Brieven

Brieven 8/4/2020

Marktwerking

Staat stelt voorwaarden

Zihni Özdil toont in zijn column hoe marktwerking nadelig uitpakt in de coronacrisis (Schud neoliberale veren af en herstel de verzorgingsstaat, 4/4). Waarom altijd dit zwart-wit-denken? Privatisering heeft scherpe kanten, zeker, maar ook voordelen. De Britse overheidsgestuurde National Health Service is nou niet bepaald voorbeeldig. Verder hoor ik nooit iemand over het nationaliseren van de voedingsindustrie of energievoorziening. Laat de overheid liever scherpere randvoorwaarden stellen aan marktwerking. Kijk naar aanleiding van de huidige crisis nog eens goed naar wat er mis ging en leg wettelijk vast wat je verbeterd wil zien. Bijvoorbeeld: verplichte voorraden, spreiding van leveranciers, minimaal aantal IC-bedden per regio etcetera. En laat dan de markt zijn werk doen.

Ouderen

Vrijwillige restricties

Dat het Nederland waarin de Oudere Nederlander maar lekker zelf moet kiezen of deze het gevaar van doodgaan wil riskeren geen leuk Nederland is, zoals Frits Abrahams betoogt (Wat komt er na een lockdown?, 6/4), ben ik volledig met hem eens. We zullen alleen wel een manier moeten vinden waarop het werkende en grotendeels veel minder kwetsbare deel van Nederland, met vaak nog thuiswonende kinderen, het nog vele maanden vol kan houden – dat deel kan niet nog één tot twee jaar op zijn tandvlees lopen en ook niet uitvallen, omdat dan de economische schade nog veel groter wordt. Als het daarvoor nodig is om toch het kwetsbare deel van Nederland vrijwillig meer restricties te geven, dan moet dat op zijn minst bespreekbaar zijn.

onrust

Blijf thuis!

In zijn column citeert Tommy Wieringa Pascals inzicht dat alle ellende voortkomt uit mensen hun onstuitbare onrust: „Wij zijn op beweging aangelegd, algehele rust is de dood” (De wereld zonder ons, 4/4). Je zou ook het beroemde gedicht De tuinman en de dood van P.N. van Eyck kunnen aanhalen. De tuinman van een Perzisch edelman meldt zijn meester op een ochtend dat hij er als de wiedeweerga vandoor gaat, naar het verre Isfahan, omdat hij net op de markt de Dood is tegengekomen. Maar zijn haastige vlucht, zijn onmacht om ‘rustig in zijn kamer te blijven’, helpt niet. De edelman ontmoet de dood later op de middag en vraagt waarom hij zijn knecht zo de stuipen op het lijf heeft gejaagd:

„‘Waarom’, zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt, / ‘Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?’ / Glimlachend antwoordt hij: ‘Geen dreiging was ’t, / Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast, / Toen ’k ’s morgens hier nog stil aan ’t werk zag staan, / Die ’k ’s avonds halen moest in Ispahaan.”

Met Van Eyck en Pascal in het achterhoofd, wordt eens te meer duidelijk: blijf thuis!

Taalgebruik

Onnodig, die straattaal

Van het ‘fuck het virus-feestje’ gaan we naar „holy fuck, die tijdlijn”, in de kop van 6 april: ‘Ik zag de eerste resultaten en ik dacht: holy fuck, die tijdlijn’). NRC, houd daar toch eens mee op. Hebben we dan alleen maar straattaal tot onze beschikking om uiting te geven aan de machteloosheid die gevoeld wordt in deze coronacrisis?