Reportage

Amsterdamse wijkagent: ‘Er lijkt echt een gevoel van saamhorigheid te heersen’

Serie | Cruciale beroepen De wijkagent loopt in coronatijd gewoon op straat. Maar even peilen of er ergens overlast is geweest, bijvoorbeeld bij de ‘haak maar aan’-club, dat kan nu niet, want die is dicht.

Wijkagent Patrick de Vries is ook nu de ‘ogen en oren’ van de Amsterdamse wijk Banne Buiksloot
Wijkagent Patrick de Vries is ook nu de ‘ogen en oren’ van de Amsterdamse wijk Banne Buiksloot Foto Ilvy Njiokiktjien

Het is half twaalf ’s ochtends op een doordeweekse dag wanneer wijkagent Patrick de Vries (47) zijn ronde doet. Er zijn weinig mensen op straat in de Amsterdamse wijk Banne Buiksloot. De Vries groet een moeder en kind met een pak stencils in de hand: „Jij hebt zeker je huiswerk opgehaald op school? Goed luisteren naar je moeder, hè?” Hij steekt zijn hand op naar dames met kleine hondjes en vraagt aan mensen die op hun balkon staan hoe het met ze gaat. „Ja, rustig, hè”, antwoordt een bejaarde vrouw met handschoenen aan. „Het lijkt hier wel een oudenvandagentehuis.”

Sinds twee jaar is De Vries wijkagent in ‘de Banne’, zoals de wijk in de volksmond wordt genoemd. Er wonen zo’n vijftienduizend inwoners. De buurt in Amsterdam-Noord, die in de jaren zestig en zeventig is gebouwd, wordt gekenmerkt door gestapelde laagbouw, portiekflats en veel groen. Het werk van De Vries en zijn 3.327 collega’s die in de eenheid Amsterdam op straat werken, is sinds de uitbraak van het coronavirus en de daaropvolgende maatregelen niet fundamenteel veranderd: ze gaan nog steeds de straat op en zijn de ‘ogen en oren’ van de gemeenten.

Lees ook dit achtergrondverhaal over ‘cruciale beroepen’: Zij laten de samenleving draaien terwijl Covid-19 woedt

De omstandigheden waaronder hij zijn werk doet, zijn wel degelijk anders. In het lokale winkelcentrum, Banne genaamd, bevindt zich het buurthuis: het Huis van de Wijk. Het is het startpunt voor de dagelijkse ronde die De Vries door de buurt maakt. Nu is alleen de beheerder aanwezig, maar normaal gesproken is het er een drukte van belang.

Er wordt hier van alles georganiseerd, vertelt De Vries, die vaak bij een activiteit aanschuift. Zo zijn er lessen Nederlands voor nieuwkomers en is er de ‘haak maar aan’-club, waar, inderdaad, gehaakt wordt. „Bij zo’n haakclubje wordt natuurlijk vooral gebabbeld en dan gaat het vaak over de buurt. Dan kan ik goed peilen wat op straat speelt. Of er ergens overlast is geweest, bijvoorbeeld. Dat kan nu niet.”

Foto Ilvy Njiokiktjien

Begrip kweken

Overlast, vooral door groepjes jonge jongens, is een veelvoorkomende klacht in de Banne. „Het is een fantastische buurt met jong en oud. Veel mensen met een migratieachtergrond en tegelijk heel Amsterdams. Maar er is ook veel armoede en werkloosheid.”

De Vries vat het samen als ‘grootstedelijke problematiek’. „Kinderen worden niet binnengehouden en ouderen zijn vaak eenzaam. Maar dat betekent ook dat ik veel voor mensen kan betekenen, door naar ze te luisteren en mee te denken.”

Hoe De Vries die jongeren op straat aanspreekt wanneer ze zich niet aan de maatregelen houden? „Ik probeer begrip te kweken. Zie ik ze in een groepje van drie bij elkaar staan, dan wijs ik ze eerst op de risico’s van het coronavirus voor kwetsbare mensen, zoals hun oma. Dan vraag ik ze of ze denken dat het verstandig is om toch bij elkaar te gaan staan.”

Dat is meestal al genoeg. „Niemand zegt: wat een onzin!”

Ook wanneer een jongen op straat spuugt – „Dat doen ze op die leeftijd nogal veel.” – gaat hij eerst een gesprekje aan. De volgende stap, uitschrijven van een boete, is in deze gevallen nog niet nodig geweest, zegt De Vries. „Net voordat de ernst van het coronavirus voor iedereen duidelijk was, deed een man op straat alsof hij in mijn gezicht wilde hoesten. Als dat nu nog een keer zou gebeuren, zou ik een stevig gesprek aangaan.”

Op een steenworp afstand van het winkelcentrum staat een man op zijn balkon van een nieuw appartementencomplex. Hij is 65 jaar, hartpatiënt, heeft kanker gehad en behoort dus tot de risicogroep. „Hoe gaat het, Jan?”, roept De Vries vanaf beneden. „Ja, het is effe wennen hè? Normaal ben ik altijd buiten.” De Vries knikt begripvol. „Je wordt gemist, maar het is niet anders.”

Jans boodschappen worden door familieleden voor de deur neergezet. Andersom kookt hij voor zijn eenjarige kleinzoon, wat de familie in bakjes weer bij hem ophaalt. „Hou vol hè, Jan!”

Lees ook deze reportage: Politie handhaaft coronaregels, burger praat terug. ‘We zijn maar met vier. Dat mag toch?’

Even peilen

De wijkagent loopt in de richting van het Huis van de Wijk. „Dit hoort er ook bij: even peilen hoe het met de mensen gaat. Hoe voelen ze zich? Ik houd overal een vinger aan de pols.” Wanneer hij merkt dat de buurtbewoner er niet meer zelf uitkomt, neemt hij contact op met de GGD of de huisarts.

De Vries heeft nog niet het idee dat er meer onrust in de wijk is dan normaal; wat dat betreft kan hij nog best zonder de inlichtingen van de ‘haak maar aan’-club. „Op straat is het stiller dan ooit, mensen hebben begrip voor de situatie. Er lijkt echt een gevoel van saamhorigheid te heersen.”

Foto Ilvy Njiokiktjien

Ook achter de voordeuren lijken de maatregelen nog niet tot veel spanningen te leiden. „Ik heb daar geen aanwijzingen voor. We zien ook nog geen toename in het aantal meldingen van huiselijk geweld, bijvoorbeeld door buren. Ik had het wel verwacht: iedereen zit nu op elkaars lip. Maar je weet natuurlijk niet hoe lang dit nog allemaal gaat duren.”

Kan de wijkagent zich zelf wel aan de maatregelen houden? „Ik heb een voorbeeldfunctie, dus ik moet laten zien dat ik die anderhalve meter altijd in acht houd.” Lachend: „De buurtbewoners houden me ook goed in de gaten.”

Toch zijn er situaties waarin De Vries de maatregelen moet laten varen. Bijvoorbeeld wanneer hij iemand aanhoudt, of vervoert in zijn dienstauto. „Als wijkagent surveilleer je vooral en doe je minder arrestaties dan de nooddienst. Maar het kan voorkomen.” De Vries mag de arrestant een spuugmasker omdoen, informeren of die weet of hij besmet is. De handboeien worden achteraf gereinigd. „Tja, het werk moet gewoon doorgaan.”