Voorjaarsconfetti: nu troost vinden in de bloesem

Sierkersen Geen bloesem zo mooi als de kersenbloesem. Een nieuw boek vertelt hoe één Britse ecoloog de Japanse trots van de ondergang redde.

Foto Chris Keulen

‘Advies: kom niet naar het Bloesempark’. Die waarschuwing stond op 13 maart in grote letters op de website van het Amsterdamse Bos. De witroze bloemen van de Japanse sierkers Prunus yedoensis trekken ieder jaar in maart en april grote aantallen bezoekers, en met het oog op de coronamaatregelen leek het wijselijk om kersenbloesemspotters te ontmoedigen. Tevergeefs, bleek ruim een week later: op de allereerste dag van de lente zag het tussen de bloesems zwart van de mensen.

Misschien was het toeval – het was op die zonnige dag op wel meer plaatsen in Nederland druk. Maar misschien ook lonkte juist die bloesempracht sterker dan ooit. Voorjaarsconfetti. Een fragiel symbool van hoop in onzekere tijden. Troostrijke bloemblaadjes als belofte voor een nieuw begin.

Als lentesneeuw vallen ze elk jaar naar beneden – begin maart de abrikozenbloesems, in de anderhalve maand erna gevolgd door die van nectarines, pruimen, kersen, peren. Eind april, als slotakkoord, komen de appelbloesems. Maar al die fruitbloesems vallen in het niet bij de pracht en overdaad van de Japanse sierkersenbloesems. Eetbare vruchten hebben de bomen niet, ze zijn puur bedoeld als lust voor het oog. Er zijn honderden verschillende variëteiten, van de uitbundig bloeiende yoshinokers tot de taihaku, met grote witte bloemen. Sommige bloeien aan het begin van de lente, andere later in het seizoen.

Nergens ter wereld is de kersenbloesemliefde zo groot als in Japan. De bloemen zijn zo nauw verweven met de cultuur van het land dat de journaliste Naoko Abe er een boek over schreef: Sakura, naar het Japanse woord voor kersenbloesem. Abe beschrijft daarin hoe de Britse ecoloog Collingwood Ingram de sakura van de ondergang redde – de oorspronkelijke, wilde kersenbloesems dreigden begin vorige eeuw te worden weggeconcurreerd door een nieuwe, gekloonde variant. Maar naast een biografie van Ingram is het boek een geschiedenis van Japan, nauw verweven met die van de bloesem.

„Al meer dan duizend jaar duikt de sakura op in gedichten, in legendes, zelfs in politieke manifesten”, vertelt Abe via Skype, vanuit haar huis in Londen. „Al in de twaalfde eeuw dichtte een boeddhistische monnik: ‘Laat mij sterven onder de bloesems in de lente rond de dag van de volle maan’.” Eigenlijk zou Abe naar Nederland gekomen zijn voor de promotie van haar boek, maar het coronavirus gooide roet in het eten – en dus laat ze via de webcam de drie kersenbomen in haar tuin zien. Een ervan, de treurkers, staat net in bloei.

„De bloesemtijd is in Japan de periode van een nieuw begin. Scholen, universiteiten, nieuwe banen: alles start daar in april. Kinderen poseren op hun eerste schooldag in uniform onder de sakura en er worden speciale bloesemfeesten georganiseerd. Tijdens zo’n hanami komt iedereen met picknickkleedjes bij elkaar onder de kersenbomen. Samen eten en drinken is dan minstens zo belangrijk als het kijken naar de bloesems zelf.” Vanwege het coronavirus zijn de bloesemfeesten in Japan op dit moment verboden, vertelt Abe. „Maar dat weerhoudt mensen er niet van om in hun eentje onder zo’n boom te gaan zitten en te genieten van de bloesems.”

Foto Chris Keulen

Japanners associëren zichzelf ook met de bloesems, vertelt Abe. „Al in 1900 werd er een Japans handboek uitgebracht waarin stond: De pioen is de nationale bloem van China en de westerlingen aanbidden de roos. Maar de Japanners houden van de doorschijnendheid en puurheid van kersenbloesems. Ons hart moet zo doorschijnend zijn als de kroonbladeren van een kersenbloem. Daarzonder is men geen echte Japanner.” Abe: „Dat is toch best opmerkelijk. Ik bedoel, in Nederland houden jullie van tulpen, maar jullie identificeren je er niet mee.”

Symbool voor begin en einde

De kersenbomen bloeien over het algemeen niet veel langer dan een week, afhankelijk van de soort. Juist het vluchtige karakter van de bloei draagt bij aan de schoonheid, zegt Abe. „Daarmee staan de blaadjes niet alleen symbool voor een beloftevol begin, maar ook voor het onvermijdelijke einde.” Die bitterzoete tijdelijkheid zit diep ingebakken in de ‘kersenideologie’ die tijdens de jaren dertig van de vorige eeuw zijn intrede deed in Japan. De Japanse keizer vond dat zijn onderdanen zo trouw moesten zijn aan hun land dat ze bereid moesten zijn te sneuvelen. „Daarbij werd ook weer uitgebreid verwezen naar het verschil tussen westerlingen en Japanners. De Japanse ambassadeur in de Verenigde Staten zei bijvoorbeeld: ‘De roos is individualistisch en assertief. De kers moet worden genoten in trosjes, waarbij elke bloem zijn individuele identiteit verliest door deel uit te maken van het geheel’.”

