KNVB en clubs moeten wel solidair zijn met de Europese voetbalfamilie

Voetbal De KNVB houdt vol dat de eredivisie moet worden afgemaakt, en wil daarmee de UEFA en de grote voetballanden volgen.

De spelers van Ajax vieren een doelpunt tijdens het uitduel tegen sc Heerenveen, op 7 maart van dit jaar. Ajax staat op doelsaldo bovenaan in de eredivisie, in punten gelijk met AZ.
De spelers van Ajax vieren een doelpunt tijdens het uitduel tegen sc Heerenveen, op 7 maart van dit jaar. Ajax staat op doelsaldo bovenaan in de eredivisie, in punten gelijk met AZ. Foto ANP

Gevoelsmatig mag de eredivisie dan verloren zijn, dood is-ie niet. Dertig dagen na de laatste competitiewedstrijd hebben de topmannen uit het betaalde voetbal hun kindje nog altijd niet willen opgeven, precies zoals het hoofd van de Europese voetbalfamilie dat graag ziet. The show must go on.

Dinsdag kwamen de KNVB en de clubs per videocall overeen dat de competitie wordt hervat vanaf half juni, mits het RIVM dat toelaat. Eerst worden de inhaalwedstrijden FC Utrecht-Ajax en AZ-Feyenoord gespeeld, daarna volgt een complete speelronde in het weekend van 19 juni, met óf zonder publiek.

„Het uitgangspunt was vandaag om solidariteit te zoeken in het voetbal, de wil om samen oplossingen te zoeken, de wens om één front in het voetbal te vormen”, luidde de bijgevoegde persverklaring. „Immers, we zijn met elkaar verantwoordelijk voor clubs, spelers, scheidsrechters, trainers, voor gezinnen van medewerkers die bij onze clubs werken, voor onze supporters. Kortom hoe gaan we hier, net zoals in andere segmenten van de samenleving, proberen met zo min mogelijk schade voor het hele betaald voetbal uit te komen.”

Verrassend? Niet helemaal. Want toen de UEFA afgelopen vrijdag maatregelen aankondigde tegen potentiële competitiestakers, bleek het beëindigen van de eredivisie een stuk riskanter dan de meeste Nederlandse clubs hadden voorzien.

Zelfs voor Ajax. De club riep vorige week nog om het hardst op tot staken, maar in de conferencecall van dinsdag verkoos de club een mildere toon. Algemeen directeur Edwin van der Sar complimenteerde de KNVB zelfs met de wijze waarop de bond het doorspeel-scenario had uitgewerkt. Een 180-gradendraai vergeleken met de eerdere woorden van zijn collega Marc Overmars.

Europese voetbalfamilie

Technisch directeur Overmars verklaarde de eredivisie vorige week nog dood in een interview met De Telegraaf. Zijn pleidooi vond weerklank bij AZ, PSV, enkele middenmoters en de drie degradatiekandidaten. Met zoveel chaos in de wereld, moest er een streep onder het voetbal worden gezet, vonden zij. De lol was er wel vanaf.

Bij de UEFA dachten ze daar anders over. Vrijwel direct volgde een boodschap vanuit Nyon naar alle 55 aangesloten bonden: wie zich buiten de Europese voetbalfamilie dacht te kunnen plaatsen, moest vrezen voor uitsluiting van de feestjes die niemand wil missen: de Champions League en Europa League.

Dat staken niet zo makkelijk gaat, zagen de Nederlandse clubs vlak over de grens. In België dachten ze vorige week de Jupiler Pro League te beëindigen, met lijstaanvoerder Club Brugge als kampioen. Totdat de UEFA hiervan vernam. Er volgde spoedberaad met de Belgen, en nu, zes dagen later, is het nog altijd onduidelijk of de UEFA akkoord gaat. „De Belgen beseffen dat ze verkeerd gehandeld hebben”, zei UEFA-baas Aleksander Ceferin deze week in de Sloveense pers.

Ajax verkoos bij het overleg met de KNVB een mildere toon dan vorige week

Al kan hij zelf ook geen kant op, vanuit huis in Slovenië reikt de invloed van de bondsvoorzitter uit Ljubljana nog altijd zover dat zijn citaten in de pers weer gevolgen hebben voor het handelen van nationale bonden. Ceferin stelt zich op als een patriarch van het voetbal en heeft er moeite mee als andere bonden hun eigen koers varen.

De UEFA telt weliswaar 55 aangesloten bonden, maar gelet op de grote financiële belangen van de organisatie, zit die er hetzelfde in als de bestuurders van de vijf topcompetites van Europa: Frankrijk, Italië, Duitsland, Spanje en Engeland. Het streven? Als het kan, voetballen. De UEFA heeft reserves in kas. Die wendt de Europese bond vooralsnog liever aan om de kosten voor het naar 2021 verschoven EK te dekken dan een noodfonds voor clubs te vullen.

Een Super Cup?

Koste wat het kost wil de UEFA voorkomen dat de competities nu met een pennenstreek worden beslist. Niet alle duels hoeven worden uitgespeeld, zolang de kampioen maar op sportieve gronden kan worden afgevaardigd naar de Champions League.

Mocht de eredivisie toch definitief worden gestaakt, dan zou de UEFA zomaar kunnen opteren om het kampioenschap over 2019-‘20 uit te vechten bij de start van jaargang 2020-’21. Een Super Cup als opwarmer, zodat Ajax en AZ op het veld kunnen wedijveren wie het toernooi met de hoogste premies mag instromen.

In dat scenario zouden de andere ploegen niet meer in actie komen, blijven de onderste twee ploegen gehandhaafd en stromen de nummers één en twee van de eerste divisie door naar de eredivisie, waardoor de competitie in elk geval één jaar uit twintig clubs zal bestaan.

Voor zo’n scenario is het nu nog te vroeg. Want al houdt de KNVB nog altijd rekening met staken, voorlopig blijft de bond hopen dat de competitie in de zomer kan worden hervat. De bedoeling is dat clubs vanaf 12 mei de trainingen kunnen hervatten, zodat spelers voldoende tijd hebben om fit te worden voor de herstart half juni. De bekerfinale tussen FC Utrecht en Feyenoord zal dan ook worden gespeeld. In de week van 24 april, wanneer duidelijk is wat de nieuwe adviezen van het RIVM en de UEFA zijn, kan meer duidelijkheid worden verstrekt.

Duidelijkheid, dat is waar alle clubs naar snakten en waar het aan heeft geschort de voorbije weken. In plaats van afwachten hebben de bond, de clubs en de overkoepelende organisaties Eredivisie CV en Coöperatie Eerste Divisie er daarom nu voor gekozen om de kalender al zoveel mogelijk in te vullen.

Clubs hebben daardoor iets meer houvast, al weten ze allemaal dat niets zich in deze crisistijd nog laat plannen. Het is vooral een vorm van wensdenken.