Natuur met staatssteun

Economie en recht Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Ditmaal Europees recht.

Foto Sem van der Wal / ANP

Dertien natuurorganisaties (Natuurmonumenten en twaalf provinciale landschappen) streken in de jaren 1993 tot 2012 honderden miljoenen euro’s aan Nederlandse subsidies op voor aankoop van natuurgebieden en afkoop van lopende pachtovereenkomsten voor deze percelen. Hoewel deze ‘terreinbeherende organisaties’ (TBO’s) hierbij volgens de Europese Commissie als ‘ondernemingen’ moesten worden beschouwd en de subsidieregeling (PNB) eigenlijk neerkwam op staatssteun, gaf de Commissie er toch haar zegen aan. Twintig particuliere grondbezitters (stichtingen en landgoed-bv’s) die niet voor de subsidie in aanmerking kwamen, voelden zich achtergesteld. De regeling zou de markt voor natuurterreinen in hun nadeel hebben verstoord. Zij eisten een ‘gelijk speelveld’. Uiteindelijk willen ze dat het Rijk de subsidies terugvordert.

In oktober 2018 vonden de particuliere grondbezitters gehoor bij het Gerecht van de Europese Unie. Dat haalde een streep door de goedkeuring van de subsidie door Brussel. Daartegen gingen de natuurorganisaties in hoger beroep bij het Europees Hof. Advocaat-generaal Maciej Szpunar van het Hof kwam vorige week tot de slotsom dat de motivering van het Gerecht om het fiat van de Commissie (goedkeuring staatssteun) nietig te verklaren deels tekortschoot. Zijn conclusie bindt het Hof niet. Dat beslist waarschijnlijk voor de zomer of het Gerecht zich opnieuw over de zaak moet buigen of dat terugvordering van de staatssteun aan de TBO’s dichterbij komt.