Steun van Slob verzacht lang niet alle pijn lokale media

Lokale nieuwsmedia De coronacrisis raakt lokale omroepen en huis-aan-huiskranten hard. Minister Slob heeft financiële steun toegezegd. Maar dat geld was al voor de lokale pers.

Beeld Regio8

Swingende koeien in de Achterhoek. Lokale omroep Regio8 is erbij: „Daar waar mensen zoveel binnen moeten blijven, mochten de koeien van agrariër Mark Ormer dit weekend wél naar buiten, en lekker dansen in de wei.” Dan volgen beelden van blije koeien die voor het eerst dit jaar uit de stal worden gelaten, en een gesprek per beeldtelefoon van boer Ormer over de economische situatie.

Tijdens deze coronaweken zijn lokale omroepen belangrijk voor de mensen die door angst en huisarrest hun wereld zagen krimpen. Regio8 had op de website een verdubbeling van 35.000 naar 70.000 kijkers per week. De lokale omroep bedacht allerlei initiatieven om de thuiszitters een hart onder riem te steken. Zo kunnen op zondagochtend Achterhoekers een videoboodschap uitzenden voor ouders en grootouders die in verzorgingshuizen vastzitten.

Tegelijk zag Regio8 door de crisis zijn inkomsten verdampen, waardoor de streekomroep in ernstige moeilijkheden verkeert. De omroep had voor de lente 48.000 euro reclame-inkomsten per maand begroot. Dat is door afzeggingen nu slechts 15.000 euro.

Veel van de lokale omroepen in Nederland verkeren in de geldproblemen. Marktonderzoeker Nielsen meldde een terugloop in tv-reclame van 37 procent. Maar in de reclame voor detailhandel, waar lokale zenders afhankelijk van zijn, is dit wel 67 procent. Verder grijpen omroepen ook naast geld dat in ‘partnerships’ zat. Vaak verslaan ze, tegen vergoeding, evenementen en festivals, zoals die rond 75 Jaar Bevrijding. Die gaan nu allemaal niet door. Volgens koepelorganisatie NLPO leiden de 242 lokale omroepen momenteel opgeteld 3 ton schade per week, op een totale jaaromzet van 24 miljoen euro.

Minister Slob (Media, CU) schiet te hulp met een Tijdelijk Steunfonds. Hij trekt 11 miljoen uit voor noodlijdende lokale omroepen en huis-aan-huisbladen. De lokale media hebben beperkte reserves, zo stelt hij dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer, en ze zijn grotendeels afhankelijk van reclame. Tegelijk hebben lokale journalisten een ‘cruciaal beroep’: „De behoefte aan informatie over de directe leefomgeving is enorm, en ook de huis-aan-huiskranten en lokale publieke omroepen voorzien daar in.”

Sigaar

Dat lijkt een stevige steun in de rug. Maar verschillende lokale omroepen zijn niet zo onder de indruk. „Een sigaar uit eigen doos”, zegt Peter Brendsen van Regio8. De minister haalt het geld voor zijn steunfonds grotendeels uit twee andere potjes die al klaar stonden om de lokale omroepen volgend jaar te steunen. Berendsen zegt dat de steun ook ontoereikend is. Hij zou recht hebben op 18.000 euro uit het Tijdelijke Steunfonds voor drie maanden, en nog eens 10.000 euro uit de NOW-regeling: de tegemoetkoming in de loonkosten van het kabinet. Dat terwijl hij in die drie maanden een gapend gat van 90.000 euro moet vullen.

Marc Visch van de NLPO is positiever en pragmatischer: „Het is waar dat ze het geld volgend jaar toch al zouden krijgen. Maar omroepen hebben het nú nodig. Dus ik ben hier blij mee. Na de crisis kunnen we wel weer kijken wat we voor volgend jaar kunnen regelen.” En is het voldoende? „Nee, dit dekt niet eens de schade van een maand.” Nodig is, volgens hem, dat gemeentes en provincies bijpassen, bij voorkeur structureel.

Lees ook: Regio8 wil niet langer de hand ophouden bij de gemeenten

Wat de omroepen verder dwars zit, is dat een deel van het geld naar de huis-aan-huisbladen gaat. Visch: „Ze moeten wel bewijzen dat ze aan journalistiek doen. Advertentieblaadjes gaan we niet subsidiëren.” Maar dat geldt ook voor sommige omroepen, stelt hij. Die doen volgens hem ook niets aan journalistiek, maar zijn meer bezig met „Veronica op Zee naspelen”.

Fusiegolf

De coronacrisis treft de lokale omroepen des te harder omdat ze toch al in crisis verkeerden. „Nu komt dat bloot te liggen”, zegt Berendsen. De omroepen worden niet gefinancierd door het rijk, maar door de gemeentes. Maar die hebben vaak geen geld, of willen het budget graag aan iets anders besteden.

Daarom opperde de NLPO eerder om het rijk voortaan de omroepen te laten betalen. Volgens dat plan zouden na een fusiegolf tachtig streekomroepen overblijven, die samen 30 miljoen euro van het rijk en 10 miljoen euro van de gemeentes zouden krijgen. Met andere inkomsten erbij opgeteld, zou iedere omroep dan van een gezonde 8,8 ton per jaar kunnen leven.

Minister Slob ziet niets in dit plan. Wel heeft hij begin dit jaar 3 miljoen euro verstrekt voor een experiment met twintig streekomroepen. Die moesten voor dat geld extra journalisten aantrekken. Regio8 heeft er twee bij. Voor volgend jaar had Slob nog eens 3 miljoen liggen, maar dat geld zit nu in het Tijdelijke Steunfonds.