Foto Schore Mehrdju

Interview

‘Dat mijn vader ons had ontvoerd, hebben we nooit geweten’

Hereniging Mehdi Maturi (31) kwam als baby met zijn vader vanuit Iran naar Duitsland. Als twintiger kwam hij erachter dat zijn moeder nog leefde. Hij ging terug naar Iran – tegen de vluchtelingenstroom in.

Zonder geldig paspoort, maar mét een bijzonder verhaal, vertrok Mehdi Maturi naar Iran. Vanuit Stuttgart, waar hij is opgegroeid. Deels te voet, tegen de vluchtelingenstroom in, ging hij op zoek naar zijn moeder. Een vrouw die hij niet kende.

Van jongs af aan had hij van zijn vader gehoord dat ze dood was. En dat ze een slechte moeder was geweest, die haar kinderen verwaarloosde. Maar tien jaar geleden kreeg Maturi via Facebook een bericht dat ze leefde. In Iran. En dat ze haar halve leven wanhopig naar haar drie kinderen had gezocht.

In een huiselijk Berlijns café met versleten bankstellen zit een man met een open gezicht en lang haar dat net niet tot zijn schouders reikt. Ontspannen drinkt hij een cappuccino. Het is kort voor de coronacrisis het openbare leven ook in Berlijn grotendeels platlegt.

Over bergen, rivieren en zwaarbewaakte grenzen is het Maturi gelukt in Iran aan te komen, zijn moeder te leren kennen, en via dezelfde gevaarlijke weg weer terug te keren naar Duitsland. Over dat alles heeft hij – met hulp van een bevriende journalist – een boek geschreven: In den Iran. Zu Fuß. Ohne Pass.

Mehdi Maturi is zijn schrijversnaam. En tegelijk, hoopt hij, een schuilnaam die hem en zijn nieuw ontdekte familie in Iran beschermt tegen problemen met de autoriteiten. Hij is immers illegaal Turkije en Iran in- en weer uit gereisd.

Het was een heel verwarrende ervaring, vertelt Maturi (31), toen hij opeens hoorde dat zijn moeder nog leefde. Het nieuws kwam van de broer van zijn moeder, die hem op Facebook had opgespoord. „Ik was 22, net het huis uit, eindelijk vrij. Weg van mijn vader, die mijn broer, mijn zus en mij heel streng en liefdeloos had opgevoed. In 1988 was hij met ons naar Europa gevlucht, een tocht die drie maanden heeft geduurd. Ik was toen nog geen jaar oud.

„Dat hij ons had ontvoerd, omdat mijn moeder zich van hem liet scheiden, hebben we nooit geweten. Toen hij hoorde dat we wisten dat zij nog leefde, zei hij dat hij heel teleurgesteld zou zijn als we zouden proberen haar te vinden. Want dan zouden we natuurlijk de waarheid over de ontvoering ontdekken.”

Maturi brandde niet meteen van verlangen om zijn onbekende moeder op te zoeken. Het zou nog acht jaar duren voor het ervan kwam.

„Ik was net mezelf en het leven aan het ontdekken. Ik had allerlei baantjes, onder meer als barkeeper. Ik ging op in een uitbundig nachtleven en maakte reizen door Europa. Die kwestie van mijn moeder verdrong ik een beetje. Bovendien had mijn oom geschreven dat ze geen Duits en geen Engels sprak en ook geen internet had – dus hoe zou het contact verlopen? Wat voor vrouw zou ze zijn?”

Maar allengs groeide toch de drang om haar te leren kennen. „Ik wilde me zélf een beeld van haar vormen. Het verhaal van mijn vader dat ze dood was, klopte niet. Dat ze een slecht karakter had dus misschien ook niet. En ik besefte dat ze veel verdriet gehad moet hebben dat haar kinderen gestolen waren.”

Foto Schore Mehrdju

Maturi begon voorbereidingen te treffen voor zijn reis. Zijn vader was inmiddels overleden. Omdat hij alleen een vluchtelingenpas had, die ook nog eens was verlopen, kreeg hij geen visum voor Iran. Dan maar zonder visum over land, besloot hij: de vluchtelingenroute, maar in omgekeerde richting.

„Om niet op te vallen, wilde ik er vooral niet als vluchteling uitzien, maar als iemand die voor zijn plezier wandelt in de natuur. Ik wist hoe verwaarloosd vluchtelingen eruitzien en ook hoe slecht ze behandeld worden. Om er verzorgd uit te zien pakte ik scheerspullen in, en parfum en maandverband dat ik onder mijn oksels plakte, zodat ik niet zou gaan stinken als ik me niet kon wassen. Onderweg heb ik veel politie voorbij zien rijden, vaak keken ze even naar me en reden dan weer door.”

Maar dat betekende niet dat de reis soepel verliep. Zijn missie slaagde alleen dankzij hulp van onbekenden, die geroerd waren toen ze hoorden waarom hij in hemelsnaam illegaal over land van Europa naar Iran reisde, met alle risico’s van dien.

Cruciaal was ook het sociale netwerk Couchsurfing, dat hem met hulpvaardige mensen in contact bracht. Zoals de Griekse soldaat vlak bij de grens met Turkije, die zich liet overhalen z’n bijna verlopen paspoort aan Maturi mee te geven. „Hij dacht eerst dat ik een grap maakte toen ik het voorstelde. Maar anders moest ik de grensrivier over zwemmen, en hij wist dat velen dat niet overleven. Ik zei: je kan altijd zeggen dat die gast van Couchsurfing je paspoort heeft gepikt.”

