De weerstand van Nederland is een groot vraagteken

Groepsimmuniteit Wanneer hebben genoeg mensen immuniteit opgebouwd? Over weerstand en het coronavirus is nog heel veel onbekend.

Een vrijwilliger van het Rode Kruis verzorgt het vervoer voor niet-spoedeisende patiënten van en naar ziekenhuizen rond Leiden.
Een vrijwilliger van het Rode Kruis verzorgt het vervoer voor niet-spoedeisende patiënten van en naar ziekenhuizen rond Leiden. Ilvy Njiokiktjien

Groepsimmuniteit biedt een uitweg: het zou de samenleving kunnen verlossen van de dreiging van het nieuwe coronavirus. Zwakke groepen profiteren dan van de weerstand die anderen hebben opgebouwd. Maar bij een nieuwe infectieziekte als Covid-19 zijn er nog zoveel onzekerheden, dat je er niet voetstoots vanuit kunt gaan dat dit werkt.

1 Hoeveel Nederlanders hebben weerstand opgebouwd?

Dat is een cruciale vraag waar nog geen antwoord op is. Bloedbank Sanquin is dat samen met het RIVM aan het inventariseren in een serie steekproeven onder de Nederlandse bevolking. Het RIVM heeft daarnaast een lopend bevolkingsonderzoek naar infectieziekten in het bloed uitgebreid met een studie naar weerstand tegen het nieuwe virus.

Per regio zouden daar flinke verschillen in kunnen zitten, aangezien de epidemie in bijvoorbeeld Noord-Brabant en Limburg veel groter was dan in het noorden. De hamvraag is hoe snel mensen resistentie hebben ontwikkeld – dat zou nu op sommige plaatsen al op een aardig niveau kunnen zijn, maar het zou ook nog jaren kunnen duren voordat het zover is.

2. Hoe groot moet de groep met weerstand zijn?

Er is geen harde grens te trekken waarbij het land coronaveilig verklaard kan worden en iedereen weer achterover kan leunen. Het gaat erom bij welk niveau van immuniteit in de bevolking het virus zich niet meer ongebreideld kan verspreiden. Als er dan nog uitbraken zijn, zullen ze vanzelf uitdoven in de massa die een goede afweer heeft.

Groepsimmuniteit ontwikkelt zich gradueel: naarmate er meer mensen komen die de infectie hebben doorgemaakt zal er een steeds grotere demping zijn op de verspreiding van het virus, ook zonder maatregelen als ‘intelligente lockdowns’.

Per ziekte verschilt het geschatte niveau waarop in een samenleving groepsimmuniteit optreedt. Voor de uiterst besmettelijke mazelen hanteren autoriteiten een ondergrens van 95 procent met immuniteit. Voor het minder besmettelijke SARS-CoV-2 zal die grens minder hoog liggen. Maar waar precies? Getallen die genoemd worden lopen sterk uiteen. Onderzoekers van de University of Leicester berekenen in het vakblad Journal of Infection, dat groepsimmuniteit in Nederland werkt als ruim 69 procent van de bevolking immuniteit heeft.

Dat zou Nederland kunnen bereiken door het aantal infecties ‘gecontroleerd’ te laten stijgen; niet te snel zodat de IC’s het blijven aankunnen, maar ook niet te langzaam omdat de opgelegde maatregelen grote economische consequenties hebben. Zonder enig idee hoeveel Nederlanders op dit moment al weerstand hebben tegen het virus, is het gissen hoe lang dat gaat duren – waarschijnlijk jaren.

3. Hoe lang blijven mensen immuun voor het virus?

Dat is lastig te zeggen, omdat het virus zo nieuw is. Virologen baseren zich op de ervaring met andere coronavirussen om daar een uitspraak over te doen. In een klein Brits experiment van dertig jaar geleden werden vijftien vrijwilligers opzettelijk besmet met het milde coronavirus 229E. Tien van hen hadden aantoonbaar lagere concentraties antilichamen in het bloed, en acht van hen werden verkouden. Een jaar later hadden alle vrijwilligers nog een verhoogde antistoffenconcentratie, maar toch raakte tweederde van hen opnieuw geïnfecteerd toen het virus weer werd toegediend. Wel werden ze minder verkouden.

4. Wordt iedereen even immuun tegen het virus?

Er zitten grote verschillen in de hoeveelheden antilichamen die Covid-19-patiënten aanmaken. De stelregel lijkt te zijn: hoe zieker de patiënt, hoe hoger de concentratie antilichamen in het bloed wordt. Dat roept de vraag op of mensen met milde klachten wel voldoende afweer opbouwen tegen een nieuwe infectie.

Daarnaast is ook nog de vraag of de hoeveelheid antilichamen per se wel iets zegt over in welke mate iemand immuun is. Er zit namelijk ook een verschil in kwaliteit in antilichamen. Alleen zogeheten neutraliserende antilichamen maken het virus echt onschadelijk, andere antilichamen binden wel aan het virus maar kunnen niet helemaal verhinderen dat het cellen blijft infecteren. Ook daarin blijken opvallende verschillen tussen mensen te bestaan. Overigens hangt de immuniteit niet alleen van antilichamen af, ook witte bloedcellen spelen een rol, maar die is lastiger in kaart te brengen.

5. Welke rol speelt een vaccin bij groepsimmuniteit?

Een vaccin tegen SARS-CoV-2 is er nog niet, dat kan nog zeker een jaar duren. Met een vaccin kun je bij mensen kunstmatig immuniteit opwekken. En als veel mensen gevaccineerd worden, draagt dat ook bij aan de groepsimmuniteit. Het voordeel van een vaccin is dat je het (zeker in het begin) heel gericht kunt toepassen, voor een maximaal effect. Zo kun je bijvoorbeeld zorgmedewerkers inenten om te zorgen dat zij zelf niet geïnfecteerd raken, en ook de infectie niet naar hun kwetsbare patiënten verspreiden.

Uiteraard is het ook bij een vaccin de vraag hoe lang de immuniteit in stand blijft. Er zijn in ieder geval strategieën voorhanden om een duurzame bescherming te bevorderen. Aan het vaccin kan een zogeheten adjuvans worden toegevoegd, een stof die de afweerreactie versterkt. En vaccins kunnen natuurlijk herhaald gegeven worden, waardoor het ‘geheugen’ van het immuunsysteem telkens weer even wordt opgefrist.

Lees ook: Groepsimmuniteit kan jaren duren