In de lege straten moeten bezorgers zich bewijzen

Bezorgdiensten Voor bezorgbedrijven was het een grote test: kunnen zij alle extra vraag aan? Anders dan elders bestaat in Nederland nog geen dominante dienst die ‘alles’ bezorgt: van boodschappen tot maaltijden, van een yogamat tot medicijnen.

Een bezorger van Meituan kijkt over een wegblokkade in Wuhan, China.
Een bezorger van Meituan kijkt over een wegblokkade in Wuhan, China. Foto Reuters

In felgekleurde jassen zoeven ze door de straten, in een bestelbus, een elektrisch autootje of op de fiets. De een draagt geel, de ander rood, lichtblauw of oranje. Allemaal doen ze hetzelfde: ze gaan van huis naar huis, leveren bestellingen af aan de deur. Van vroeg in de ochtend tot ver nadat de duisternis weer is ingetreden.

Terwijl heel Nederland deze dagen zo veel mogelijk binnen blijft, hebben zij – de bezorgers – het drukker dan ooit. Ze moeten webcams of computerschermen brengen bij iedereen die nu thuiswerkt. Kleding en schoenen afleveren, nu bijna alle winkels dicht zijn. Of boodschappen bezorgen bij kwetsbare consumenten, die vanwege het coronavirus niet langer naar buiten durven.

Voor bezorgbedrijven waren de afgelopen weken zonder twijfel de meest serieuze test tot nu toe. Konden ze al die extra bestellingen aan? Voor onlinesupermarkten zal het soms hebben gevoeld alsof ze plotseling vijf jaar vooruit in de tijd waren geschoten. Naar een jaar waarin het bezorgen van boodschappen niet meer de uitzondering is – online is nu goed voor ongeveer 4 procent van de markt – maar alom geaccepteerd.

Door het gehamster kampen supermarkten soms nog steeds enkele lege schappen. Maar hamsteren is nergens voor nodig, zei de topvrouw van Albert Heijn.

Sommige bedrijven kwamen dat examen zonder al te veel problemen door, zag Walther Ploos van Amstel, lector stadslogistiek aan de Hogeschool van Amsterdam. Zoals de koeriersbedrijven die de online bestelde spullen thuisbezorgen. Natuurlijk hadden zij het drukker dan gewoonlijk, maar ze kunnen zich heel makkelijk aanpassen en „schuiven met capaciteit”, stelt hij.

En ook de maaltijdbezorgers met hun vierkante isolatierugzakken en bezorgbrommers doorstonden de test goed. Zelfs nu tweeduizend nieuwe restaurants zich hebben aangemeld voor een plek, na het sluiten van de horeca. Op piekmomenten kwam de bestelde sushi, pizza of curry de afgelopen weken soms iets later dan gebruikelijk, maar iedereen kon gewoon blijven bestellen.

Online gehamster

Bij boodschappen lag dat anders. Daar leidde de hoge vraag tot „grote problemen” in de bezorging, aldus Ploos van Amstel. Wie boodschappen wilde bestellen, kon soms pas een week later een plekje in de bezorgauto van Albert Heijn, Jumbo of onlinesupermarkt Picnic reserveren. Bij Picnic was de vraag drie keer zo hoog als de capaciteit, zei mede-oprichter Michiel Muller vorige week bij praatprogramma Jinek.

Voor Albert Heijn is de drukte aanleiding de capaciteit voor onlinebezorging doorlopend uit te bouwen. Picnic kondigde vorige week aan versneld een nieuw distributiecentrum te openen en honderden extra mensen aan te nemen. Toch kunnen supermarkten online niet eindeloos uitbreiden, zegt lector Ploos van Amstel. Een distributielocatie bouwen kost tijd, nieuwe bezorgauto’s in bezit krijgen ook.

Consumenten bezuinigen tijdens een recessie als eerste op levensmiddelen

Walther Ploos van Amstel lector stadslogistiek

De vraag is volgens Ploos van Amstel bovendien of het verstandig is om nu aan alle behoefte te willen voldoen. Dat iedereen nu meer bestelt, is ook omdat de horeca dicht is. „Als die weer opengaat, zakt je omzet ook weer. En wat als er een recessie aankomt? Consumenten bezuinigen dan als eerste op levensmiddelen. Dan is bezorgen voor veel klanten misschien te duur.”

