Gallowstreet

Foto Ruud Baan

Interview

‘In een revolutie gaat de brassband voorop’

Interview Gallowstreet De Amsterdamse brassband Gallowstreet wil veel vertellen. Omdat hun muziek tekstloos is, zoeken ze naar alternatieven om hun visie op de stad te geven. „Een verhaal vertellen met koper is knap lastig.”

Burgemeester Femke Halsema had net haar nieuwsjaarstoespraak gegeven toen Gallowstreet begon te blazen in Paradiso. Ze speelden hun pompende brassmuziek, puttend uit blaastraditie, hiphop, afrobeat en house. Toen pakte saxofonist Dirk Zandvliet de microfoon. „Beste leden van het College van B&W, de ambtenarij van Amsterdam en stadsgenoten.”

Hij wist niet zeker of het in het protocol paste, maar schijt daaraan. Op Oudejaarsnacht had hij opgetreden, biertje gedronken, het was laat geworden. Nu hij tussen al die bobo’s stond, kon hij eindelijk zeggen wat hij wilde. „De stad waar mijn ouders elkaar hebben ontmoet, hier op de dansvloer van Paradiso in de jaren tachtig, is niet meer dezelfde stad. We zijn een metropool geworden. Maar ten koste van wat? En belangrijker, ten koste van wie? Wordt Amsterdam niet langzamerhand een stad voor de winnaars?”

De door Joost Swarte ontworpen hoes van het nieuwe album van Gallowstreet

Het zijn precies die vragen die het achtkoppige Gallowstreet ook stelt op het nieuwe album Our Dear Metropolis. Veelzeggend is de albumhoes van tekenaar Joost Swarte, met futuristisch zwevende kantoorblokkendozen. De metropool trekt aan en stoot af. De plaat is een ode én een kritische beschouwing op de stad. Maar een verhaal vertellen met koper, da’s nog knap lastig. Hoe breng je een idee over met lucht? Gallowstreet zoekt alternatieve vertelvormen, want ze hebben veel te zeggen.

Voorafgaand aan het interview stuurt Zandvliet een lange e-mail in stream of conciousness-vorm waarin hij de aanpak uitlegt: „Verhalen met blazers is een soort oefening in expressie. Ik denk dat blaasinstrumenten uitermate geschikt zijn om te zingen, dan wel te spitten, zoals in rap. Dit omdat het hele fysieke instrumenten zijn, handen, lippen, longen, buik, alles komt erbij kijken. Een instrument als extensie van je lichaam.”

Uit alles blijkt dat Zandvliet behoefte heeft aan tekst, maar de muziek van Gallowstreet is juist volledig instrumentaal, op twee nummers met een gastvocalist na. Telefonisch licht hij toe: „Onze muziek begint met collectieve improvisatie, daar ontstaat een thema uit en een sterke groove. Pas als die track af is, kijken we: waar staat dit nu eigenlijk voor? Onder wat voor filmscène zou dit passen?” Zo krijgt het nummer een titel en wordt een hoofdstuk van het verhaal, een akte van de film. „‘Bois et Lombre’ bijvoorbeeld, gaat over het stadsdeel Bos en Lommer dat aantrekkelijk wordt gemaakt voor de stadse yuppies.”

Shisha lounge

Nu muziek vooral online wordt geluisterd, is de toegevoegde waarde van het cd-boekje weggevallen. Daarom wil Gallowstreet het album ook online gaan zetten met korte tekstjes, ingesproken door E1TEN (ex-frontman van Gotcha!). Bij de stampende mars met synthesizer-effecten van het nummer ‘Motorolex’ is dat bijvoorbeeld: „Montage: …a wild party in a loft in a hip neighborhood…a chopped off head outside of a shisha lounge.”

Een voorbeeld voor de vertelvorm via titels vormt de groep Sons of Kemet, van saxofonist Shabaka Hutchings. Op het album Your Queen is a Reptile beginnen alle songtitels met ‘My Queen is’, waarna de naam van een vrouwelijke emancipatiestrijder komt. „Gecombineerd met zijn mix van Afrikaanse en Caribische muziek en jazz is dat een politiek statement. Ook zonder liedtekst.”

Maar welk verhaal hebben de witte, goed opgeleide twintigers en dertigers van Gallowstreet te vertellen? „Brassbands staan van oudsher middenin de samenleving, langs het sportveld, op het ijs, op het dorpsplein. In Amsterdam kennen we een traditie van brassbands uit de krakersgemeenschap die van zich lieten horen tijdens demonstraties. Gallowstreet is ontegenzeggelijk onderdeel van die lijn.”

Krakersbloed

In zijn nieuwjaarsspeech zag Zandvliet een stad ontstaan waarin het lastig is om aan een betaalbare woning te komen, met „een centrum dat wordt dichtgesmeerd met Nutella”. „Het laatste restje krakersbloed wordt uit ons Amsterdamse DNA weggespoeld terwijl leegstaand vastgoed wordt gebruik in een kapitalistisch knikkerspel.”

Zandvliet: „Dat gevoel bekroop me vooral toen ik in het Soho House op de Spuistraat was voor een meeting. Zo’n membersclub voor de globalistische elite. Vroeger was dat het Bungehuis, een soort openbare ruimte van de UvA, die ook toegankelijk was voor niet-academici. Nu zitten er alleen maar mensen met de laatste MacBooks en AirPods.

„Ja, ik heb een soort nostalgisch verlangen naar de vrijheid van die kraakscene”, bekent hij. „Mijn ouders waren lid van Theatergroep Dogtroep, voortgekomen uit die vrije kunstenaarsgemeenschap.” Ter vergelijking: Dogtroep speelde rond Nieuwjaar niet op een receptie van de burgemeester, die bouwden een zes meter hoge draak om die op Oudejaarsavond in de fik te steken op de Nieuwmarkt. „Dat zou nu nooit meer kunnen.”

Gallowstreet zelf is ontegenzeggelijk een product van die veranderende stad. Als Zandvliet op zijn ‘racefietsie’ door de stad crosst, vindt hij het ook fijn dat hij overal zijn moeilijke koffieverlangens kan bevredigen en zijn laptop openklappen. „Sterker nog, wij zijn zelf een gentrificerende factor in Amsterdam-Noord door avonden te organiseren in het Skatecafé, een laatste soort vrijplaats. Dat draagt bij aan de verhipping van dat stadsdeel. Ik wil ook zeker niet zeggen dat een stad een statisch gegeven moet zijn, maar we willen kritisch reflecteren.”

Hij ziet een rol voor de brassbands in een bredere ontwikkeling. „We zitten nu thuis door dat virus, ik hoop dat we daardoor gaan nadenken. We moeten toe naar een systeem dat niet alleen werkt voor de grote bedrijven, maar ook voor ons. En als er een revolutie komt, dan gaat de brassband voorop. Ja toch?”

Het album Our Dear Metropolis van Gallowstreet is uit bij Rush Hour. Inl: gallowstreet.com