CBS: tweede generatie migranten emigreert vaker, verschil per achtergrond

Emigratie Mensen met een Somalische migratieachtergrond verlaten Nederland het vaakst: zo’n 80 procent verhuisde naar het buitenland.
De Markthal in het centrum van Rotterdam.
De Markthal in het centrum van Rotterdam. Foto Robin Utrecht/ANP

Nederlanders met een tweede generatie migratieachtergrond emigreren vaker dan mensen met een Nederlandse achtergrond. Als zij emigreren als kind, is het vaak naar het land waar hun ouders vandaan komen. Als zij emigreren als volwassene, vertrekken ze vaak naar andere landen. Dat blijkt donderdag uit onderzoek van het CBS en het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) naar de emigratiepatronen van 1995 tot en met 2017.

Mensen behoren tot de zogenoemde tweede generatie als zij zelf in Nederland zijn geboren en tenminste één ouder hebben die in het buitenland is geboren. De tweede generatie maakt zo’n 11 procent uit van de totale Nederlandse bevolking. Binnen die groep vertrokken mensen met een Somalische migratieachtergrond het vaakst: zo’n 80 procent verhuisde naar het buitenland. Bijna allemaal vertrokken zij voor hun achttiende, wat erop wijst dat het waarschijnlijk vaak gaat om een beslissing van de ouders.

Onder personen met een Surinaamse migratieachtergrond is het aandeel dat emigreerde met ruim 10 procent het laagst. Bij mensen met een Marokkaanse of Turkse migratieachtergrond is dat respectievelijk zo’n 15 en 16 procent.

Niet definitief

De Marokkaanse en Surinaamse tweede generatie emigreerde meestal wanneer zij 18 jaar of ouder waren, wat vermoedelijk betekent dat het meestal om een eigen beslissing ging. Mensen met een Nederlandse achtergrond emigreerden het minst: slechts 6 procent van hen verliet het land.

Vaak is emigratie niet definitief, blijkt uit het onderzoek. Van alle groepen keert ten minste de helft van de volwassen tweede generatie binnen zes jaar terug naar Nederland. Mensen met een Surinaamse of Marokkaanse migratieachtergrond keren het snelst terug.