Opinie

Dan zet de man zijn mondkapje demonstratief af

Grunberg in New York

Everyday Gourmet Deli – de naam zegt genoeg – op Lexington Avenue is een van de weinige zaken in mijn buurt die nog open en is waar men iets krijgt wat cappuccino wordt genoemd. Binnen hangt een A4’tje: ‘No mask, no service.

Twee militairen zijn broodjes aan het bestellen. Ze dragen geen mond- en neuskapje, maar ze dragen een uniform. De soldaten zijn een overblijfsel van 9/11, vanaf die tijd werd er regelmatig door militairen in het nabijgelegen Grand Central Station gepatrouilleerd. Het station is nu voor het grootste gedeelte gesloten, maar het patrouilleren gaat kennelijk door. Misschien dat de soldaten niet meer terroristen zoeken maar het virus. Wij hebben een president – als toekomstig staatsburger moet ik maar ‘wij’ zeggen – die een voorkeur heeft voor de extremere vormen van het magisch denken.

Dan komt een man binnen die zijn mondkapje demonstratief afzet. Een provocateur? Hij wordt gewoon geholpen.

Lees ook: Amerika was allang een derdewereldland

De meeste mensen op straat dragen mondkapjes die artsen dragen. Zo ook ik, een bevriende huisarts heeft me er een paar gegeven. Dan zijn er mensen die sjaals voor hun gezicht hebben gebonden. Een bejaarde heer droeg een soort plastic kap die aan een motorhelm deed denken en die ingenieus aan een haarband was bevestigd. Een vriendin van me heeft van een oud gordijn een mondkapje genaaid. Ze is er tevreden mee. Verder kom ik weinig mensen tegen – hoe dan ook zijn de straten nogal leeg – die oude vitrage voor hun gezicht hebben gebonden.

Circa een kwart van de mensen, althans in mijn buurt, doet niet aan mondkapjes. Dat gaat door alle leeftijden, het lijken wel wat meer vrouwen dan mannen te zijn. Deze mensen stralen iets uit van, en daarop kan men alleen maar jaloers zijn: neem ons niet kwalijk, stakkers, maar wij staan boven de dood.

Schrijver Arnon Grunberg woont in New York City. Op deze plek schrijft hij over de impact die het coronavirus heeft op het leven daar.