Opinie

Politiek duikt te veel in debat over exitstrategieën

Coronavirus

Commentaar

Een zeker ongeduld kruipt in het publieke debat over het coronavirus. Vrijwel iedereen zit thuis en houdt zich zo goed en zo kwaad als het kan aan de voorschriften. Premier Mark Rutte had vorige week complimenten voor de discipline die wordt opgebracht. De ‘intelligente lockdown’ is een offer dat, los van de noodzaak, rampzalige gevolgen heeft voor de maatschappij en de economie. Dat kan iedereen zien die de microkosmos van het eigen huis even verlaat en een lege winkelstraat in wandelt.

Hoelang nog? Voorzitter Hans de Boer van werkgeversorganisatie VNO-NCW vindt het na de meivakantie welletjes met alle beperkende maatregelen. „Dan moeten we gas bijgeven”, zei hij afgelopen zondag. Er gaan gewoon te veel bedrijven failliet, zegt hij, en rond die tijd moeten de intensive cares goed zijn voorbereid.

Het is een diplomatiekere variant op een uitspraak van journalist Jort Kelder, die twee dagen het nieuws beheerste met zijn opmerking dat „we 80-plussers die te dik zijn en gerookt hebben aan het redden zijn”. Kelder: „Hoeveel economische schade is het redden van mensen die daarna waarschijnlijk binnen twee jaar dood waren gegaan waard?”

Het is terecht dat het gaat over de vraag welke exitstrategieën er zijn, en wat de prijs is. Het is alleen jammer dat dit debat onzuiver en met oneliners gevoerd wordt. Er wordt het beeld van een wedstrijd opgeroepen tussen economie en volksgezondheid. Alsof er sprake is van een binaire keuze: 0 of 1.

Talkshowtafels hebben geen monopolie op het gesprek over exitstrategieën. De vraag wanneer, in welke mate en onder welke voorwaarden het openbare leven weer op gang kan komen, is legitiem. Uiteindelijk is dat een politieke afweging. Het debat over een eventuele uitweg wordt alleen nauwelijks gevoerd. Niemand in Den Haag wil overkomen als de plaatsvervangend gouverneur van Texas, Dan Patrick. Hij zei eind vorige maand dat „veel grootouders” bereid zouden zijn hun overlevingskans te verkleinen, opdat de Amerikaanse economie weer zou kunnen draaien.

Het zou helpen als politici open zijn over het dilemma waar ze nu collectief mee worstelen. Maandag bleek uit onderzoek van NRC dat de Nederlandse overheid niet weet hoelang de beperkende maatregelen nog nodig zijn. Deskundigen houden rekening met één, misschien wel twee jaar. Alle exitstrategieën hebben grote nadelen, en zorgen allemaal voor grote economische en maatschappelijke ontwrichting. Belangrijker nog: iedere versoepeling, iedere bijsturing is een gok.

Achter ieder scenario gaan politieke afwegingen schuil. Hoe kunnen risico’s voor de volksgezondheid worden beperkt? Welke groep gaat profiteren, en welke groep zal hard worden getroffen? Wat voor de ene groep goed uitkomt, kan gevolgen hebben voor de andere groep.

Gemakkelijke keuzes zijn er niet. PvdA-leider Lodewijk Asscher had het zondag in Buitenhof terecht over een „vals dilemma”. Het is economisch nadelig als je plotseling een einde maakt aan alle beperkingen, al is het alleen al omdat een groot deel van de bevolking ziek zal worden. En de volksgezondheid ondervindt ook schadelijke gevolgen van een economische recessie. Het is aan het kabinet en de Tweede Kamer om open het gesprek te voeren over zulke dilemma’s. Het helpt de samenleving bij het bepalen van een afgewogen oordeel over het minst slechte scenario.