Op een muilezel

Na een zware tocht door Turkije, te voet en op een muilezel over de bergen aan de Turks-Iraanse grens, bereikte hij met hulp van mensensmokkelaars uiteindelijk Iran en de hoofdstad Teheran.

En toen moest het spannendste nog komen: de ontmoeting met zijn moeder. Hij ging niet meteen naar haar toe, maar logeerde eerst bij de zus van zijn vader en haar man in Teheran – om wat beter Perzisch te leren en vooral om moed te verzamelen. Op een dag doorbrak zijn oom zijn aarzelingen en reikte hem zijn telefoon en zei: ‘Hier, je moeder.’

„Toen heb ik voor het eerst haar stem gehoord. Het was een moeizaam gesprek, maar ze was dolblij. Al die jaren had ze gehoopt ooit nog eens met haar kinderen in contact te komen.”

Kort daarna verraste zijn oom hem opnieuw. Hij belde Maturi, die elders in de stad was. „Kom nú naar huis, je moeder is hier, zei hij. Door de files heeft het me nog drie uur gekost voor ik er was. Ik stormde de trap op en daar stond ze. Er gingen allerlei gevoelens door me heen. Opluchting, maar het was ook verwarrend. Daar stond een onbekende vrouw, die ik alleen had gezien op een foto van toen ze twintig was.

„We hebben elkaar omhelsd. Ze was heel gelukkig. Maar het was ook heel hectisch, want terwijl we daar zo stonden zei mijn oom: ‘Mehdi, we hebben je spullen gepakt, je gaat meteen met je moeder mee.’ Zo gooide hij me in het diepe, wat achteraf heel goed was.

„Mijn moeder woont in een andere stad, we hebben vier uur met elkaar in de auto gezeten. We konden ondanks het taalprobleem best een beetje met elkaar praten. Ik was verrast dat ze kon autorijden en een prima auto had. Ik had me haar voorgesteld als een verarmde, alleenstaande vrouw. Maar ze had een nieuw leven, ze was een jaar daarvoor opnieuw getrouwd, met een voormalig bankdirecteur. Ze woont met hem in een modern huis. Het is geen huwelijk uit liefde, maar het gaat haar naar omstandigheden goed.

„Vijftien jaar nadat mijn vader ons had ontvoerd, had een oom het verdriet van mijn moeder niet langer kunnen aanzien. Hij heeft haar toen verteld dat wij in Europa waren en dat het goed met ons ging, meer niet. Het was een troost voor haar dat te weten. De zus van mijn vader en haar man, bij wie ik in Teheran had gelogeerd, wisten vanaf het begin dat we ontvoerd waren. Maar tegen mijn moeder hielden ze zich al die jaren van de domme.

„Mijn moeder is een heel wijze, zachtaardige vrouw. Ze heeft geen kwaad woord over hen gesproken, over niemand, behalve mijn vader.”

Voor het eerst ‘Mammi’

Maturi zelf veroordeelt zijn vader niet. Hij zegt dat hij „negatieve noch positieve gevoelens” over hem heeft. „Hij heeft óók geleden. En hij heeft ervoor gezorgd dat wij in het Westen zijn opgegroeid.”

Zijn moeder leerde hij beter kennen toen ze samen een week naar een vakantiehuisje in het noorden van Iran gingen. „Toen ben ik haar als moeder gaan zien en heb ik voor het eerst Mammi tegen haar gezegd.”

Foto Schore Mehrdju

Maturi had het besluit op zoek te gaan naar zijn moeder zelf jaren voor zich uitgeschoven. Daardoor heeft hij wel begrip voor zijn broer en zus, die nog meer tijd nodig hadden voor ze zich voor hun moeder begonnen te interesseren. „Zij hebben hun leven in Duitsland. En je moet een psychologische drempel over, dat was bij mij ook zo. Het is moeilijk voor het eerst iemand te treffen die grote gevoelens van je verwacht, terwijl je die misschien helemaal niet hebt. Dan is verdringen of uitstellen wel zo makkelijk. Maar inmiddels zijn we van plan elkaar als gezin te ontmoeten in Azerbeidzjan, voor dat land heeft mijn moeder geen visum nodig.”

Na vijf maanden in Iran ondernam Maturi de terugreis – deze keer in dezelfde richting als de vluchtelingen. „Ze zagen meteen dat ik niet een van hen was. Ze waren bang dat ik een spion of politieman was.”

Was het achteraf niet naïef dat hij die reis ondernam, illegaal door Turkije en Iran, waar de geheime dienst hem makkelijk voor een spion had kunnen aanzien? „Ik ben niet naïef, ik geloof in het goede van mensen. „Maar als iemand tegen me zou zeggen: Mehdi, ik ga naar Iran, te voet en in omgekeerde richting van de vluchtelingen, dan antwoord ik: je bent naïef.”

Door de coronacrisis is de presentatie van zijn boek op voorleesavonden vrijwel volledig in het water gevallen, zegt Maturi in een telefoongesprek. Toch staat het boek al vijf weken in de bestsellerlijst voor paperbacks van Der Spiegel. Zijn moeder heeft hij een paar dagen geleden nog gesproken, vertelt hij. „Iran heeft al veel problemen en daar komt nu ook nog Covid-19 bij. Maar mijn moeder is gezond.”