Recensie

Recensie Beeldende kunst

Nam June Paik maakte van televisie meditatieve kunst

Videokunst De rondreizende tentoonstelling van videopionier Nam June Paik was net in het Stedelijk Museum in Amsterdam aangekomen, toen het museum moest sluiten. Een verslag van de laatste bezoeker.

Nam June Paik, TV-Buddha, 1974. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam.
Nam June Paik, TV-Buddha, 1974. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam. Foto Stedelijk Museum Amsterdam.

Het leven van Nam June Paik (Seoul, 1932 – Miami, 2006) speelde zich af in Zuid-Korea, Japan, Duitsland en Amerika. Hij identificeerde zich niet met één cultuur. Als eeuwige buitenstaander cultiveerde Paik een beeld van zichzelf als een kunstenaar die onbelast was door een nationaal verleden. Na studies in esthetica in Tokio en München werkte hij eind jaren vijftig bij de Westdeutsche Rundfunk, waar hij zich verdiepte in de nieuwe muziek van Arnold Schönberg en Karlheinz Stockhausen.

Paik sprak vijf talen, geen van alle vloeiend. Ook in zijn werk vermengde hij verschillende talen, op een eigen, hermetische manier, eerst in de muziek en vanaf begin jaren zestig in de beeldende kunst. Het westerse, avant-gardistische concept van een radicale artistieke vrijheid probeerde hij te verbinden met een oosters concept van ‘leren door kopiëren’. Volgens Paik zou een kunst gebaseerd op nieuwe technologie de afstand tussen verschillende talen en culturen overbruggen. Het elektronisch tijdperk zou de droom van universaliteit en van een wereldwijde democratie mogelijk maken. Televisie beschouwde hij als een ‘elektronisch Esperanto’.

Nam June Paik, Hand and Face, 1961. Still uit een 16mm-film, overgezet op video.

Foto The Estate of Nam June Paik

Paiks overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam belichaamt dit kakofonische Esperanto en levert een totaalervaring van muziek- en geluidsfragmenten, stemmen, robots, televisiesculpturen en bewegend beeld. Het toeval wilde dat ik de laatste bezoeker was, in de uren voordat het Stedelijk de deuren sloot vanwege de coronacrisis. Als enige bezoeker door dit elektronisch labyrint te dwalen was al een bijzondere ervaring, nog veel vreemder was het toen bij het verlaten van het museum het Museumplein bleek te zijn leeggestroomd, het Rijksmuseum en het Van Gogh Museum waren al eerder die dag gesloten. Voor heel even was het de omgekeerde wereld: leven en veelstemmigheid in het museum, stilte erbuiten.

Nam June Paik installeert zijn TV-Buddha

Boeddhabeeld

TV-Buddha (1974), een van Paiks bekendste werken, is in 1977 door het Stedelijk aangekocht. Dit was niet vanzelfsprekend, de belangstelling van directeur Edy de Wilde lag bij de schilderkunst. In 1966 en 1969 hadden de museumconservatoren Wim Beeren (later directeur) en Ad Petersen tevergeefs geprobeerd De Wilde te interesseren voor Paik, die aan Beeren en Petersen schreef: „Now 1969 is my 10th anniversary of avantgarde activity, and I think, it is almaehlich die Zeit to meet Dutch audience for me and vice versa.” TV-Buddha is een achttiende-eeuws houten boeddhabeeld, zittend voor een ouderwets, bolvormig televisietoestel waarachter een camera op een statief is geplaatst. De camera filmt het beeld, en de tv toont de filmbeelden.

