Analyse

ECB komt verder in actie terwijl de politiek vastzit

Eurozone De ECB kan in crisistijd sneller manoeuvreren dan de regeringen van de eurolanden, omdat zij niet unaniem hoeft te beslissen.

Terwijl de Eurogroep na 16 uur videobellen geen akkoord wist te bereiken, kwam de ECB dinsdag wel tot een besluit.
Terwijl de Eurogroep na 16 uur videobellen geen akkoord wist te bereiken, kwam de ECB dinsdag wel tot een besluit. Foto Kai Pfaffenbach/Reuters

Het contrast tussen Europa’s economische crisisbestrijders is deze week opvallend. Zo moeizaam als de pogingen van de Eurogroep verlopen om een gezamenlijk antwoord te vinden op de economische schok door het coronavirus, zo snel handelt in deze crisisdagen de Europese Centrale Bank (ECB).

Zestien uur videobellen bleek voor de Eurogroep, waarin de ministers van Financiën van de eurolanden zitten, niet voldoende voor een akkoord over inzet van het euronoodfonds of ‘coronabonds’ om het zwaar door het virus getroffen Zuid-Europa bij te staan. Er is géén deal, zo luidde het bericht woensdagochtend. Donderdag wil de Eurogroep doorpraten.

De actie kwam dinsdagavond opnieuw van de ECB. Het bestuur van de centrale bank kondigde een nieuwe maatregel aan: de onderpandseisen voor banken worden versoepeld. Dat is een even technisch als belangrijk besluit dat banken in staat stelt in crisistijd de kredietverlening aan burgers en bedrijven beter op peil te houden. Het besluit, een uitwerking van een aankondiging van vorige maand, laat zien dat de ECB bereid is om de eigen regels op te rekken, nu de eurozone in een diepe recessie belandt.

Banken die bij de ECB lenen, moeten onderpand stallen, zoals staatsobligaties, bedrijfsobligaties, of bankobligaties. Daarvoor gelden eisen, want de ECB wil niet te veel risico’s lopen. Die eisen worden nu tijdelijk verzacht. De zogeheten haircut – de korting die de ECB rekent op de waarde van onderpand, al naar gelang het risicoprofiel – wordt breed verlaagd. Zo hoeven banken per saldo minder onderpand beschikbaar te stellen. Ook nieuwe typen onderpand worden nu geaccepteerd, zoals kleine leningen aan bedrijven. En de Griekse staatsschuld geldt weer als onderpand, na jaren van gesteggel hierover.

Lees ook deze analyse: Virus stelt ECB en politiek op de proef

Meer risico lopen

De ECB kiest er bewust voor om meer risico te lopen op haar balans. Deze stap komt bovenop het ECB-besluit op 12 maart, om ongekend gunstige langetermijnleningen aan te bieden aan banken, tegen een rente tot minus 0,75 procent. Op 16 maart volgde het ‘pandemie-noodopkoopprogramma’: extra opkopen van staats-en bedrijfsobligaties ter waarde van 750 miljard euro.

De daadkracht van de eurolanden steekt daarbij pover af, althans: waar het gaat om gezamenlijke Europese maatregelen. De afzonderlijke landen hebben miljardenpakketten met inkomenssteun voor burgers en kredietgaranties voor bedrijven aangekondigd. Bij elkaar opgeteld bedragen de Duitse maatregelen meer dan 1.100 miljard euro en Italië heeft 750 miljard euro gemobiliseerd.

Maar wat volgens de ECB, en volgens veel economen, ontbreekt, is een gedeeld coronavangnet van de regeringen op eurozoneniveau. Het risico bestaat dat Italië en Spanje – landen die extreem zwaar door het virus zijn getroffen – de grote uitgaven die ze in de komende jaren zullen moeten doen niet kunnen financieren. Het gaat daarbij, anders dan de Nederlandse minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) suggereert, niet vooral om de zorgkosten, maar juist om de kosten voor stimulering van de economie.

De ECB zegt weliswaar bereid te zijn om massaal extra staatsschuld op te gaan kopen, maar kan dat niet zomaar ongelimiteerd doen, althans niet binnen het huidige wettelijk kader. „Het monetair beleid kan het niet alleen”, zei Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank, onlangs tegen NRC. Zo blijft een mogelijke nieuwe eurocrisis boven de markt hangen.

Italië kampt al jaren met een ernstig stagnerende economie, waardoor het zijn torenhoge staatsschuld eigenlijk niet meer kan dragen. Beleggers kunnen Zuid-Europese staatsschuld gaan dumpen – net als tijdens de eurocrisis van 2011/2012. Een politiek akkoord over een coronavangnet blijkt echter buitengewoon lastig: de impasse tussen de regeringen van de eurolanden duurt al weken.

Dissidenten

Het grote verschil tussen de politiek en het monetair beleid is meerderheidsbesluitvorming. Het 25-koppige ECB-bestuur hoeft niet unaniem te beslissen, en deed dit ook niet bij de cruciale vergadering van 16 maart, toen het met het pandemie-noodpakket de onrust op de markten suste. Er was een handvol dissidenten binnen het bestuur, onder wie Knot. Hij had graag een wat beperkter noodpakket gezien en hij was tegen het loslaten van opkooplimieten. Die bezwaren werden door ECB-president Christine Lagarde beleefd terzijde geschoven.

Mario Centeno, de voorzitter van de Eurogroep, kan zoiets niet doen met Hoekstra, die zich halsstarrig blijft verzetten tegen onvoorwaardelijke steun aan Italië door het euronoodfonds ESM. Unanimiteit is vereist. Blijft de impasse voortduren, dan zeggen de regeringen eigenlijk: ECB, lossen jullie het maar op.