Foto Andreas Terlaak

Interview

Topvrouw Unilever: ‘Er moet nu veel meer groente bij een Knorr Wereldgerecht’

Hanneke Faber Al zit ze er pas kort, Hanneke Faber, baas van de voedingstak, draagt moeiteloos het Unilever-evangelie uit: „Heus niet iedereen hoeft vegan te worden, maar we moeten mensen wel helpen plantaardiger te eten.”

Thank god doen haar kinderen zelf hun huiswerk, zegt Hanneke Faber. Dat betekent dat de baas van de wereldwijde voedingstak van Unilever – dat is Faber (50) sinds een jaar – thuis ongestoord kan werken, terwijl het er toch behoorlijk druk is. Haar zoon, die in de Verenigde Staten studeert, is tijdelijk terug. Haar dochters, een vierde- en een zesdeklasser, zitten zelfs naast Faber in de studeerkamer waar ze haar laptop heeft opengeklapt. Haar jongste doet Frans. De andere, zegt Faber lachend, lijkt te slapen. „Die hoeft geen eindexamen meer te doen.”

Onder normale omstandigheden kijk je wel uit om een interview met een topvrouw van een groot bedrijf te openen met een rondje thuissituatie. Nogal een cliché – de mannen worden daar nou nooit over bevraagd. Maar dit zijn geen normale omstandigheden, dus begint het gesprek als vanzelf met kinderen, gevolgd door de mogelijkheden van videodienst Microsoft Teams en de yogales die de Europese marketingdirecteur van Hellman’s en Calvé nu dagelijks geeft via de webcam.

Een flink deel van de 161.000 Unileverwerknemers zit overigens niet in coronaquarantaine. Die zijn bijvoorbeeld aan het werk in de fabrieken waar Dove-douchegel, Omo-wasmiddel, Ben & Jerry’s-ijs of Calvé-pindakaas wordt gemaakt.

Tienduizenden kantoormedewerkers werken wél thuis. Dat gaat „wonderbaarlijk goed”, zegt Faber. „Soms denk ik: wow, ze krijgen nog meer gedaan dan normaal.”

Wat merkt uw tak van Unilever, voeding en dranken, van de coronacrisis?

„We zien ontzettend grote verschuivingen. We zijn bijvoorbeeld de grootste ijsverkoper ter wereld. Van al het ijs wordt meer dan de helft buiten de supermarkt verkocht. Dat ijsje dat je op straat eet, dat eet je nu niet. Aan de andere kant zien we natuurlijk een stijging van de verkoop in supermarkten.”

Lees ook: De aandeelhoudersvergadering, het kleine feestje voor beleggers, gaat dit jaar niet door.

Ik begreep dat Unilever fabriekslijnen heeft omgebouwd om maar zeep te kunnen leveren.

„Absoluut. Een fabriek in Hamburg die eerst douchegel maakte, maakt nu ook handzeep. En in Leeds is een deodorantfabriek half omgebouwd om desinfecterende handgel te maken.

„Je doet dingen waarvan je dacht: dat kan gewoon niet. Hier moeten we ook van leren: we moeten nóg flexibeler worden, nóg digitaler. Maar we leven nu erg bij de waan van de dag, we moeten de toekomst niet uit het oog verliezen. In 2050 zijn we met negen miljard mensen op deze planeet. Die moeten we allemaal gezond eten kunnen geven dat duurzaam geproduceerd is.”

Zo klinkt Faber op haar ‘Unileverigst’: al jaren timmert het bedrijf aan de weg met de boodschap dat winstgevendheid en een betere wereld hand in hand moeten gaan. Faber draagt dat moeiteloos uit, ook al is ze nog een relatieve nieuwkomer bij Unilever. Zo begint Faber, verantwoordelijk voor de grootste ijsdivisie ter wereld, over de „enorme impact van koeien, van zuivel” op het klimaat. „Bijna 17 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen! Kijk, heus niet iedereen hoeft vegan te worden, maar we moeten mensen wel helpen plantaardiger te eten.” En daar komen de vegan Magnums en Ben & Jerry’s-smaken om de hoek kijken. Daar ís ook gewoon vraag naar natuurlijk, want Unilever is „geen liefdadigheidsorganisatie”, zegt Faber.

Misschien helpt het bij het uitdragen van Unilevers vorm van wereldverbetering dat ze de dochter is van Mient Jan Faber, de antikernwapenacitivist die in de jaren tachtig honderdduizenden mensen op de been kreeg. Zelf zegt ze dat haar vader, afkomstig uit een familie van dominees en gemeentesecretarissen, haar keuze voor het bedrijfsleven aanvankelijk niet zo begreep. „Maar eigenlijk hebben we veel gemeen. We willen het goed doen, we werken hard, geloven in een missie.”

