Voorzichtig optimisme in Italië en Spanje dat ergste voorbij is

Covid-19 In Italië liggen minder mensen op de IC, in Spanje zijn minder doden per dag. Maatregelen worden wellicht soepeler.

Heel voorzichtig beginnen Italië en Spanje, de Europese landen die het zwaarst zijn getroffen door het coronavirus, te hopen dat het ergste voorbij is. In beide denken politici en wetenschappers hardop na over datum en manier waarop de strenge maatregelen kunnen worden versoepeld. Ook Oostenrijk, Tsjechië en Denemarken zien daarvoor ruimte.

De Spaanse regering wil de beperkingen terugschroeven naar het niveau van de eerste alarmfase, die op 14 maart is ingesteld. Als het parlement hier donderdag mee instemt, zou dit betekenen dat ook niet-essentiële bedrijven na Pasen weer aan het werk kunnen.

Ook in Italië gelden de beperkingen formeel tot 13 april, paasmaandag, maar het is nog een groot vraagteken of dan alle bedrijven groen licht krijgen. In ieder geval blijven in beide landen scholen, bars, sportcentra etc. voorlopig nog dicht.

Op zijn dagelijkse persconferentie maandagavond bevestigde Silvio Brusaferro, directeur van het Italiaanse gezondheidsinstituut, de dalende trend in Italië. Het belangrijkste signaal vond hij de daling van het aantal mensen op de intensive care, voor de derde opeenvolgende dag, tot 3.898 mensen nu.

„De cijfers zijn nog steeds alarmerend”, waarschuwde hij. Er zijn maandag tweeduizend nieuwe besmettingen geconstateerd (minder dan in de afgelopen dagen) en 636 nieuwe doden. „Zelfs als het aantal gevallen van coronavirus terugzakt tot nul, zal het leven lange tijd niet meer hetzelfde zijn”, zei Brusaferro vorige week.

Premier Conte kondigde maandagavond in een toespraak een ongekend groot steunprogramma voor het bedrijfsleven aan, van 400 miljard euro, De Italiaanse overheid verruimt daarnaast de categorie bedrijven waarvan de (gedeeltelijke) overname kan worden geblokkeerd met een beroep op het nationaal belang. Conte maakte duidelijk dat de Italianen ook met Pasen binnen zullen moeten blijven.

Er wordt verder gespeculeerd dat de scholen dit schooljaar niet meer opengaan. Minister van Gezondheid Speranza zei afgelopen weekeinde dat er een moeilijke tijd aankomt – maanden, niet weken – waarin Italië moet leren leven met het virus terwijl wetenschappers proberen een vaccin te ontwikkelen.

In een interview had Angelo Borrelli, hoofd Bescherming Burgerbevolking, zich laten ontvallen dat hij verwacht dat Italianen op 1 mei, een belangrijke feestdag, nog binnen moeten blijven en dat pas op 15 mei een tweede fase van „coëxistentie met het virus” kan ingaan.

Spanje is hoopvol omdat het aantal doden maandag voor de vierde dag op rij lager was dan de dag daarvoor. Maandag werden er 637 doden geteld. Het aantal patiënten op de IC steeg nog wel licht, naar 6.931. In Italië ligt het officiële dodental nu op 16.523, in Spanje op 13.055. Wereldwijd bedraagt het aantal coronadoden volgens persbureau Reuters nu ruim 70.000.

Oostenrijk, dat drie weken geleden op slot ging, was maandag het eerste land dat een concrete versoepeling aankondigde. Het plan is om op 14 april alle kleinere winkels en de bouwmarkten weer te laten opengaan. Op 1 mei zouden dan grotere winkels – en kappers – weer open mogen. Dat alles op voorwaarde dat er geen nieuwe stijgingen zijn. In Oostenrijk zijn 12.206 besmettingen geteld, en 220 doden.

Ook buurland Tsjechië ziet ruimte. Vanaf donderdag gaan bouwmarkten weer open. Individueel buiten sporten mag dan weer.

Na Pasen gaan er mogelijk meer winkels open en kunnen mensen makkelijker uitreizen. In Tsjechië zijn tot maandag 78 doden door Covid-19 gemeld. De versoepeling komt nadat de piek in ziekenhuisopnames en doden door het virus bereikt lijkt te zijn. Het land wil in de nieuwe fase mensen die besmet raken en de mensen met wie ze in contact zijn geweest, sneller isoleren.

Met medewerking van Koen Greven in Madrid.