Opinie

Kunstenaars hebben één zekerheid: dit gaat nog lang duren

corona en cultuur

Commentaar

Over drie weken is het 28 april. De officiële richtlijn is nog steeds dat concertzalen en theaters daarna weer open mogen. Maar daarop rekent niemand, ook al niet voor Ruttes waarschuwing op dinsdagavond dat het voor afbouwen van maatregelen nog te vroeg is. Ook 1 juni wordt algemeen als een te optimistische streefdatum beschouwd. Het is onwaarschijnlijk dat het publiek, hoezeer het ook verlangt naar kunst, theaterbezoek zo snel alweer aantrekkelijk zal vinden. De kaartverkoop voor het nieuwe kunstseizoen, vanaf september, loopt veel trager dan normaal. En dat is logisch: na een periode van thuisquarantaine gaan kwetsbare ouderen niet opeens in een bomvol Concertgebouw zitten. Was de Grote Zaal een supermarkt, zou de vloeroppervlakte nu 76 mensen mogen herbergen, geen tweeduizend.

Ook achter de schermen broeit en gist de onzekerheid. Het podiumkunstenaanbod is internationaal: wat is er dan na 1 juni überhaupt nog mogelijk als reizen niet gaat, repeteren op 1,5 meter afstand kansloos is en zingen/acteren sproeiend gevaarlijk? En stel een ensemble kan en wil een voorstelling wél spelen, wat dan? Festival- en zaaldirecteuren worstelen ook met dat scenario. Halfvolle zalen, met de bezoekers op veilige afstand van elkaar, zijn niet rendabel. Maar uitverkochte zalen veroorzaken een ethisch dilemma. Wat als iemand toch ziek wordt tijdens het langverwachte avondje uit? Moet je dat risico als theater willen faciliteren – zelfs als het ‘mag’? Er is maar één zekerheid: corona zal ook ruim na 1 juni een grote wissel trekken op de cultuursector.

Online borrelt de creativiteit intussen wel volop, onder kunstenaars én liefhebbers. Acteur Ramsey Nasr memoreerde al hoe juist nu kunst nuttig en nodig blijkt: zij voert ons weg van hier en van onszelf en dwingt tot omkijken. Voor wie tijd heeft, althans.

Terwijl de weken wegtikken, wordt voor kunstenaars de zorg groter. De tot nu toe toegezegde vormen van noodbijstand zijn voor veel van de driehonderdduizend werkenden in de culturele sector niet of maar ten dele relevant. Belangenorganisatie Kunsten ’92 wordt bestookt met noodkreten van kunstenaars die „de wanhoop nabij” zijn. Niet alleen zijn de meesten zzp' er, ze onderhouden bovendien vaak diverse losvaste arbeidsrelaties, en vallen als gevolg daarvan alsnog buiten de reddingsboot.

Cellist Janos Starker (1924-2013) zei: wie in staat is een dag niet aan muziek te denken, moet maar geen musicus worden. Zijn stelling wordt dagelijks bewezen door de vele video’s die musici en kunstenaars nu verspreiden, simpelweg omdat een dag zonder kunst geen optie is en ze hun passie willen delen. Gratis meestal, want #delenislief. En wanneer de kijker/luisteraar straks voor kaartjes van geannuleerde voorstellingen een voucher accepteert of zelfs helemaal afziet van compensatie, werkt die ruimhartigheid zelfs twee kanten op.

Nederland heeft een rijk kunstleven met internationale allure. Maar voor het behoud en het soepel herstarten daarvan straks is een ruimhartiger en specifieker steunpakket nodig. Buurlanden als Duitsland geven het goede voorbeeld. Zonder extra steunmaatregelen kan de huidige crisis alsnog desastreuze gevolgen hebben voor een toch al zeer kwetsbare sector.