Joris Ivens’ tien uur lange documentaire over de Chinese Culture Revolutie

Marathonkijken How Yukong Moved the Mountains ‘How Yukong Moved the Mountains’ van Joris Ivens roept vragen op over propaganda en vingerwijzen.

Ook schoolkinderen voelen politieke druk, in ‘How Yukong Moved The Mountains’.
Ook schoolkinderen voelen politieke druk, in ‘How Yukong Moved The Mountains’.

De beroemdste twintig minuten uit een van de langste films die ooit zijn gemaakt, zijn een korte film op zich. Het gaat dan om ‘The Football Incident’ (Une histoire de ballon) van Joris Ivens en Marceline Loridan, onderdeel van het ruim tien uur durende documentaireverslag How Yukong Moved the Mountains (1976) over de laatste dagen van de Culturele Revolutie in China.

Het was niet de eerste keer dat Joris Ivens (1898-1989) in China filmde en ook niet de laatste. Er was geen land waar hij zich zo politiek mee engageerde. Ivens was een van de bekendste fellow travellers van het communisme. Hij filmde al in 1929 in de Sovjet-Unie, documenteerde de Spaanse Burgeroorlog, ging naar Cuba, Indonesië en Noord-Vietnam. Het maakte hem omstreden, een onversneden propagandist, en later liet hij zich ook wel eens kritisch uit over het mislukken van de communistische revoluties, maar China kon rekenen op blinde loyaliteit. De eerste filmopnames van Mao zouden zelfs met Ivens’ camera zijn gedraaid. Ze werden vrienden.

Ivens trok voor het eerst naar China in 1938, voor een film over de Chinees-Japanse oorlog. Aan The Four Hundred Million (1939) werkte een sterrencrew mee, met onder andere Robert Capa als cameraman, Sidney Lumet als verteller en Hanns Eisler als componist. En ook zijn laatste film, het poëtische Une histoire de vent (1988), waarin hij de balans van zijn leven opmaakt, is een bitterzoete liefdesverklaring aan het land.

Hoe dat kon, hoe Ivens zo trouw kon zijn aan een land dat zelf al na de dood van Mao Zedong in september 1976 afstand nam van de Culturele Revolutie, is onderwerp van de korte documentaire Een oude vriend van het Chinese volk (2008). „Ik ben een beetje verliefd op China”, wordt hij aan het begin uit een televisie-interview geciteerd. Acteur Jeroen Willems vertolkt in het hybride reisverslag een reporter/verteller die de sporen van Ivens naar China terugvolgt. En zo komt het verhaal ook op Yukong.

‘The Football Incident’ is een piekfijn voorbeeld van hoe zelfs filmbeelden die misschien liegen toch de waarheid kunnen vertellen. En hoe ideologie, indoctrinatie, retoriek en groepsdruk werken. Maar dat zal nooit de bedoeling van Ivens en Loridan zijn geweest, die in megaproductie Yukong immers ‘de nieuwe mens’ wilden laten zien. Die nieuwe mens wordt gevormd op een school in Beijing, waar een groepje jongens door een lerares is terechtgewezen omdat ze na het gaan van de bel nog aan het voetballen waren. Wat is gehoorzaamheid, moet je de hele klas straffen voor de fout van de een? „Nee, nee, geen straf”, zegt een van de leraressen, hoewel de bal is afgepakt. „We gaan het politiek oplossen.” En dat betekent: een gesprek met de hele klas. Hoe ‘spontaan’ dit alles werd geregisseerd zullen we nooit weten. In zijn Ivens-biografie Gevaarlijk leven beschrijft historicus Hans Schoots dat in Yukong vaak scènes meerdere keren zijn opgenomen.

Met dat oog kijk ik ook naar de overige delen van de film. Ze zijn verspreid op YouTube te vinden, soms met een voice-over die vertaalt wat de geïnterviewden zeggen, soms met ondertitels. Het is fascinerend materiaal. Een tijdcapsule. Zouden we er nog naar kijken als Yukong niet op de lijstjes met allerlangste films aller tijden stond? – de titel stamt van een legende over een man die letterlijk bergen wilde verzetten, en die door Mao werd gebruikt als metafoor voor de toewijding en het doorzettingsvermogen van het Chinese volk aan de Culturele Revolutie. Als hij niet door Ivens zou zijn gemaakt? De filmbeelden zijn het zoveelste bewijs dat propaganda er ook als cinéma vérité uit kan zien.

Ik gebruikte eerder het woord liegen. Maar echt liegen doen deze beelden natuurlijk niet. De makers mogen dan niet helemaal transparant zijn geweest over hun methode, met die retakes, maar de mensen die hun verhalen vertellen, al die vissers, arbeiders, militairen, wetenschappers van Shanghai tot Nangkin, gelóven wel in wat ze zeggen.

Waar het om gaat is wat búíten beeld is gelaten. Ivens en Loridan namen tussen de 120 en 150 uur filmmateriaal mee terug naar Parijs, waar ze de film monteerden. Zaten daar wel boeren (de grote afwezigen in de agrarische samenleving die China was) tussen? Hoe zit het met de tegenstanders van het regime, de gevangenen, de hongersnoden tijdens de Grote Sprong Voorwaarts, een decennium eerder?

‘The Football Incident’ geeft in al z’n onschuld maar met het oog van nu een inkijkje in hoe de ‘zuiveringen’ en ‘zelfbeschuldigingen’ van de Culturele Revolutie moeten hebben gewerkt. Ik moet denken aan een van de meest hartverscheurende scènes die ik ken, uit Chen Kaiges Farewell My Concubine (1993), waarin een van de hoofdpersonen onder politieke druk wordt gedwongen zijn geliefde te ‘verraden’. Dat gebeurt op dezelfde manier als de klasgenoten ideologische eieren voor hun geld kiezen om zoiets simpels als een voetbal. Yukong kijken is een fascinerend soort forensische media-archeologie.