Een beetje eend en een beetje kip

Paleontologie Een museum in Maastricht had al twintig jaar de schedel in huis van wat mogelijk de oudste representant van de vogel is.

Een van de onderzoekers met een 3D-print van het vogelschedeltje
Een van de onderzoekers met een 3D-print van het vogelschedeltje Foto Phillip Krzeminski en dr. Daniel J. Field, University of Cambridge

Een 66,7 miljoen jaar oud vogelschedeltje, ontdekt in een mergelgroeve ten zuiden van Maastricht: alleen dat is al bijzonder nieuws, want zulke broze fossielen blijven zelden bewaard. Wereldwijd zijn er dan ook weinig intacte vogelschedels uit het Krijt bekend.

Maar Asteriornis maastrichtensis, zoals de nieuw ontdekte soort wordt genoemd, is om nóg een reden nieuwswaardig. Het fossiel zou weleens de oudste representant van een ‘moderne’ vogel kunnen zijn, schrijft een team van onder meer Britse, Amerikaanse en Nederlandse paleontologen in Nature. De schedel heeft zowel kenmerken van eenden als van kippen en werpt daarmee nieuw licht op de stamboom van huidige vogels.

Door gebrek aan fossielen is er juist over de vroege vogelevolutie weinig bekend. Uit het Mesozoïcum (het geologisch tijdvak tussen 250 en 66 miljoen jaar geleden met daarin de periodes Trias, Jura en Krijt) was tot nu toe één goed bewaard fossiel bekend, en enkele fragmenten.

Asteriornis maastrichtensis vormt daarom een belangrijke aanvulling en laat met zijn ouderdom zien dat moderne vogels zich al ontwikkelden voor de grote massa-extinctie aan het einde van het Krijt, waarbij alle dinosauriërs behalve de vogels het loodje legden.

De nu geanalyseerde schedel was al bijna twintig jaar in het bezit van het Natuurhistorisch Museum Maastricht – destijds werd hij geschonken door een Leidse moleculair celbioloog (tevens amateurpaleontoloog), die hem had gevonden in een groeve bij Eben-Emael in de Belgische provincie Luik.

Vorig jaar liet paleontoloog John Jagt, conservator bij het museum, het schedeltje door collega’s van de universiteit van Cambridge bestuderen in een CT-scanner met hoge resolutie.

Op basis van de 3D-scan vermoeden de onderzoekers dat het om een vogel van zo’n 390 gram ging, met een snavel die grotendeels vergelijkbaar is met die van hedendaagse kippen en andere hoenderachtigen (zoals kalkoenen en pauwen).

Jagt, aan de telefoon: „We wilden de schedel op een speciale expositie bij ons in het museum presenteren, samen met een eendenschedel en een kippenschedel, zodat je de verschillen kunt zien. Die opening laat door het coronavirus nog even op zich wachten, maar waar het op neerkomt is dat er twee elementen in de snavel ‘typisch kip’ zijn. Allereerst de onderkaakshelften. Het voorste gedeelte daarvan, richting de snavelpunt, is net als bij hoenderachtigen zwak gefuseerd. Dat wil zeggen dat de twee helften niet stevig met elkaar vergroeid zijn, min of meer vergelijkbaar met de fontanellen van een baby. Ten tweede is de voorkant van de neusgaten gevorkt.”

Maar er zijn ook kenmerken van Asteriornis maastrichtensis die ‘typisch eend’ zijn, zegt Jagt. „Aan de rand van de oogkas zit bijvoorbeeld een zogeheten postorbitaal uitsteeksel, dat naar voren wijst. En op de plek waar de onderkaak onder de schedel duikt is een haakvormig uitsteeksel aanwezig.”

Omdat de schedel zich in mergel bevindt (die werd afgezet in een ondiepe, subtropische zee) is het aannemelijk dat de vogel nabij water leefde. Ook de grootte zou passen bij een oevervogel. De paleontologen beschrijven de vroege soort als een soort waterhoen, die niet tot de hoenderachtigen maar tot de eendachtigen behoort.

Jagt: „Asteriornis maastrichtensis is dus niet de voorouder van alleen kippen of alleen eenden, maar van beide groepen.” Hoenderachtigen en eendachtigen zijn nauw aan elkaar verwant en vormen de superorde van de Galloanserae, en de Maastrichtse vondst maakt het dus aannemelijk dat Asteriornis maastrichtensis aan de basis daarvan stond.

In dezelfde laag waarin Asteriornis maastrichtensis gevonden werd, is overigens nog een fossiele vogel gevonden. Dat betrof een veel primitievere soort die niet lijkt op huidige vogels: een viseter, met tandjes in de bek. Beide vogelvarianten leefden dus in het late Krijt.

De naam Asteriornis verwijst naar de Griekse godin Asteria, en is daarom volgens de onderzoekers om twee redenen toepasselijk. Allereerst veranderde ze in een kwartel, dus een hoenderachtige, en ten tweede was ze de godin van vallende sterren – een verwijzing naar de meteoriet die aan het einde van het Krijt insloeg.