Door toenmalig bestuursvoorzitter Paul Polman werd Hanneke Faber in 2018 weggekaapt bij Ahold Delhaize, waar ze hoofd e-commerce was. Daarna klom ze pijlsnel op binnen Unilever. Na amper een jaar als hoogste baas in Europa leidt ze sinds mei 2019 de divisie voor voeding en dranken wereldwijd, goed voor 19,3 van Unilevers 52 miljard euro jaaromzet in 2019. Dáár zouden we elkaar eigenlijk over spreken: dit interview stond al gepland voordat het coronavirus Nederland in een ‘intelligente lockdown’ bracht.

De voedingstak is misschien wel de roerigste afdeling van Unilever. De smaak van consumenten verandert constant, grote bedrijven als Unilever moeten alles op alles zetten om dat bij te benen: door zelf nieuwe dingen te verzinnen, of door hippe bedrijfjes te kopen. Faber probeert „de snelheid erin te krijgen” bij Unilever. „Het is niet meer van deze tijd iets te bedenken dat vier jaar later in het schap staat.”

Bij de Vegetarische Slager ging het goed, zegt ze. „Dat hebben we in december 2018 gekocht. Als je kijkt naar andere acquisities, voordat we daar iets van begrepen was je zo twee jaar verder. Maar met een ‘hamburger’ van de Vegetarische Slager lagen we in november 2019 al bij de Burger King in 27 landen.”

Mensen wíllen dit: gezonder, plantaardiger, minder verspilling

Hanneke Faber

Nog zo’n voorbeeld van de veranderende consumentensmaak: in januari kondigde topman Alan Jope aan de theedivisie (met een waarde van zo’n 3 miljard euro) tegen het licht te houden. Jonge mensen in de VS en Europa drinken steeds liever groene en kruidenthee, zei Jope toen, terwijl Unilever met merken als Lipton grotendeels ‘ouderwetse’ zwarte thee verkoopt. Daarmee zit de thee Unilevers groeiambities in de weg. In 2017 werden om die reden ook al de margarines van Blue Band, Becel en Flora van de hand gedaan.

Alle opties liggen op tafel voor de theedivisie, ook verkoop. Hoe gaat dat in deze tijd?

„We hadden aanvankelijk gedacht dat we midden in het jaar een beslissing zouden nemen. We kijken of dit nog haalbaar is. Voor zo’n strategische review wil je bijvoorbeeld ook de fabriek induiken. Dat kan nu niet.”

Jullie zijn de grootste theeverkoper ter wereld. Waarom zetten jullie niet je gewicht achter groene en kruidenthee?

„Daar hebben we de afgelopen jaren echt in geïnvesteerd. We hebben Pukka gekocht, Pure Leaf, T2 in Australië. Dus het is niet zo dat we die trend helemaal gemist hebben. Ook daar kijken we goed naar. Het kan zijn dat we verschillende beslissingen nemen voor verschillende onderdelen.”

U bedoelt dat de uitkomst kan zijn: de kruidenthee past bij ons, de zwarte niet?

„Jij zegt het. Er zijn geen beslissingen genomen, alle opties liggen open.”

„U staat bekend als ‘merkenactivist’. Elk Unilevermerk moet een purpose hebben, een missie. Uw baas Alan Jope draagt dat ook uit. Bij welk merk is dat zoeken?

„Als het écht hard zoeken is, heeft een merk het misschien niet in zich. Maar de meeste merken zijn ooit begonnen met een missie. Ik vind Knorr een mooi voorbeeld, dat is in 1838 gestart door Carl Heinrich Knorr die zag dat zijn fabrieksarbeiders te weinig groente aten. Toen is hij voor hen groente gaan drogen. Dat hebben we grondig afgestoft: nu is het Knorrs missie mensen meer groente en fruit te laten eten. De Wereldgerechten, waar we in Nederland al jaarlijks 50 miljoen stuks van verkopen, zijn opnieuw gelanceerd. Waar je eerst 60 gram groente moest toevoegen, is het nu 200 gram. En je voegt iets minder, of helemaal geen vlees toe.”

Lees ook deze recensie: Unilever-baas Paul Polman had het grote geld onderschat

Bent u niet bang dat dit betuttelend wordt gevonden? Van Unilever moeten we minder vlees eten…

„Nee, het fijne is: dit zijn allemaal kansen voor ons. Het is geen domineesvingertje, mensen wíllen dit: gezonder, plantaardiger, minder verspilling. Merken die hier rekening mee houden, liggen ook beter in de markt. En merken met een purpose verkopen ook beter, weten we uit eigen onderzoek.”

Ligt potsierlijkheid op de loer, als alle merken zo’n missie opgedrongen krijgen?

„Nee. Kijk, het hoeft ook allemaal niet zo zwaar te zijn. Magnum heeft als motto: true to pleasure. Zij sponsoren Pride en andere lhbt-evenementen, waar mensen durven laten zien waar zíj plezier aan beleven.”

Dat wordt door sommige mensen als ‘pink washing’ gezien, alsof je er een commercieel slaatje uit slaat.

Lachend: „Dat klopt, maar Magnum doet dit al jaren, dus ik hoop dat dat bij ons niet het geval is.”