Nu de consument meer en meer online bestelt, roept het de vraag op of de bezorging eigenlijk wel efficiënt geregeld is. Ploos van Amstel herkent dat in zijn privéleven. „Gisterochtend werd een gymmatje bezorgd, gistermiddag gewichten en gisteravond hardloopschoenen. Als je bij Amazon bestelt, worden alle producten los geleverd. Dat moet toch veel beter kunnen?”

Eén bezorger voor alles

Een soort digitale butler zou daarvoor een goede oplossing zijn: een koerier die niet alleen de boodschappen haalt in de winkel, maar ook je nieuwe hardloopschoenen, je maaltijd en je bestelling bij de drogisterij. In sommige landen zijn zulke bezorgers al heel gebruikelijk. In Italië kunnen klanten bijvoorbeeld bij Supermercato24 hun boodschappen bestellen, een bezorger verzamelt die vervolgens bij verschillende winkels. In China doet Meituan iets vergelijkbaars, maar dan nóg omvangrijker.

In Spanje ligt het openbare leven compleet stil. Maar voor maaltijdbezorgers is een uitzondering gemaakt

Het voordeel van zulke diensten is dat ze vrij makkelijk zijn uit te breiden. Koeriers rijden met hun eigen fiets of auto, ze hebben alleen een herkenbare jas nodig, en een rugzak als ze per fiets bezorgen. Wie de app downloadt, kan beginnen. In die zin hebben deze diensten iets weg van maaltijdbezorger Deliveroo, die in tegenstelling tot Thuisbezorgd.nl alleen werkt met eigen koeriers. Bestellingen via Thuisbezorgd worden vaak door de restaurants zelf afgeleverd. Maar anders dan Deliveroo bezorgt Meituan vrijwel álles wat in de kenmerkende felgele bezorgrugzak past, niet alleen eten.

In Nederland zijn dat soort diensten ongebruikelijk. Hier handelt iedereen zijn eigen bezorging af: postbedrijven en koeriers doen pakketten, restaurants bezorgen maaltijden, de supermarkt levert boodschappen. Er zijn wel partijen die van alles bezorgen, zoals het Groningse Dropper of Local Heroes uit Amsterdam, maar die zijn volgens Ploos van Amstel nog klein.

Dat komt volgens de lector ook omdat Nederlanders betrekkelijk weinig online bestellen, waardoor het voor veel consumenten nog niet relevant genoeg is om leveringen van verschillende bedrijven in één bezorging te combineren. „Het doet ons nog geen pijn. Een gemiddeld gezin ontvangt ongeveer één pakketje per week, in China bestellen consumenten misschien wel tien keer zo veel online.”

Meituan China

Foto Garrie van Pinxteren

Meneer Yu draagt een bruin wollen mutsje tegen de lentekou. Hij heeft zich beschut opgesteld achter een krantenkiosk die nu alweer maanden dicht is. Voorovergebogen hangt hij over het stuur van zijn elektrische scooter en speelt wat met zijn telefoon. Hij heeft een gebruind gezicht, want hij is heel veel buiten. „Ik doe het laagste werk dat er maar is”, zegt de 45-jarige maaltijdbezorger. Yu werkt voor Meituan Dianpin, een van China’s grootste internetbedrijven, die niet alleen maaltijden maar ook de bezorging van onder meer levensmiddelen, concertkaartjes en kleding regelt.

Hij is al ruim zeven uur aan het werk, maar hij heeft pas vijftien maaltijden afgeleverd. En dat voelt hij in zijn portemonnee, want hij krijgt per bezorgde maaltijd betaald, 1,30 euro per keer. „Het is nog steeds heel stil”, zegt hij. „Veel mensen zijn nog niet terug in Beijing, en ze koken nu ook liever zelf.” Ze zijn als de dood om Covid-19 te krijgen, en ze vertrouwen de hygiëne in de restaurants niet. Er zijn ook nog heel veel restaurants gesloten.

Ze denken ook dat ik ze ziek kan maken

Meneer Yu maaltijdbezorger

„Ze denken ook dat ik ze ziek kan maken”, zegt Yu, die op veel plekken in de stad komt. Hij wordt eerder ziek dan mensen die veilig binnen blijven, maar thuiszitten kan hij zich niet veroorloven. De bezorgers laten het eten meestal achter in metalen rekken die sinds de uitbraak van Covid-19 bij de ingang van de wijken en wooncomplexen zijn geplaatst. De klant pakt het eten later zelf van het rek.

