Ook als topsporter word je in je eentje nooit helemaal ‘wedstrijdfit’

Teamsporten Tophockeyers en -voetballers proberen zich thuis fit te houden voor het moment dat de competities worden hervat. Maar kun je jezelf wedstrijdfit krijgen?

Loopoefeningen voor de deur van zijn huis in Rotterdam, en anders een rondje om de Bergse Plas. In de achtertuin heeft hij een spinfiets staan en doet hij zijn krachttraining. „Met gewichten, sprongen en push-ups. Daarin moet ik een beetje creatief zijn.” Zolang hockeybond KNHB geen knoop heeft doorgehakt over wat te doen met het restant van het seizoen, probeert 214-voudig international Jeroen Hertzberger zo goed en zo kwaad als het gaat fit te blijven.

De speler van HC Rotterdam volgt trouw de trainingsschema’s van zijn club en het Nederlands elftal. Maandag, woensdag en vrijdag een loopprogramma, dinsdag en donderdag krachttraining, zondag herstellen. „Het lukt allemaal nog wel. Maar als je het me over een maand vraagt, ben ik misschien wel helemaal gek geworden van de schuttingen om mijn tuin”, zegt Hertzberger (34). „Ik ben gewend om wekelijks naar een spanningsmoment toe te leven. Elke zondag kwart voor drie. En met ‘Tokio’ werkte ik natuurlijk toe naar een hoogtepunt. Dat is nu weg.”

Het is de vraag in hoeverre de thuistrainingen van Hertzberger en andere tophockeyers – en ook profvoetballers – genoeg zijn om wedstrijdfit te blijven. Volgens Michel Brink, bewegingswetenschapper aan de Rijksuniversiteit Groningen en het UMCG, en gespecialiseerd in teamsporten, kunnen kracht en conditie snel achteruit gaan als een sporter niet goed traint. „Er zijn drie prikkels om dat tegen te gaan: vaak trainen, lang trainen en intensief trainen. Dat laatste is het belangrijkst om het verval in fitheid tegen te gaan.”

Groepssessies met de bal

Maar van individuele trainingen blijven hockeyers en voetballers niet wedstrijdfit, zegt Brink. Daarvoor zijn groepssessies nodig, met de bal. Die dragen bij aan de conditie van een speler. „Op een teamtraining worden conditionele aspecten namelijk zo specifiek mogelijk ingepast, bijvoorbeeld in een partijvorm. De intensiteit ligt dan hoger en het gaat om het keren, kappen en draaien in reactie op de bal en wat de tegenstander doet.”

Hertzberger beseft dat hij, na een paar weken geen stick te hebben aangeraakt, een stap terug heeft gedaan. „Er is een groot verschil tussen jezelf met loopwerk kapot maken of in de allerhoogste verzuring alsnog achter een bal aanrennen in een training of in een wedstrijd.”

Een lange periode zonder groepstraining betekent echter niet dat het lang hoeft te duren voordat teamsporters weer wedstrijdfit zijn, zegt Jo de Ruiter, bewegingswetenschapper aan de Vrije Universiteit Amsterdam. „Als je een goed trainingsschema hebt gevolgd, kun je binnen een paar weken weer wedstrijden spelen. Niet alleen de conditie, ook de specifieke coördinatie en het balgevoel hebben topspelers snel terug. Dat zit er bij ze ingebakken.”

Lees ook deze reportage over sporten in een tijd waarin alle accommodaties gesloten zijn

Toch ziet De Ruiter weinig heil in het afmaken van het hockey- en voetbalseizoen. De plannen van de voetbalwereld om de profcompetities in de zomer uit te spelen, is vragen om problemen, zegt hij. „Topclubs hebben nog het voordeel van een brede selectie, maar kleine clubs lopen een groot risico op blessures.” Het heeft te maken met de unieke situatie waarin de sportwereld verzeild is geraakt. De Ruiter: „Normaal gaat een niet-fitte speler van de behandelkamer naar het veld, waarna hij aansluit bij een fitte selectie en vervolgens meegaat in dat niveau. Dat traject is er nu niet.”

Valkuil

De grootste valkuil voor hockeyers en voetballers is momenteel de onzekerheid waarin ze verkeren. Het maakt de uitdaging voor clubs om hun spelers fit te houden des te groter. „Als spelers het programma al uitvoeren zoals ze het voorgelegd krijgen, weet je alsnog niet of ze daar het maximale rendement uithalen, omdat er geen trainer bij is die ze kan stimuleren”, zegt Michel Brink.

Voor teamsporters is het mentaal moeilijk om fit te blijven met thuistrainingen, stelt Jo de Ruiter. „Zij zijn gaan voetballen of hockeyen omdat ze het spelletje leuk vinden. Het fysieke aspect is voor veel teamsporters een noodzakelijk kwaad.”

Ondertussen doet Jeroen Hertzberger, „met ups en downs”, er alles aan om in conditie te blijven. Hij denkt zelfs voordeel te kunnen halen uit de coronacrisis. „Ik weet dat lang niet alle hockeyers thuis voor de volle honderd procent trainen. Daarom probeer ik nu zo veel mogelijk winst te pakken op de concurrenten.”