Opinie

Een ‘nieuw normaal’ zou zonder contactapp moeten kunnen

Digitale controle

Commentaar

‘Terug naar normaal zal een zaak van lange adem zijn”, zei premier Rutte deze week. Het kabinet probeerde met de inmiddels wekelijkse persconferentie over de coronacrisis enerzijds de verwachtingen van het publiek te temperen. Anderzijds de geesten rijp te maken voor wat het ‘nieuwe normaal’ is gaan heten en waar iedereen enorm nieuwsgierig naar is.

Daarin paste dus de onverwachte aankondiging van minister Hugo de Jonge (CDA, Volksgezondheid) dat er onderzoek naar zogeheten ‘contact-apps’ voor smartphones wordt gedaan. Dit ter ontlasting van de GGD die nooit het aantal contactonderzoeken zal kunnen doen dat nodig wordt om de pandemie te kunnen blijven controleren. Dankzij de contact-apps moeten nieuwe besmettingshaarden snel en op maat kunnen worden gedempt, zodat niet steeds naar het ingrijpende middel van een nationale lockdown hoeft te worden gegrepen.

Lees ook: Dit zijn de contactapps waar het kabinet nu aan denkt

Het vergroten van de bewegingsvrijheid na 28 april lijkt het kabinet dus af te ruilen tegen een vorm van digitale zelf-surveillance met automatische waarschuwingsoptie. Het past bij de benadering die het kabinet kiest in deze crisis: eerder solidariteit, sociale controle en zelfdiscipline dan handhaving door de overheid. Ook de voorgestelde contactapps kunnen alleen een succes zijn als iedereen meedoet en dus niemand het ontstaan van zo’n databestand wantrouwt. Dat lijkt nogal een opgave.

Details verstrekte het kabinet niet, maar er was wel bij herhaling de verzekering dat privacy van de burger zwaar zal wegen. Dat er een duidelijk plan is om de burger straks via zijn smartphone zelf te laten vast leggen met wie hij waar contact heeft gehad, stemt alvast ongerust. Van dergelijke technologische ontwikkelingen zei de voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens Aleid Wolfsen al dat het gebruik van locatiegegevens door de overheid zeer ingrijpend is. „Niemand wil natuurlijk dat de burger een soort wandelende antenne wordt die permanent in contact staat met de overheid”, zei hij bij NPO-Radio 1.

In Azië waar de epidemie ‘onder controle’ lijkt is die toestand al bereikt, mogelijk mede dankzij ver doorgevoerde digitale controle. Ieders locatiedata zijn er eenvoudig aangemerkt als een algemeen volksgezondheidsbelang – privacy noch het recht om zich vrij te mogen verplaatsen speelt er echt een rol. Daar is de contactapp een instrument voor crowd control van overheidswege. De smartphone is in Azië daarmee geworden wat de enkelband is voor strafrechtelijk veroordeelden hier. Een manier om de burger binnen zijn toegestane locatie te houden en te bewaken.

Is zo’n digitaal middel, maar dan privacyproof denkbaar in een democratische rechtsstaat waar men ook grondrechten op prijs stelt? De AP denkt van niet, met als argument dat gegevens over besmette contacten nooit écht geanonimiseerd kunnen worden, gegeven wat er al bekend is over de eigenaren van de telefoon. Hoe het kabinet deze bezwaren precies gaat wegnemen is onbekend. In de Kamer zei De Jonge vlot dat ‘we’ geen Singapore moeten worden; daar kan hij aan gehouden worden. Maar optimistisch stemt het niet. De Kamer liet zich te snel sussen. Of zo’n contactapp er moet, of zelfs kan komen, is zeer de vraag. De Autoriteit Persoonsgegevens zegt dat er geen surveillancemaatschappij moet worden ingericht „waar we dan na de coronacrisis mee zitten opgescheept”. Inderdaad, niemand wil hierna wakker worden in China.