Yu draagt een geel-zwarte jas met een kangoeroe erop, het logo van de bezorgdienst. De jas en de scooter heeft hij zelf gekocht. „Ik doe dit werk al drie jaar”, zegt hij. Eerder ging het juist heel goed met Meituan. De maaltijdbezorging nam in het laatste kwartaal van 2019 met maar liefst 40 procent toe. Het eerste kwartaal van 2020 was desastreus. Zo lag het aantal maaltijden dat in februari werd bezorgd op nog geen kwart van het gebruikelijke aantal. Er werd wel vier keer zo veel besteld aan boodschappen om zelf te kunnen koken.

Go-jek Indonesië

Foto Hotli Simanjuntak/EPA

Bij de Indonesische applicatie Go-jek kun je voor van alles en nog wat terecht. Het bedrijf, volgens financieel persbureau Bloomberg meer dan 10 miljard dollar waard, is begonnen als taxidienst, maar bezorgt ook eten en vervoert goederen. Je kunt dagelijkse boodschappen bij hen bestellen. Medicijnen. Kaartjes voor de bioscoop. Een massage aan huis. Iemand die je brommer of auto een onderhoudsbeurt geeft.

In gewone tijden dan. Nu heeft Go-jek het lastig. De aantallen ritten zijn sterk verminderd. De chauffeurs en bezorgers hebben het moeilijk, omdat zij niet in dienst zijn maar op freelancebasis werken. Geen ritjes betekent geen inkomen voor hen. Voor een groep inwoners uit de onderklasse was Go-jek de afgelopen jaren dé manier om geld te verdienen: het enige wat ze nodig hadden, is een brommer en een smartphone. De toplaag van het bedrijf heeft aangekondigd dat zij een deel van hun eigen salaris aan de chauffeurs afstaan, omgerekend zo’n 5,5 miljoen euro.

De chauffeurs en bezorgers hebben het moeilijk, omdat zij niet in dienst zijn maar op freelancebasis werken

Go-jek is van oorsprong Indonesisch, maar breidde de afgelopen jaren uit naar Singapore, Vietnam en Thailand. Ook daar zijn de verliezen door de coronacrisis duidelijk, al zegt het bedrijf niet hoe hard het precies geraakt wordt. Het aantal taxiritten neemt af, de vraag naar bezorging van eten stijgt. In sommige Indonesische steden helpen Go-jek-chauffeurs nu met het rondbrengen van pakketjes met maskers en desinfecterende gel. En ze proberen op de crisis in te spelen door te benadrukken dat zij ‘contactloos bezorgen’, dus dat de chauffeurs het eten ergens kunnen afleveren zonder het direct te overhandigen.

In hoofdstad Jakarta is Go-jek verreweg het grootst en daar klitten chauffeurs vaak samen bij treinstations, in de hoop op klanten. Riskant, omdat ze juist dan geen afstand houden en ook nog passagiers blijven vervoeren. Sinds deze week heeft het bestuur van de stad daarom de online applicaties – Go-jek, maar ook hun grote concurrent Grab – verboden om nog passagiers mee te nemen. Ze mogen alleen nog eten en goederen vervoeren. Go-jek riep op om de bezorgers vooral een flinke fooi te geven.

Glovo Spanje

Foto Jon Nazca/Reuters

Je ziet ze nu als eenzame strijders overal door de lege straten van de Spaanse steden rijden: de bezorgers van Glovo met hun opvallende gele tassen op hun rug. Als één van de weinigen mogen ze van de Spaanse overheid nog arbeid verrichten. Want hun beroep wordt tijdens de coronacrisis als ‘essentieel’ beschouwd. Daarbij gaat het vooral om het afleveren van maaltijden aanSpanjaarden in quarantaine. Maar Glovo profileert zich graag als een bedrijf dat meer is dan een fastfoodbezorger.

Glovo begon in 2015 in Barcelona als start-up van oprichters Oscar Pierre en Sacha Michaud, met een investering van 120.000 euro. In vijf jaar tijd wist Glovo uit te groeien tot een bedrijf van internationale betekenis met vestigingen in meer dan vijfentwintig landen. Van Marokko tot Panama en van Frankrijk tot de Dominicaanse Republiek. Glovo zou nu zo’n 150 miljoen euro waard zijn.