Wat verf en doek zijn voor de schilder was het televisietoestel voor Paik. Hij maakte met televisies meditatieve sculpturen, zoals Candle TV (2004), waarbij een kaars brandt in de lege behuizing van een tv-toestel. Er zijn ook dynamische tv-werken zoals Magnet TV (1965), een toestel met een zware industriële magneet erbovenop die de tv-beelden tot abstracte patronen vervormt. In de zaalvullende TV Garden (1974) zijn veertig kleurentelevisies genesteld tussen een woud van kamerplanten. De monitors tonen Paiks wereldwijde interactieve performance die in 1973 plaats had gevonden via satelliet-tv, Global Groove. De beelden flikkeren tussen het groene gebladerte en de zaal is gevuld met een mix van muziekflarden en stemmen in vele talen. Paik bouwde ook een robotfamilie van televisietoestellen en radio’s, waarvan er enkele in het Stedelijk zijn te zien.

Nam June Paik, TV Garden, 1974-1977, zoals in 2002 te zien in de Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen, Düsseldorf.

Foto Estate of Nam June Paik

Fluxus

Met John Cage en Joseph Beuys was Paik zijn leven lang bevriend. Tijdens de Fluxus-performance Etude for Pianoforte in Keulen (1960) knipte hij bij Cage onaangekondigd de stropdas doormidden, vervolgens de kleding aan repen, en leegde hij een shampoofles boven het hoofd van Cage. Beuys ontmoette hij doordat de kunstenaar in 1963 tijdens een tentoonstelling van Paik in Wuppertal twee ‘prepared pianos’ met een bijl te lijf ging, een actie die door Paik gewaardeerd werd. Met Beuys deelde Paik een fascinatie voor sjamanie en voor de mythen van Centraal-Azië.

In 1964 verhuisde Paik naar New York. Hier ontmoette hij de celliste Charlotte Moorman. Zij en Paik zouden, tot aan haar dood in 1991, vaak samen optreden. Beroemd is de performance TV-bra, met Moorman topless achter haar cello; ook bespeelde ze de naakte rug van Paik. In het Stedelijk is een mooie zaal aan hun samenwerking gewijd.

Nam June Paiks tv-robot Uncle uit 1986.

Foto The Estate of Nam June Paik/ Timothy Doyon

Paik was een pionier op het gebied van multimedia- en videokunst. Hij geloofde in een samengaan van kunstenaar en technicus, en in robots als een humanistische uitdrukking van technologie. Al in de jaren zestig voorzag hij een toekomst met flatscreens, mobiele beeldtelefoons en andere flexibele media, en instant ‘access’ voor iedereen tot een wereldwijd ‘breedband communicatienetwerk’. Zijn magnum opus is de Sixtijnse Kapel, in 1993 gemaakt voor het Duitse paviljoen op de Biënnale van Venetië. Deze grote video- en geluidsinstallatie is een amalgaam van animaties, popcultuur en beeld en muziek, van onder anderen Beuys, Cage, Moorman, David Bowie, Janis Joplin, Lou Reed, en Mongolen in de Gobiwoestijn.

De vermenselijking van de technologie en het geloof in een techno-utopie mag ons nu naïef voorkomen. In die zin is Paiks denken een laatste stuiptrekking van een modernistisch vooruitgangsgeloof. Toch is zijn werk nog steeds relevant. Het grote belang dat hij hechtte aan samenwerking; de opvatting van het kunstwerk als een assemblage zonder duidelijke grenzen of contouren, een kunstwerk dat voortdurend in verandering is en dat polyfoon van aard is, waarin veel stemmen tegelijk in plaats van alleen de individuele stem van de kunstenaar-auteur in klinken; en het opzoeken van de marges, plekken waar uiteenlopende identiteiten elkaar ontmoeten; dit zijn allemaal noties die belangrijk zijn in de kunst van nu.

In deze chaos, in deze herrie, zocht Paik steeds naar het rituele en het sacrale. Het antwoord op de vraag waarom hij geïnteresseerd was in de marge, en in het extreme van de avant-garde, lag in zijn ‘Mongoolse DNA’: „Mongools-Oeral-Altaïsche jagers waren niet op een centrum gericht”, aldus Paik. „Ze keken ver en zagen in de verte een horizon, en ze moesten nog veel meer en verder kijken.”