communisten is onteigend. Aan de hand van hen beschrijft hij de naoorlogse Poolse geschiedenis in vogelvlucht om te eindigen met hun opluchting over de val van de Muur als met het verdwijnen van het communisme het privébezit wordt hersteld.

Vergeleken met Tsjechoslowakije, de Sovjet-Unie en de DDR ziet Glaubitz het Polen van de jaren zeventig als een betrekkelijk liberale maatschappij, ondanks de slechte levensomstandigheden. Met een geestige en soms fonkelende pen beschrijft hij hoe hij in die dagen aan bier, dat schaars was, komt – een volle fles kreeg je alleen als je een lege inleverde. Westerse kranten, die in Warschau schaars, maar verkrijgbaar zijn, bemachtigt hij door de kioskhouder een Toblerone-reep toe te stoppen.

DDR

Over generaal Jaruzelski, de laatste communistische leider van Polen, velt Glaubitz een gematigd positief oordeel, ook al heeft deze aristocratische militair in 1981 de staat van beleg afgekondigd, de vakbond Solidariteit verboden en de hervormingen teruggedraaid. Ter verdediging voert hij aan dat Jaruzelski op die manier een Russische inval heeft weten te voorkomen.

Op doorreis naar Polen leert Glaubitz ook de DDR kennen. Hij verafschuwt er het politieke systeem, maar geniet van de politieke cabarets en bewondert het poëtische volkslied dat begint met: Auferstanden aus Ruinen und der Zukunft zugewand.

Vermakelijk zijn zijn belevenissen op zijn eerste diplomatieke post in Cuba, waar hij in 1978 wordt gestationeerd en de flamboyante Coen Stork zijn baas is. Hij krijgt er een riante villa toegewezen en gaat vooral om met Cubanen uit de culturele sector. Zijn contacten leveren hem bij Fidel Castro’s geheime dienst de verdenking van hekserij op, die later ook in zijn Stasi-dossier wordt opgenomen.

Stork zal hij later weer tegenkomen in Roemenië. De ‘rode ambassadeur’ is daar, naar verluidt door minister Hans van den Broek persoonlijk, ‘voor straf’ naartoe gestuurd, omdat hij in Cuba te weinig kritisch zou zijn geweest voor het regime.

Killing fields

In het Oekraiense Lviv ontmoet Glaubitz in 1993 prins Kratsjevski-Volk, die de monarchie in Oekraïne wil herstellen en zich laat bijstaan door een graaf annex handleeskundige. Het levert een hilarische passage op, zoals je die alleen in Oost-Europa kunt beleven.

Het interessantste deel van Vervaagde grenzen handelt over voormalig Joegoslavië. Als vertegenwoordiger van de Europese Commissie brengt Glaubitz in 1994 een bezoek aan het door Bosnische Serviërs belegerde Sarajevo. De spanning springt hier van de pagina’s. En als hij een klein jaar na de val van de moslimenclave Srebrenica op eigen houtje poolshoogte gaat nemen op de killing fields, laat hij aan de hand van zijn geschrokken Servische chauffeur die gruwelijke gebeurtenis nogmaals tot je doordringen. Alleen die scène al maakt zijn boek de moeite waard.