Die trosjes, dat waren bijvoorbeeld kamikazepiloten. Onder de noemer van yamate dashii – ‘de ware Japanse geest’ – werden jonge Japanners in de Tweede Wereldoorlog opgeleid om zichzelf te pletter te vliegen op vliegdekschepen van de vijand. „Jongens van in de twintig, in de bloei van hun leven, kregen te horen dat ze zich niet aan het leven moesten vastklampen, maar zich eervol moesten laten vallen als een bloemblad.” De avond voor hun dood schreven de kamikaze-piloten gedichten waarin ze zichzelf vergeleken met kersenbloesem en zongen ze het lied ‘Kersenbloesembroeders’: ‘Jij en ik zijn kersenbloesembroeders / we bloeien samen in de tuin van de militaire academie / als we zijn uitgebloeid moeten we ons verstrooien / laat ons luisterrijk vallen voor ons land.’ De piloten schilderden soms roze bloesems op de romp van hun vliegtuigen, die daarom de bijnaam ‘kersenbommen’ kregen.

Foto Chris Keulen

Abe: „Zo raakte die mooie, hoopvolle kant ondergesneeuwd door nadruk te leggen op de eindigheid van de bloesems. Gelukkig is dat na de oorlog weer veranderd en symboliseren de bloesems vooral het nieuwe begin. Al zie je in Tokio bijvoorbeeld wel veel sierkersen rond kerkhoven. En nu het bloeiseizoen van de kersen steeds vroeger komt te liggen door klimaatverandering, zul je zien dat die gaat samenvallen met het einde van het schooljaar in plaats van het begin. Dan wordt de sakura toch weer een teken van afscheid. Maar daar wil ik niet te lang over nadenken, dat maakt me verdrietig.”

Pelgrimage

Bloesem brengt mensen bij elkaar, zegt Abe. „Van vissers en boeren tot zakenlieden: iedereen houdt van sakura. Veel Japanners gaan zelfs op bloesempelgrimage, bijvoorbeeld naar Neo, een dorp waar nog een 1500 jaar oude kersenboom staat. Die is eigenlijk nauwelijks nog levensvatbaar – vanbinnen is hij helemaal hol, en de broze takken zouden ’s winters sneuvelen door het dikke sneeuwdek. Daarom wordt hij gestut door houten palen.”

Ook Collingwood Ingram ging in 1926 op bloesempelgrimage naar Japan, nadat hij zo’n twintig jaar eerder zijn hart had verloren aan het land. Het was een bezoek met een wrange bijsmaak, schrijft Abe in haar boek: jaar in jaar uit werd de diversiteit aan kersenbomen in Japan kleiner. Door het hele land was vrijwel alleen de yoshinokers te zien. De bevolking was nog wel dol op kersenbloesems, maar het maakte ze niet uit welke soorten er waren, hooguit of de boom ‘enkelvoudige’ of ‘dubbele’ bloemen droeg.

Lees ook: Zo maak je de tuin (of het balkon) voorjaarsklaar

Tijdens zijn bezoek maakte Ingram een diepe indruk op de Japanners, zegt Abe. Hij werd uitgenodigd om te spreken op een bijeenkomst van 150 vooraanstaande Japanners en sprak de betrokkenen indringend toe om de kersencultuur in hun land in stand te houden. Ook ging hij in gesprek met diverse botanici, om ze te leren hoe ze de kersenbomen het beste konden telen.

In zijn aantekeningen beschrijft hij een bijna religieuze ervaring bij de aanblik van bloeiende wilde kersen tegen de achtergrond van Mount Fuji. Abe: „De natuur was zijn religie.” Tegelijkertijd bekeek Ingram de sierkersen met een ecologenblik. „Hij zag hoe snel de natuurlijke diversiteit aan het afnemen was in Japan, en daarom besloot hij in zijn tuin in Engeland zoveel mogelijk verschillende soorten te telen.” De taihaku bijvoorbeeld, die in Japan uitgestorven was. „Hij stuurde via de Trans-Siberie Express loten van de boom naar Japanse vrienden , en nu bloeit de taihaku daar ook weer.”

Collingwood Ingram was niet de enige Europeaan die zijn inspiratie uit Japan haalde. Vincent van Gogh bijvoorbeeld had de schilder Katsushika Hokusai als voorbeeld. Is Van Goghs beroemde amandelbloesemschilderij daarmee een eerbetoon aan het werk van Hokusai? Abe: „Wie weet. Het is in ieder geval een kunstwerk dat voor veel mensen hoop en troost uitstraalt.”

Om diezelfde reden werden na de kernramp bij Fukushima, in 2011, massaal kersenbomen geplant als symbool van leven en wederopbouw. Abe: „Op een plek is zelfs een meerjarig project gestart om een ‘Grote Muur’ van 99.000 kersenbomen aan te leggen.”

Lees ook: De NRC lentewandeling: Bloesemtocht door de Betuwe

Zo verwacht Abe dat kersenbloesems ook nu, in de coronacrisis, hoop kunnen geven aan mensen die binnen zitten. „Er zijn diverse websites die virtuele sakura-wandelingen aanbieden. En je kunt natuurlijk altijd de lente in huis halen door je toe te leggen op ikebana, de Japanse kunst van het bloemschikken.”