Bloedplasma kan Covid-19-patiënt helpen

Onderzoek Covid-19-patiënten herstellen mogelijk sneller als ze bloedplasma van ex-patiënten krijgen. In Rotterdam start een proef.

In een ziekenhuis in de Duitse stad Erlangen wordt ook onderzoek gedaan naar bloedplasma om Covid-19-patiënten te kunnen helpen. Een medewerkster van het ziekenhuis in Beieren controleert hier gedoneerd bloed.
In een ziekenhuis in de Duitse stad Erlangen wordt ook onderzoek gedaan naar bloedplasma om Covid-19-patiënten te kunnen helpen. Een medewerkster van het ziekenhuis in Beieren controleert hier gedoneerd bloed. Foto’s Andreas Gebert/Reuters

Een transfusie met bloedplasma van ex-Covid-19-patiënten kan helpend en mogelijk levensreddend zijn voor mensen die nu ernstig ziek worden van het nieuwe coronavirus. In Nederland gaan twee wetenschappelijke onderzoeken van start naar deze experimentele therapie. In het Erasmus MC in Rotterdam is de studie al begonnen. Een andere, vanuit het LUMC in Leiden in samenwerking met bloedbank Sanquin, begint over vier weken.

Bloedplasma is de heldere vloeistof die overblijft als de rode en witte bloedcellen uit het bloed gefilterd worden. Behalve vocht en eiwitten bevat het plasma ook cruciale antilichamen. Het idee achter transfusie is dat plasma van herstelde patiënten gerichte antistoffen bevat die het coronavirus kunnen uitschakelen.

Plasma- of bloedtransfusies tegen dodelijke infectieziekten zijn al eerder op kleine schaal beproefd, bijvoorbeeld bij ebola en de Mexicaanse griep. De ‘geleende afweer’ van iemand die de ziekte al heeft doorgemaakt, leek daarbij de sterfte te verminderen en de overleving te bevorderen. De komst van medicijnen en vaccins maakte deze procedure destijds overbodig, waardoor ook het onderzoek ernaar stopte. Ook bij SARS leek het succesvol, maar die epidemie werd in korte tijd succesvol ingedamd.

Nu de wereld te maken heeft met een geheel nieuw coronavirus waar geen goede middelen tegen zijn, grijpt men er weer op terug. Al in het begin van de epidemie is de behandeling in China bij enkele honderden Covid-19-patiënten toegepast. Ook in de Verenigde Staten zijn vorige week diverse onderzoeksprojecten gestart hiernaar.

„Deze studie zal voor eens en altijd moeten laten zien of plasmatransfusie tegen Covid-19 werkt”, zegt arts-infectioloog Bart Rijnders, die in Rotterdam de zogeheten ConCovid-studie leidt. Daaraan zullen 426 Covid-19-patiënten deelnemen. De helft krijgt de gewone zorg en de andere helft daar bovenop een kwart liter donorplasma met antistoffen. „Het gaat om een heel spectrum aan patiënten, mensen die heel ziek op de IC liggen en mensen die wel zijn opgenomen in het ziekenhuis maar niet zo heel ziek zijn.”

De Leidse studie sluit daarop aan en richt zich op minder kritiek zieke patiënten. Hematoloog Jaap Jan Zwaginga is nog „superdruk” met de voorbereidingen, en wil daarom nog niet veel details over de studie kwijt.

De grootste vijand van deze studies is de tijd, zegt Bart Rijnders. „Ik doe nu al vier weken onafgebroken niets anders dan deze studie voorbereiden. We hebben enorme haast, want voor je het weet hebben we geen voldoende patiënten meer om het onderzoek te voltooien.”

In China, waar de epidemie begon, hebben artsen al geëxperimenteerd met deze behandeling tegen Covid-19. Maar uit die ervaring is het lastig vast te stellen of dat effectief is geweest, al is voorzichtig te concluderen dat er geen grote bijwerkingen zijn. Tot nu toe zijn alleen de uitkomsten bekend geworden van twee kleine studies, gepubliceerd in het medische vakblad JAMA en als preprint, een voorpublicatie die nog niet door collega-onderzoekers is beoordeeld. De auteurs van beide studies zijn positief over de behandeling, maar bij beide ontbrak een goede controlegroep. In het Chinese register van klinische studies zijn ook wel goed gecontroleerde studies aangemeld, maar de resultaten daarvan zijn nog niet bekend. Het feit dat ook een aantal van deze studies geannuleerd zijn, kan erop wijzen dat ze helemaal niet voltooid kunnen worden door een gebrek aan patiënten.

Enorme logistieke uitdaging

De studie in Rotterdam zal gedaan worden op basis van de vergelijking van meer dan 400 patiënten, een grote groep. „Om te beoordelen of dit werkt moet je echt zorgvuldig onderzoek doen”, zegt Rijnders. „En dat is een enorme logistieke uitdaging, ook al omdat het zo snel moet. We moeten rekening houden met alle acht bloedgroepen die er zijn. Het plasma dat we krijgen kan niet onmiddellijk aan patiënten worden toegediend, want het moet eerst worden getest op allerlei mogelijke infecties, dat duurt een halve dag. Daarnaast willen we ook onderzoeken of de donor goede antistoffen maakt, en daarvoor moeten we het plasma op een kweek van het virus testen, wat ook weer anderhalve dag duurt.”

Vorige week gaf de eerste ex-Covid-patiënt plasma in Rotterdam. „Het vinden van voldoende donors is nog mijn minste zorg”, zegt Rijnders. „Onze mailbox is zowat ontploft met aanmeldingen, met 1.400 mails op een dag. Daaronder zitten echter ook veel mensen die zeggen dat ze Covid-19 hebben gehad, maar nooit zijn getest. Die vallen af omdat we wel zeker willen zijn dat mensen de infectie hebben doorgemaakt.”

De Rotterdamse studie werft alleen mannen als donor, omdat het bloedplasma van vrouwen soms nog een factor bevat die voor complicaties kan zorgen. Rijnders: „Dat kunnen we er met een aparte test wel uit filteren, maar dat kost weer een paar dagen extra. Vanwege de efficiëntie kiezen we daar nu niet voor.”

Hoe groot de haast nu ook is, de uitslag zal nog wel even op zich laten wachten. De Rotterdamse studie beoordeelt bijvoorbeeld het verschil in sterfte na zestig dagen in beide patiëntengroepen. Rijnders: „Dat wil zeggen dat we pas twee maanden na de behandeling van de laatste patiënt resultaat zullen hebben. Dus ik verwacht dat we op zijn vroegst over drie of vier maanden een antwoord hebben op de vraag of dit werkt. We kijken uiteraard ook naar zaken als de duur van de ziekenhuisopname en hoe snel de uitscheiding van het virus bij de patiënt stopt.”

De hoop is dat mensen door een tijdige toediening van antistoffen minder ernstig ziek worden en sneller zullen herstellen. „Als het goed werkt zou plasmatherapie de druk op de IC’s en ziekenhuizen kunnen verlichten”, zegt Rijnders. „Zo lang er nog geen goed vaccin is zouden we plasma van ex-patiënten ook kunnen gaan gebruiken om bijvoorbeeld zorgpersoneel te beschermen. Zo zouden we ons beter kunnen wapenen als de epidemie in een tweede golf op ons afkomt.”

Maar het zal „een militaire operatie” vergen om plasmadonatie echt op grote schaal te gaan toepassen, verwacht Rijnders. „Dan zou Sanquin in Amsterdam daarvoor wel een hele nieuwe fabriek moeten bouwen.”