Een taart die perfect kan doorgaan voor paastaart

Janneke kookt Laten we bakken om de moed erin te houden.

Foto Merlijn Doomernik

Nou, dat Paasweekeinde hadden we ons wel even anders voorgesteld, hè? Ik weet het. Maar ik heb ook besloten dat dit niet de plek is om daarover te miepen. Laten we er hier gewoon iets van proberen te maken. Of liever gezegd: laten we er iets van proberen te bakken.

Bakken om de moed erin te houden. Afgaande op de (sociale) media is dat een momenteel veelbeproefd recept. Toen ik een paar weken geleden op Twitter opperde om de vrijdagmiddag uit te roepen tot bakmiddag, kwamen er massa’s instemmende tweets en foto’s van huisgebakken lekkers terug. Iemand schreef: „Bij mij is het elke dag bakdag, als het gebakkene op is.” En iemand anders: „Wij bakken ie-de-re dag. Voor de geestelijke gezondheid.”

Ook op Facebook en Instagram komen de plaatjes van broden, taarten, cupcakes en koekjes in groten getale voorbij, vaak voorzien van hashtags als #stressbaking en #quarantinebaking. In onzekere, stressvolle tijden biedt bakken blijkbaar troost. En als u het mij vraagt gaat het daarbij zeker niet alleen om het eindresultaat, maar minstens zozeer om de weg ernaartoe.

Een van mijn favoriete Britse food writers, Diana Henry, schreef onlangs in The Telegraph over de meditatieve staat die het wegen en zeven van bloem en het kloppen van suiker en eieren teweeg kunnen brengen. Sommige handelingen, zoals boter door bloem wrijven tussen je vingers, leveren zelfs fysiek aangename sensaties op. Daarbij, aldus Henry, is bakken voorspelbaar. Als je eiwitten en suiker samen klopt krijg je zoete witte wolken. De bakker is ‘in control’, wat er buiten de keuken ook aan de hand is.

Over dat laatste zou je kunnen discussiëren. In mijn eigen amateurbakkerijtje gaat er tijdens het bakken althans regelmatig iets mis en dan is de controle ver te zoeken. Maar verder heeft ze beslist gelijk. Bakken is beter dan oxazepam.

Zo, en nu gaan we uiteraard iets bakken: een worteltjes-bananentaart met citroenglazuur die perfect kan doorgaan voor een paastaart. De taart is belachelijk makkelijk om te maken, wat in baktherapeutisch opzicht bijna jammer is, maar wat wel betekent dat u er met heel weinig moeite twee van zou kunnen bakken. Een voor uzelf en uw quarantainegenoten. Een voor uw buren/ouders/vrienden/kennissen/mensen in uw omgeving die in een vitaal beroep werken en nu juist helemaal geen tijd hebben om te bakken.

Lees ook: Van dat beetje extra koken, kunnen anderen profiteren

Met het oog op dat uitdelen heb ik nog even uitgeprobeerd of je met hetzelfde recept ook cupcakes kunt bakken. Het antwoord is: ja, het beslag past precies in 12 muffinvormpjes. Wel iets korter bakken dan, zo’n 25 - 30 minuten. En het glazuur smeert u natuurlijk lekker extra dik erbovenop.

Worteltjes-bananentaart met citroenglazuur

Voor 1 taart:

4 eieren;
250 g suiker;
250 ml zonnebloemolie;
175 g grofgeraspte wortel;
225 g geprakte banaan;
2 tl gemberpoeder;
2 tl gemalen kaneel;
½ tl zout;
250 g bloem;
3 tl bakpoeder;
300 g naturel roomkaas;
150 g poedersuiker;
zest van 1,5 citroen;
verder: 2 kleine springvormen (18 cm), ingevet met olie en bestoven met bloem.

Verwarm de oven voor op 180 graden. Doe de eieren, suiker, olie, wortel, banaan, het gemberpoeder, de kaneel en het zout in een kom. Zeef de bloem en het bakpoeder erboven en roer met een spatel tot alles goed gemengd is.

Verdeel het beslag over de springvormen en bak ze in 40 – 45 minuten gaar. (Steek ter controle een satéprikker in het midden; als-ie er schoon uitkomt is hij gaar.)

Laat de cakes 10 minuten afkoelen in de vorm, verwijder dan de rand en laat verder afkoelen.

Mix voor het glazuur de roomkaas met de poedersuiker en driekwart van de citroenzest. Zet het mengsel een uurtje in de koelkast om op te stijven.

Bestrijk de bovenkant van een van de cakes met de helft van het glazuur. Leg de tweede cake erbovenop en bestrijk deze met de rest. Bestrooi met het laatste beetje citroenzest.