Glovo is aangeklaagd omdat bezorgers te weinig beschermd zouden worden tegen corona

Glovo ziet zichzelf vandaag de dag als een lifestyle-app waarmee klanten allerlei verschillende producten kunnen laten bezorgen. Van een zak met boodschappen tot medicijnen uit de apotheek. Al blijft het bezorgen van maaltijden wel de belangrijkste activiteit, ook tijdens de coronacrisis.

Glovo gaat uit van het idee dat hun bezorgers – de zogenoemde glovers – als kleine zelfstandigen worden ingehuurd. Ze moeten dan ook keer op keer, na elke bezorging een rekening indienen. Glovo rekent maximaal 5,50 euro aan bezorgkosten aan klanten. Tussen de 70 en 80 procent daarvan gaat naar de glovers. Glovo heeft de afgelopen jaren meerdere keren voor de rechter gestaan vanwege deze werkwijze, die in de ogen van critici niet legitiem is. Het bedrijf won en verloor zaken.

Tijdens de coronacrisis hebben een aantal bezorgers het bedrijf aangeklaagd wegens een gebrek aan beschermingsmateriaal tegen het virus. Daarbij gaat het opnieuw om de vraag wie waarvoor verantwoordelijk is bij het afleveren van alle bestelde producten.

Getir Turkije

Foto Getir

De paarse scooters van Getir zijn niet meer uit het straatbeeld van Istanbul weg te denken. Koeriers van het bezorgbedrijf zoeven behendig door het chaotische verkeer van de Turkse miljoenenstad. Ze bezorgen de boodschappen die klanten via de app hebben besteld. Van brood en verse groenten tot frisdrank en snacks, condooms en andere toiletartikelen, en sinds kort ook maaltijden. En ze zijn snel: de gemiddelde bezorgtijd is tien minuten dankzij een groot netwerk van opslagplaatsen.

De afgelopen weken duurt het vaak wat langer – ook al zijn de straten vrijwel leeg. Maar als gevolg van de corona-epidemie kan het bedrijf de vraag amper aan. De meeste Turken zitten thuis en bestellen hun boodschappen zoveel mogelijk online. Vorige week kondigde Getir aan dat het tijdelijk stopt met werken van 1 uur ’s nachts tot 8 uur ’s ochtends om zijn overwerkte medewerkers te beschermen. „Ze hebben rust nodig om sterk te blijven en niet ziek te worden.”

Het bedrijf is hard nodig tijdens deze epidemie: naast het gewone werk hebben de autoriteiten Getir ingeschakeld om ruim 500.000 voedselpakketten rond te brengen. Om zieken te voorkomen heeft Getir voorzorgsmaatregelen genomen. Koeriers dragen mondkapjes en soms ook handschoenen. En de app heeft een nieuwe optie: klanten kunnen ervoor kiezen dat koeriers de boodschappen bij de deur achterlaten om sociale interactie tot een minimum te beperken.

Naast het gewone werk hebben de autoriteiten Getir ingeschakeld om ruim 500.000 voedselpakketten rond te brengen

Getir is een van de meest succesvolle Turkse techstart-ups van de afgelopen jaren. Het bedrijf werd in 2015 opgericht door de 58-jarige ondernemer Nazim Salur, die eerder succes had met de taxi-app BiTaxi. Getir heeft concurrentie van kleine buurtwinkels en de grote supermarktketen Migros, die sinds kort ook een app heeft. Wat maaltijdbezorging betreft heeft het bedrijf eigenlijk maar één echte rivaal: marktleider Yemeksepeti, vergelijkbaar met Thuisbezorgd.nl in Nederland.

Aanvankelijk was Getir alleen actief in Istanbul, maar het bedrijf breidde zijn activiteiten onlangs uit naar Ankara, Izmir, Bursa en Kocaeli. Dit heeft de interesse gewekt van een groep buitenlandse investeerders, waaronder een uit Silicon Valley, die onlangs 40 miljoen dollar in het bedrijf heeft gestopt. Het bedrijf wilde halverwege dit jaar in Londen beginnen, en later ook in Parijs, Sao Paulo, en Mexico-Stad. Deze plannen hebben als gevolg van de pandemie vertraging opgelopen.