Opinie

Corona wijst nog niet de weg naar een betere wereld

De pandemie voedt de hoop op een betere wereld. Vooralsnog is de catharsis echter nog ver weg, ziet Michel Kerres. Fricties worden juist uitvergroot.

Michel Kerres

Een crisis, dat weet iedereen, leidt tot een catharsis. Covid-19 is de grootste crisis die verreweg de meesten van ons hebben meegemaakt, dus maken velen zich al handenwrijvend op voor de grote zuivering die als beloning op ons wacht. De ontberingen van thuisonderwijs, relatiestress en kroegverzuim moeten toch ergens goed voor zijn. Op intelligente lockdown en intelligente exit volgt intelligente toekomst. Op naar een betere wereld dus, zonder vlees en zonder wapens, maar met basisinkomen, hervonden huiselijkheid en opgebloeide gemeenschapszin. Dat zóú kunnen.

Na één coronakwartaal is de catharsis in elk geval nog ver weg. Het is zelfs alsof de oude wereld nu op doping werkt: bestaande geopolitieke fricties worden uitvergroot, de zwakheden van samenleving en leiders tekenen zich nu nog scherper af. Corona heeft de sluier weggetrokken.

De VN-Veiligheidsraad, bijvoorbeeld, had het al een tijdje zwaar omdat de grootmachten er elkaar blokkeren. Er moesten 1.500.000 mensen besmet raken en 90.000 sterven voordat de raad donderdagavond voor het eerst over de grootste mondiale ontwrichting sinds WOII vergaderde. En dat moest dan ook nog een besloten sessie zijn die eindigde in een nietszeggende verklaring. Een Franse poging om de leiders van de vetomachten bijeen te brengen mislukte.

De grote geopolitieke confrontatie van dit moment woedt gewoon voort. De VS en China vliegen elkaar voortdurend in de haren over de pandemie. Trump noemde het coronavirus eerst stelselmatig het Wuhanvirus. Deze week dreigde hij de subsidie aan de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stop te zetten omdat die organisatie door China gekaapt zou zijn. De WHO zou China niet hard genoeg hebben aangepakt en te lang hebben gewacht met alarm slaan.

Trump zei eerder in de VN dat de toekomst niet aan globalisten is, maar aan patriotten. Zo handelt hij in de pandemie ook. Toen corona al woedde, diende Trump een begroting in waarin fors werd bezuinigd op ontwikkelingshulp en op de Verenigde Naties. De bijdrage aan de WHO wilde hij toen halveren. Een maand later, op een dag dat in zijn land 1.800 coronadoden vielen, opperde hij de subsidie maar helemaal te schrappen. De WHO ligt van meer kanten onder vuur, maar is de piek van een pandemie nu echt een moment voor politieke spelletjes?

Of de WHO inderdaad geen geld van de VS krijgt is afwachten – elke betaling aan de WHO moet nu langs het Witte Huis. Maar een gecoördineerd offensief tegen corona onder Amerikaanse leiding zit er zeker niet in. De regering-Obama speelde nog een belangrijke rol in de strijd tegen ebola, Trump gaat niet voorop in de strijd tegen corona.

China viel tot nu toe op met censuur, een militaristische lockdown, sociale controle waar je als westerling niet aan moet denken en doorzichtige mondkapjesdiplomatie. Ook voor China is geen mondiale voortrekkersrol weggelegd.

Meest wenselijk zou een coronacoalitie zijn van de grootmachten, net zoals tijdens de Koude Oorlog de aartsvijanden USSR en VS samenwerkten bij het uitroeien van de pokken. Maar daar ziet het niet naar uit.

Als we na de pandemie naar buiten komen, zal de wereld nog steeds verdeeld zijn in machtsblokken, de V-raad nog steeds weinig invloed hebben en zullen kwetsbare landen nog steeds kwetsbaar zijn. Of Covid-19 dan een aansporing zal zijn voor meer internationale solidariteit en samenwerking? Het zóú kunnen.

Redacteur geopolitiek Michel Kerres en Oost-Europa-deskundige Hubert Smeets schrijven hier afwisselend over de kantelende wereldorde.