Fronttaal

Ewoud Sanders

Woordhoek

Op 5 mei herdenken we dat Nederland 75 jaar geleden werd bevrijd. De betrokken organisaties maken zich zorgen over hoe de herinnering aan de Tweede Oorlog levend kan worden gehouden.

Ik denk dat zij hun zorgen kunnen laten varen, want als je afgaat op berichten in de media zijn we weer in oorlog. Ditmaal met een onzichtbare vijand.

Hier een paar recente koppen. „Ruttes ‘oorlogskabinet’ maakt zich op voor nieuwe week van de waarheid: zwakt de epidemie af?” (de Volkskrant). „Huisartsen in de frontlinie van corona-uitbraak” (BNN/Vara) en „Vitale beroepen: Frontsoldaten in spijkerbroek” (De Limburger).

Ook in deze krant kom je geregeld oorlogsmetaforen tegen. Er worden gesprekken gevoerd met mensen „die in de frontlinie staan van de corona-epidemie”. Ik las: „Iedereen zit nu in de schuilkelder met maar één gedachte: de besmetting helpen afremmen.” En, over een ziekenhuis in Spanje: „Het lijkt wel een militair hospitaal na een veldslag.”

Voor de goede orde: frontlinie betekent overdrachtelijk ‘voorhoede’ en kan breed worden ingezet – je leest het vaak over balspelen. En inderdaad hebben we onder meer uit China, Italië en Ecuador beelden gezien die je zou kunnen associëren met veldslagen.

Het is vooral populair om artsen en verpleegkundigen te beschrijven als frontsoldaten die slecht bewapend aan de frontlinie vechten. En ja, er is een tekort aan van alles en ziekenhuispersoneel verricht fantastisch werk onder zware omstandigheden. Maar dan blijft het de vraag of het nuttig is om deze oorlogsretoriek zo zwaar aan te zetten.

Sommigen zeggen: zeker, want het onderstreept hoe belangrijk het is om de regels van de intelligente lockdown te respecteren – een slim frame van premier Rutte. Anderen wijzen erop dat de opperbevelhebbers in deze gezondheidsoorlog (een vondst van Macron) zichzelf hiermee nog hoger op het paard tillen.

Tegelijkertijd denk ik dat die oorlogsretoriek onnodig veel angst zaait. Wij brengen dierbaren liever naar een goed ziekenhuis dan naar een slagveld waar de helden van onze samenleving de vijand moeten bestrijden „met waterpistolen”, zoals een Britse arts het formuleerde.

Werd dergelijke oorlogstaal ook gebruikt bij eerdere grote virusuitbraken? Bij de SARS-uitbraak in 2003 kopte deze krant: „Tan Tock Seng, de frontlinie van de oorlog tegen SARS.” Maar dit was een uitzondering die onder andere werd gerelativeerd door dit besluit: „Het Calamiteitenfonds Reizen besloot eerder deze week geen SARS-annuleringen te vergoeden, omdat de ziekte geen natuurramp of oorlog is en dus geen calamiteit is.”

Hetzelfde beeld zien we bij de ebola-uitbraak in 2014. Hier en daar berichten van de virale frontlinie, en ook toen heldhaftige gevechten van frontsoldaten, maar alles bij elkaar was de toon gematigder. En dat terwijl ebola vele malen dodelijker is dan corona.

Dat de oorlogsretoriek nu zo aanzwelt komt doordat corona, anders dan SARS en ebola, ons rechtstreeks raakt. Bovendien lijken de economische gevolgen desastreus te worden. De machteloosheid en onzekerheid die dit oproept, associëren wij met oorlog.

Uiteindelijk zal een vaccin tegen corona pas de echte bevrijding brengen, vermoed ik. Al eerder zal de lockdown worden opgeheven. In het verlengde van de huidige fronttaal zou het mij niet verbazen als die dag, die je weet dat gaat komen, door menigeen zal worden vergeleken met de Bevrijding van 75 jaar geleden.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.